Rijkswaterstaat sluit toekomstige vaarwegbeperkingen door personeelstekort niet uit
DEN HAAG – Rijkswaterstaat kan niet uitsluiten dat ook op andere Nederlandse vaarwegen beperkingen moeten worden ingesteld wanneer zich opnieuw grote en onverwachte personeelstekorten voordoen. Dat schrijft minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat in antwoorden op Kamervragen over de personeelsproblemen bij de scheepvaartbegeleiding. De voorgenomen nachtelijke stremming van het Amsterdam-Rijnkanaal is inmiddels van de baan, maar de situatie legt volgens Rijkswaterstaat wel de kwetsbaarheid bloot van de huidige, krappe personeelsbezetting.
De problemen ontstonden bij de verkeerspost Wijk bij Duurstede. Rijkswaterstaat werd daar in korte tijd geconfronteerd met de uitval en het vertrek van meerdere medewerkers. In combinatie met een volgens Rijkswaterstaat „strak bemeten personeelsbestand” ontstond een acuut tekort aan beschikbare capaciteit.
Begin augustus werd duidelijk dat het vanaf september moeilijk zou worden om de scheepvaartbegeleiding in de sectoren Maarssen en Wijk bij Duurstede 24 uur per dag en zeven dagen per week te garanderen. Medio augustus stond volgens de minister definitief vast dat dit niet zou lukken.
Nachtelijke sluiting van de baan
Aanvankelijk wilde Rijkswaterstaat het Amsterdam-Rijnkanaal ’s nachts gedeeltelijk stremmen. Vooral schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren, de zogenoemde kegelschepen, en schepen groter dan CEMT-klasse Va zouden daarmee te maken krijgen.
Na overleg met de binnenvaartsector en Port of Amsterdam werd alsnog een oplossing gevonden. Daardoor blijft het Amsterdam-Rijnkanaal ook ’s nachts toegankelijk voor alle scheepvaart.
Rijkswaterstaat heeft daarbij aanvullende veiligheidsmaatregelen getroffen. Met de sector en Port of Amsterdam is afgesproken dat zij zich maximaal inspannen voor een maximumvaarsnelheid van 15 kilometer per uur. Daarnaast blijven het bestaande inhaal- en ontmoetingsverbod op smallere delen van het kanaal, waaronder de Demkabocht, van kracht.
Hoe lang de lagere maximumsnelheid blijft gelden, is nog niet bekend. De maatregel blijft van kracht totdat de reguliere verkeersbegeleiding wordt hervat. Rijkswaterstaat monitort of schippers zich aan de maatregelen houden. Wanneer dat onvoldoende gebeurt, kunnen verdere beperkingen worden overwogen.
Opleiden verkeersleider duurt ongeveer twee jaar
Een snelle oplossing voor het personeelstekort is volgens Rijkswaterstaat moeilijk. De werving en opleiding van een verkeersleider tot het moment waarop deze zelfstandig bevoegd is, duren samen ongeveer twee jaar. Bovendien zijn verkeersleiders niet automatisch op iedere vaarweg inzetbaar.
Voor iedere VTS-sector is een specifieke opleiding en bevoegdheid nodig. Daardoor kan bijvoorbeeld een verkeersleider uit de sector Tiel niet zonder meer worden ingezet in de sector Maarssen. Ook externe inhuur is volgens Rijkswaterstaat niet mogelijk vanwege de kwalificatie-eisen die aan verkeersleiders worden gesteld.
Ook het tijdelijk terughalen van voormalige verkeersleiders biedt geen snelle oplossing. Zij moeten jaarlijks toetsen afleggen, iedere drie jaar opnieuw examen doen en een minimaal aantal uren werken om hun bevoegdheid te behouden.
Rijkswaterstaat onderzoekt daarom of verkeersleiders in de toekomst voor meerdere sectoren kunnen worden opgeleid. Daarmee zouden medewerkers flexibeler kunnen worden ingezet, al neemt het totale aantal beschikbare verkeersleiders daardoor niet toe.
Personeelsplanning bewust strak bemeten
Uit de stukken blijkt dat Rijkswaterstaat uit kostenoverwegingen werkt met een strak bemeten personeelsplanning. Bij voorspelbaar vertrek, bijvoorbeeld vanwege pensionering, wordt vooraf nieuw personeel geworven. Met onverwacht verloop wordt echter beperkt rekening gehouden om overbezetting te voorkomen.
De krappe arbeidsmarkt maakt het daarnaast moeilijker om medewerkers vast te houden. Volgens de minister vertrekken werknemers tegenwoordig vaker na enkele jaren. Dat is extra problematisch omdat het opleiden van nieuwe VTS-operators ongeveer twee jaar duurt.
Bovendien worden nieuwe medewerkers deels opgeleid door bestaande verkeersleiders. Dat gaat volgens Rijkswaterstaat ten koste van de beschikbare capaciteit voor het begeleiden van de scheepvaart.
De problemen bij Wijk bij Duurstede zijn voor Rijkswaterstaat aanleiding om te onderzoeken of binnen de beschikbare financiële ruimte een minder strak bemeten personeelsplanning voor operationele functies mogelijk is.
Ook langere wachttijden bij Zeeuwse sluizen
De personeelsproblemen beperken zich niet tot het Amsterdam-Rijnkanaal. Bij verschillende sluizen in Zeeland gelden volgens Karremans voorlopig nog langere wachttijden. Rijkswaterstaat stelt dat dit tot nu toe tot weinig of geen hinder voor de scheepvaart heeft geleid.
Voor andere vaarwegen kunnen toekomstige beperkingen niet volledig worden uitgesloten. Wanneer zich elders vergelijkbare personeelsproblemen voordoen, kan het volgens Rijkswaterstaat noodzakelijk zijn maatregelen te nemen.
Voor het Amsterdam-Rijnkanaal verwacht de minister op dit moment geen economische schade, omdat alle schepen ook ’s nachts kunnen blijven varen. Daarom wordt ook geen kosten-batenanalyse uitgevoerd naar de gevolgen van de eerder voorgenomen nachtelijke stremming.






