HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerDertig HEMA-medewerkers verliezen rechtszaak over cao en salaris van vrachtwagenchauffeurs

Dertig HEMA-medewerkers verliezen rechtszaak over cao en salaris van vrachtwagenchauffeurs

AMSTERDAM – Dertig (voormalige) medewerkers van HEMA hebben bij de rechtbank Amsterdam een rechtszaak verloren over de toepassing van arbeidsvoorwaarden uit de oude HEMA-cao en de cao Retail Non-Food. Het geschil ging onder meer over de opbouw van vakantie-uren, de verrekening van meer- en minuren en de salarisschalen van vrachtwagenchauffeurs. De kantonrechter heeft alle vorderingen van de werknemers afgewezen. Dat blijkt uit een uitspraak van 29 september 2026, die op 5 november is gepubliceerd.

De medewerkers, onder wie dertien vrachtwagenchauffeurs, vonden dat HEMA bij de overgang naar de cao Retail Non-Food bepaalde gunstigere arbeidsvoorwaarden uit de voormalige HEMA-cao had moeten blijven toepassen. Ook meenden zij dat de salarisschalen voor chauffeurs ten onrechte niet waren geïndexeerd, waardoor een aantal van hen salarisverhogingen zou zijn misgelopen.

HEMA bestreed de vorderingen en stelde dat de arbeidsvoorwaarden correct waren toegepast. De kantonrechter heeft het bedrijf op alle onderdelen in het gelijk gesteld.

Overgang naar andere cao

HEMA viel onder de werkingssfeer van de cao Retail Non-Food, maar paste jarenlang een eigen cao toe. Daarvoor had het bedrijf een vrijstelling gekregen van de algemeen verbindend verklaarde cao Retail Non-Food.

De laatste HEMA-cao liep oorspronkelijk van 1 juni 2019 tot en met 31 december 2020. Na twee stilzwijgende verlengingen werd deze cao per 31 december 2022 beëindigd. Vanaf 1 juli 2023 ging HEMA de cao Retail Non-Food toepassen.

In mei 2023 vroeg HEMA haar werknemers schriftelijk akkoord te gaan met de exclusieve toepassing van de nieuwe cao, inclusief een overgangsregeling en aanvullende bedrijfseigen regelingen. Werknemers die niet tekenden, zouden eveneens onder de nieuwe cao vallen, maar behielden daarnaast gunstigere bepalingen uit de voormalige HEMA-cao.

Geen van de dertig betrokken medewerkers ondertekende de brief. Volgens HEMA konden zij daarom niet zonder meer aanspraak maken op alle bepalingen van de nieuwe cao. De rechter verwierp dat standpunt. Omdat de werknemers geen bezwaar hadden gemaakt tegen de toepassing van de cao Retail Non-Food, mochten zij worden geacht deze stilzwijgend te hebben aanvaard.

Dat betekende volgens de rechter echter niet dat zij naar eigen inzicht bepalingen uit beide cao’s konden combineren.

Geschil over vakantie-uren en meerwerk

Een belangrijk onderdeel van de rechtszaak betrof de opbouw van vakantie-uren over extra gewerkte uren. De voormalige HEMA-cao kende voor vrijwel alle betrokken medewerkers 190 vakantie-uren per jaar, aangevuld met eventuele leeftijdsgebonden uren. De cao Retail Non-Food voorzag in 182,4 vakantie-uren per jaar.

HEMA bleef voor het jaarlijkse aantal vakantie-uren de gunstigere regeling uit de oude cao toepassen. Voor de opbouw van vakantie-uren over meeruren gebruikte het bedrijf echter de berekeningsmethode uit de nieuwe cao, waarbij 9,23 procent vakantie-uren wordt opgebouwd.

De werknemers vonden dat HEMA voor deze berekening moest uitgaan van het hogere jaarlijkse vakantietegoed uit de oude cao. Daardoor zou het opbouwpercentage bijvoorbeeld stijgen naar 9,61 procent bij 190 vakantie-uren per jaar.

De kantonrechter oordeelde dat HEMA de nieuwe cao correct uitlegde. De bepalingen over het jaarlijkse aantal vakantie-uren en de opbouw over meeruren zijn afzonderlijke arbeidsvoorwaarden. Het combineren van de gunstigste onderdelen zou volgens de rechter leiden tot een hogere aanspraak dan uit de afzonderlijke cao’s volgt.

Ook een aanvullende eis van zes medewerkers werd afgewezen. Zij wilden gebruikmaken van de oude HEMA-regeling waarbij per tien uitbetaalde meeruren één extra vakantie-uur werd opgebouwd. Volgens de rechter kon deze regeling afhankelijk van het aantal gewerkte uren zowel gunstiger als ongunstiger uitpakken dan de nieuwe cao. Daarom kon niet worden vastgesteld dat de oude regeling voor deze werknemers steeds voordeliger was.

Meer- en minuren hoeven niet volgens oude regeling te worden afgerekend

De werknemers eisten daarnaast dat HEMA tweemaal per jaar de balans van hun meer- en minuren zou opmaken volgens de voormalige HEMA-cao.

Onder die cao konden werknemers op bepaalde momenten opgebouwde uren overzetten naar een zogenoemd à-la-cartetegoed, waaruit later geld of vrije tijd kon worden opgenomen. De cao Retail Non-Food kent een andere systematiek. Daarin worden meeruren na afloop van een referteperiode uitbetaald, terwijl minuren onder bepaalde voorwaarden vervallen.

Volgens de werknemers was de oude regeling gunstiger en moest HEMA deze blijven toepassen. De kantonrechter oordeelde echter dat dit niet zonder meer het geval was. Welke regeling voordeliger is, hangt af van het aantal meer- en minuren van een individuele werknemer.

Omdat niet was aangetoond dat de voormalige HEMA-regeling voor de betrokken medewerkers altijd gunstiger uitpakte, wees de rechter ook deze vordering af.

Salarisschalen chauffeurs gebaseerd op TLN-cao

Voor de transportsector is vooral het geschil over de salarisschalen van de vrachtwagenchauffeurs van belang.

HEMA had in 2019 vastgesteld dat de salarissen van bepaalde functiegroepen, waaronder chauffeurs, onvoldoende marktconform waren. Het bedrijf vroeg daarom de ondernemingsraad toestemming om aanvullende salarisschalen in te voeren die boven het niveau van de reguliere HEMA-cao lagen.

Voor chauffeurs werd voorgesteld om salarisschaal E aan te passen aan het niveau van de cao Beroepsgoederenvervoer, ook wel de TLN-cao genoemd. Daarbij zou een kleine opslag worden toegepast ter compensatie van de zaterdagtoeslag die HEMA niet kende. Ook werd voorgesteld chauffeurs op basis van een volledige werkweek van 38 uur aan te stellen.

De ondernemingsraad stemde op 21 oktober 2019 met het voorstel in. Vanaf 2020 paste HEMA voor chauffeurs de aanvullende salarisschalen toe. Afgesproken was dat iedere twee jaar zou worden beoordeeld of deze schalen nog in lijn waren met de TLN-cao en dat zij waar nodig zouden worden aangepast.

Chauffeurs eisen achterstallig loon

Dertien van de eisers waren vrachtwagenchauffeur. Zij vonden dat HEMA de aanvullende salarisschalen ook na de overgang naar de cao Retail Non-Food had moeten blijven indexeren volgens de bepalingen van de voormalige HEMA-cao.

Volgens de chauffeurs had HEMA hun individuele salarissen wel verhoogd, maar waren de bijbehorende salarisschalen onvoldoende meegegroeid. Daardoor zouden negen van hen eerder boven het maximum van hun salarisschaal zijn uitgekomen.

Dat had volgens de werknemers financiële gevolgen. De oude HEMA-cao bepaalde namelijk dat werknemers die boven hun salarisschaal uitkwamen nog recht hadden op 50 procent van de reguliere indexatie, terwijl werknemers binnen de schaal aanspraak konden maken op de volledige verhoging.

De betrokken chauffeurs stelden dat zij door het uitblijven van indexatie van de salarisschalen loon hadden misgelopen. Negen van hen eisten daarom nabetaling van achterstallig salaris.

HEMA voerde aan dat voor chauffeurs een afzonderlijk loongebouw was ingevoerd. De hoogte van de salarisschalen werd volgens het bedrijf niet automatisch aangepast aan de hand van de cao-indexaties, maar periodiek beoordeeld op basis van marktvergelijkingen met de TLN-cao.

Rechter: HEMA hoeft salarisschalen chauffeurs niet automatisch te indexeren

De kantonrechter volgde de uitleg van HEMA. Uit de afspraken met de ondernemingsraad bleek volgens de rechter dat de salarisverhogingen van chauffeurs wel volgens de systematiek van de HEMA-cao plaatsvonden, maar dat de hoogte van de aanvullende salarisschalen afzonderlijk werd beoordeeld.

Daarvoor gebruikte HEMA periodieke marktvergelijkingen, waarbij werd gekeken of de salarisschalen nog aansloten bij de cao Beroepsgoederenvervoer.

Volgens de rechter kon uit de afspraken niet worden afgeleid dat HEMA verplicht was de aanvullende salarisschalen automatisch te indexeren volgens de oude HEMA-cao. Evenmin bestond een verplichting om alle loonsverhogingen uit de TLN-cao rechtstreeks te volgen.

De aanvullende salarisschalen vielen bovendien buiten de reguliere loontabellen van zowel de HEMA-cao als de cao Retail Non-Food. Ook was niet gesteld of gebleken dat de salarisschalen van de chauffeurs niet meer in lijn waren met de TLN-cao.

Daarom hoefde HEMA de salarisschalen niet alsnog te indexeren en hadden de betrokken chauffeurs geen recht op de gevorderde nabetaling van loon.

Werknemers moeten proceskosten betalen

De kantonrechter heeft uiteindelijk alle vorderingen van de dertig (voormalige) medewerkers afgewezen. Daarmee hoeft HEMA geen correcties door te voeren in de verlofopbouw, de verrekening van meer- en minuren of de salarisschalen van de betrokken chauffeurs.

Ook de gevorderde nabetaling van achterstallig loon en de buitengerechtelijke incassokosten van 2.775 euro zijn afgewezen.

Omdat de werknemers volledig in het ongelijk zijn gesteld, moeten zij de proceskosten van HEMA betalen. Deze zijn door de rechtbank vastgesteld op 506 euro, eventueel te vermeerderen met betekeningskosten.

Het vonnis is op 29 september 2026 uitgesproken door de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam en op 5 november 2026 openbaar gepubliceerd.

spot_img

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS