Geplaatst op: maandag 10 juni 2013

Retentierechten in het vervoer

Het is somberheid troef in de transportwereld. Bijna iedere dag zijn er wel nieuwe faillissementen te melden. 2012 was een rampjaar voor de sector en dit jaar belooft al niet veel beter te worden. Opvallend is dat ook steeds meer gerenommeerde bedrijven met een lange traditie het loodje leggen. Niet alleen voor de bedrijven zelf en hun medewerkers maar ook bij onderaannemers en leveranciers laat een faillissement diepe sporen na. In veel gevallen worden bedrijven meegesleurd in een faillissement van een ander. Vooral kleinere vervoerders die in opdracht van andere vervoerders rijden lopen dit risico en blijven met onbetaalde rekeningen zitten.

De vraag is uiteraard: wat is er aan te doen? Die vraag is niet makkelijk te beantwoorden. Wel geldt dat niet ingrijpen de problemen alleen maar groter maakt. Vaak wordt te lang gewacht de opdrachtgever aan te spreken om geen klanten te verliezen. Een eerste begin is tijdig facturen, zorgen dat de factuur inhoudelijk klopt, zo kort mogelijke betaaltermijnen hanteren en direct bij overschrijding een herinnering sturen met een opslag voor de gemaakte kosten. Een nog effectiever middel om betaling af te dwingen kan door het uitoefenen van een retentierecht. Het retentierecht is wettelijk geregeld in artikel 3:290 van het Burgerlijk Wetboek en meer verstrekkend in de Algemene Vervoercondities (AVC).

Wat is een retentierecht? Een retentierecht is de bevoegdheid van een schuldeiser om de nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak op te schorten , totdat de vordering is voldaan. Degene, die het retentierecht uitoefent heet 'retentor'. De vervoerder kan gebruik maken van zijn retentierecht door de lading onder zich te houden en daardoor druk uitoefenen om betaling af te dwingen bij de debiteur. Dat het retentierecht zeer effectief kan zijn blijkt wel uit volgende voorbeeld.

In opdracht van A vervoert B een wagenlading bakstenen van Meppel naar Valkenswaard. In principe is de vervoerder natuurlijk verplicht de lading af te geven aan de geadresseerde. Maar op grond van het retentierecht kan B weigeren de bakstenen af te geven, zolang A niet de overeengekomen vrachtprijs betaalt. Tegen wie kan het retentierecht allemaal worden ingeroepen? Uiteraard tegen opdrachtgever A, maar ook tegen schuldeisers van A. Zou bijvoorbeeld de schuldeiser van A beslag willen leggen op de lading bakstenen, dan wordt het retentierecht van vervoerder B hierdoor niet geraakt, zelfs niet in het geval van faillissement van A. Maar ook wanneer A de bakstenen - na het inroepen van het retentierecht door B - heeft verkocht aan bijvoorbeeld C dan kan B ook tegen C de afgifte opschorten totdat A betaald heeft. Bovendien gaat het recht van retentie niet verloren door het faillissement van A.

Het retentierecht geeft dus nogal wat mogelijkheden om betaling af te dwingen.

In de Algemene vervoer condities (AVC) gaat het retentierecht van de vervoerder nog een stap verder. Op grond hiervan kan het retentierecht ook tegen opdrachtgever als geadresseerde worden ingeroepen voor oude nog onbetaalde vorderingen. Het retentierecht is misschien nogal drastisch, maar als laatste middel, kan het zeker soelaas bieden om betaling af te dwingen.

Maar let op! Het retentierecht blijft een opschortingsrecht en geeft niet als een pandrecht het recht de lading te verkopen. Daarvoor zal hij eerst naar de rechter moeten om toestemming te krijgen om beslag te leggen en zo nodig bij het uitblijven van betaling de vordering te innen door de lading te verkopen.

« Terug naar overzicht

 
Rijverboden
Nieuwsbrief

Elke werkdag het laatste nieuws rond lunchtijd
in uw e-mail ontvangen?

Stuur mij de nieuwsbrief

Wilt u zich afmelden klik dan hier