DEN HAAG – Bijna 31 procent van de bedrijven in de sector vervoer en opslag heeft in de afgelopen twaalf maanden geplande investeringen uitgesteld, geschrapt of beide gedaan. Daarmee ligt het aandeel aanzienlijk hoger dan het landelijke gemiddelde van ruim 24 procent. Tegelijkertijd is het ondernemersvertrouwen in de transport- en opslagsector aan het begin van het vierde kwartaal van 2026 het sterkst gedaald van alle onderzochte bedrijfstakken.
Dat blijkt uit de Conjunctuurenquête Nederland van oktober 2026, waarvan de resultaten donderdag 5 november zijn gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), MKB-Nederland en VNO-NCW.
Uit het onderzoek blijkt dat ondernemers terughoudend zijn met investeringen. Financiële beperkingen, onzekerheid over toekomstig overheidsbeleid en regelgeving spelen daarbij een belangrijke rol.
Bijna een derde transportbedrijven past investeringsplannen aan
Binnen de sector vervoer en opslag heeft 15,3 procent van de ondernemers in de afgelopen twaalf maanden geplande investeringen uitgesteld.
Daarnaast heeft 3,9 procent volledig afgezien van bepaalde investeringen. Nog eens 11,6 procent heeft zowel investeringen uitgesteld als plannen geschrapt.
Samen gaat het om 30,8 procent van de bedrijven in deze sector.
Bij 61,4 procent van de transport- en opslagbedrijven zijn de geplande investeringen niet uitgesteld of geschrapt. De overige 7,8 procent had in de onderzochte periode geen investeringsplannen.
Landelijk heeft 14,1 procent van de bedrijven investeringen uitgesteld, 2,5 procent ervan afgezien en 7,6 procent beide gedaan. Daarmee komt het landelijke totaal uit op 24,2 procent.
Vooral vastgoedsector, horeca en industrie stellen investeringen uit
De grootste terughoudendheid is zichtbaar in de verhuur en handel van onroerend goed.
In deze sector heeft 48,5 procent van de bedrijven investeringen uitgesteld, geschrapt of beide gedaan.
Ook in de horeca (36,9 procent) en industrie (33,1 procent) worden relatief veel investeringsplannen aangepast.
In de landbouw, bosbouw en visserij gaat het om 32,2 procent van de bedrijven.
De sector vervoer en opslag volgt met 30,8 procent.
In de informatie- en communicatiesector (15,2 procent) en zakelijke dienstverlening (17 procent) worden investeringen juist relatief weinig uitgesteld of geschrapt.
Bijna helft bedrijven ervaart investeringsbelemmeringen
Landelijk ervaart ruim 48 procent van de ondernemers belemmeringen bij het doen van investeringen.
Financiële beperkingen worden met 16,9 procent het vaakst genoemd.
Daarnaast wijst 13,7 procent op onzekerheid over toekomstig economisch beleid of regelgeving.
Beperkingen door bestaande regelgeving, vergunningen of infrastructuur vormen voor 11,1 procent van de bedrijven een obstakel.
Een tekort aan personeel of gespecialiseerde kennis wordt door 10,3 procent genoemd. Nog eens 8 procent ervaart onvoldoende vraag of onzekere afzetvooruitzichten als belemmering.
Bij deze vraag konden ondernemers maximaal twee belemmeringen aangeven.
Onzekerheid over beleid speelt bij transportbedrijven
Binnen de sector vervoer en opslag wordt onzekerheid over toekomstig economisch beleid of regelgeving met 17,5 procent het vaakst genoemd als investeringsbelemmering.
Daarnaast ervaart 15,7 procent financiële beperkingen.
Een tekort aan personeel of gespecialiseerde kennis speelt bij 14,9 procent van de bedrijven.
Bestaande regelgeving, vergunningen of infrastructuur vormen voor 11,7 procent een obstakel, terwijl 6,6 procent onvoldoende vraag of onzekere afzetvooruitzichten noemt.
De cijfers laten zien dat transport- en opslagbedrijven bij hun investeringsbeslissingen met verschillende onzekerheden rekening moeten houden.
Bij ondernemers in de vastgoedsector vormen bestaande regelgeving, vergunningen en infrastructuur de grootste belemmering. Maar liefst 52,2 procent noemt deze factoren.
In de landbouw, bosbouw en visserij wordt onzekerheid over toekomstig beleid het vaakst genoemd, door 29,1 procent van de bedrijven.
Ook in de industrie speelt deze onzekerheid een belangrijke rol, met 20,8 procent.
Transportsector blijft investeren in technologie en duurzaamheid
Ondanks de terughoudendheid blijven bedrijven investeren om toekomstbestendig te worden.
Landelijk noemt 46,5 procent technologie, zoals digitalisering en automatisering, als belangrijkste investeringsgebied.
Binnen de sector vervoer en opslag ligt dat aandeel met 46,3 procent vrijwel op hetzelfde niveau.
Opvallend is dat duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen in de transport- en opslagsector relatief zwaar wegen.
Bijna een kwart van de ondernemers in deze sector, 24,8 procent, noemt duurzaamheid als belangrijkste investeringsgebied.
Daarnaast geeft 10,6 procent prioriteit aan investeringen in personeel, bijvoorbeeld via opleidingen en cursussen.
Productinnovatie en onderzoek en ontwikkeling worden door 8,1 procent als belangrijkste investeringsgebied genoemd.
Nog eens 7,6 procent van de bedrijven in vervoer en opslag investeert niet met het specifieke doel om toekomstbestendig te blijven.
In de informatie- en communicatiesector is technologie met 64,9 procent verreweg het belangrijkste investeringsgebied.
Bij de autohandel en -reparatie ligt de nadruk juist relatief sterk op personeel. Daar noemt 37,4 procent opleidingen en cursussen als belangrijkste investering.
Ondernemersvertrouwen transportsector sterkst gedaald
Het ondernemersvertrouwen in Nederland is aan het begin van het vierde kwartaal van 2026 onveranderd negatief gebleven.
De vertrouwensindicator staat op -5,3, hetzelfde niveau als in het derde kwartaal.
Ondernemers zijn iets minder negatief over de economische vooruitzichten voor de komende drie maanden dan over de ontwikkeling in de afgelopen drie maanden.
De indicator voor de verwachtingen over het economische klimaat staat op -4,0. De beoordeling van de afgelopen drie maanden komt uit op -6,6.
Tussen de verschillende bedrijfstakken bestaan aanzienlijke verschillen.
Het ondernemersvertrouwen steeg het sterkst in de groothandel en handelsbemiddeling.
In de sector vervoer en opslag daalde het vertrouwen juist het meest.
Ondernemers in de informatie- en communicatiesector zijn het positiefst gestemd. In de landbouw, bosbouw en visserij is het vertrouwen het laagst.
Personeelstekort blijft grootste probleem
Naast de problemen rond investeringen blijft het tekort aan arbeidskrachten de belangrijkste belemmering voor de dagelijkse bedrijfsvoering.
Aan het begin van het vierde kwartaal noemt 32 procent van de bedrijven het personeelstekort als belangrijkste obstakel.
Dat is vrijwel gelijk aan de 33 procent in het voorgaande kwartaal.
Onvoldoende vraag wordt door 19 procent van de ondernemers als belangrijkste belemmering genoemd.
Daarnaast wijst 17 procent op andere oorzaken, waaronder wet- en regelgeving, geopolitieke onzekerheid en hoge energiekosten.
De uitkomsten laten zien dat ondernemers ook aan het einde van 2026 te maken hebben met een combinatie van onzekerheid, personeelstekorten en beperkingen bij het investeren.
Voor de transport- en opslagsector valt vooral op dat relatief veel bedrijven hun investeringsplannen hebben aangepast, terwijl het ondernemersvertrouwen sterker is teruggelopen dan in andere bedrijfstakken.





