ROTTERDAM – Een Poolse vervoerder is door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot het betalen van ruim € 78.000 schadevergoeding na het verdwijnen van een lading zonnepanelen tijdens internationaal wegvervoer. De aansprakelijkheidsverzekeraar van de vervoerder hoeft echter niet te betalen, omdat de polis geen dekking biedt voor vervoersactiviteiten.
Dat blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 25 maart 2026.
Lading nooit aangekomen in Polen
De zaak draait om een transport van zonnepanelen van Rotterdam naar Gdansk in Polen. De Duitse logistieke dienstverlener DHF Fulfillment Management had de opdracht gekregen voor het vervoer en besteedde dit uit aan de Poolse vervoerder Destina Group.
Destina schakelde op haar beurt een ondervervoerder in. De lading werd op 1 mei 2023 in Rotterdam geladen, maar is nooit op de plaats van bestemming aangekomen.
Volgens de rechtbank moet de lading daarom als verloren worden beschouwd onder het CMR-verdrag, dat geldt voor internationaal wegvervoer.
Vervoerder aansprakelijk
De rechtbank oordeelt dat Destina als vervoerder aansprakelijk is voor het verlies van de goederen. Omdat het bedrijf niet in de procedure verscheen, werden de vorderingen grotendeels bij verstek toegewezen.
Destina moet een bedrag van circa € 78.284,39 betalen, vermeerderd met rente. Ook is het bedrijf veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Verzekeraar niet aansprakelijk
De Duitse partij probeerde de schade ook te verhalen op de Poolse verzekeraar Warta, via een directe actie onder Pools recht. Die route liep echter stuk.
Volgens de rechtbank blijkt uit de polis en onderliggende documentatie dat de verzekering alleen dekking biedt voor expeditiewerkzaamheden en niet voor vervoerdersaansprakelijkheid. Daardoor valt het verlies van de lading buiten de dekking.
De vorderingen tegen de verzekeraar zijn daarom afgewezen.
Pools recht aanvullend van toepassing
Op de vervoerovereenkomst is het CMR-verdrag van toepassing, aangevuld met Pools recht. Dat komt doordat de vervoerder in Polen is gevestigd en de goederen daar moesten worden afgeleverd.
De rechtbank benadrukt dat dit soort internationale transportzaken vaak onder meerdere rechtsregimes vallen, waarbij het CMR-verdrag leidend is en nationaal recht aanvullend wordt toegepast.
Proceskosten verdeeld
Opvallend is dat beide partijen deels in de proceskosten zijn veroordeeld. De vervoerder moet de kosten van de Duitse opdrachtgever betalen, terwijl diezelfde opdrachtgever ook een deel van de kosten van de verzekeraar moet vergoeden.
Per saldo moet DHF ruim € 2.400 aan proceskosten aan de verzekeraar betalen.
Met deze uitspraak onderstreept de rechtbank het belang van een juiste verzekeringsdekking binnen de transportketen, zeker bij internationaal wegvervoer waarbij meerdere partijen betrokken zijn.




