HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerZaak rond 400 kilo cocaïne moet deels opnieuw: vrachtwagenchauffeur centraal in bewijsdiscussie
spot_imgspot_imgspot_imgspot_img

Zaak rond 400 kilo cocaïne moet deels opnieuw: vrachtwagenchauffeur centraal in bewijsdiscussie

DEN HAAG – De Hoge Raad heeft dinsdag 27 oktober 2026 een veroordeling in een strafzaak rond de invoer van 400 kilogram cocaïne gedeeltelijk vernietigd. Het gerechtshof Amsterdam had ten onrechte niet beslist op een verzoek van de verdediging om een getuige te horen. De zaak moet daarom gedeeltelijk opnieuw worden behandeld. Dat blijkt uit het arrest dat vandaag werd gepubliceerd.

De zaak maakt deel uit van het strafrechtelijke onderzoek Messina en draait om de betrokkenheid van een verdachte bij de invoer van 400 kilogram cocaïne. Daarbij speelde onder meer het contact met een vrachtwagenchauffeur die de drugs vervoerde een rol.

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelde de verdachte op 30 januari 2025 voor het medeplegen van de invoer van cocaïne. De verdachte ging vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad.

Discussie over telefoon van vrachtwagenchauffeur

Tijdens de behandeling in hoger beroep betwistte de verdediging onder meer dat de verdachte betrokken was geweest bij de aanschaf en overdracht van telefoons die bij het drugstransport zouden zijn gebruikt.

Het ging onder andere om drie telefoons die op 2 februari 2019 in Haarlem zouden zijn aangeschaft. Volgens de verdediging was niet vastgesteld wie de telefoons en simkaarten daadwerkelijk had gekocht.

Ook bestond onduidelijkheid over de overdracht van een telefoon aan de vrachtwagenchauffeur.

De chauffeur had verklaard dat hij op 31 januari 2019 een telefoon had gekregen van een Marokkaanse man die door een andere betrokkene zou zijn gestuurd.

Volgens de verdediging kon die verklaring niet worden gekoppeld aan de verdachte. Bovendien wees de advocaat erop dat een telefoon die op 2 februari zou zijn aangeschaft, onmogelijk al op 31 januari aan de chauffeur kon zijn overhandigd.

Ook een pintransactie bij een Shell-tankstation in IJmuiden op 2 februari 2019 om 22.36 uur bood volgens de verdediging onvoldoende bewijs dat de verdachte verantwoordelijk was voor de overdracht.

Contact tussen verdachte en chauffeur

Daarnaast stond het telefonische contact tussen de verdachte en de vrachtwagenchauffeur ter discussie.

Volgens de verdediging was niet vastgesteld wie bepaalde telefoons en accounts gebruikte en wat de inhoud van de communicatie was geweest.

De advocaat wees er bovendien op dat de verdachte en de chauffeur elkaar kenden. Uit het enkele feit dat zij telefonisch contact hadden gehad, kon volgens de verdediging niet worden afgeleid dat dit contact verband hield met de invoer van cocaïne.

De verdediging wilde de vrachtwagenchauffeur daarom als getuige horen als het gerechtshof diens verklaringen of de onderlinge telefooncontacten voor het bewijs zou gebruiken.

Het verzoek had onder meer betrekking op de vraag van wie de chauffeur de telefoon had gekregen en waarover de contacten hadden plaatsgevonden.

Gerechtshof wees getuigenverzoek niet inhoudelijk af

Het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat het voorwaardelijke verzoek om de chauffeur als getuige te horen uitsluitend betrekking had op de subsidiaire beschuldiging van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne.

Omdat het hof de primaire beschuldiging, het medeplegen van de daadwerkelijke invoer, bewezen achtte, vond het hof dat het niet op het getuigenverzoek hoefde te beslissen.

De Hoge Raad is het daar niet mee eens.

Volgens de hoogste rechter blijkt uit de pleitnota dat de verdediging het verzoek zowel voor de primaire als voor de subsidiaire beschuldiging had gedaan.

Omdat het gerechtshof de verdachte voor het primaire feit veroordeelde en daarbij een verklaring van de vrachtwagenchauffeur als bewijs gebruikte, was voldaan aan de voorwaarde die de verdediging aan het getuigenverzoek had verbonden.

Het gerechtshof had daarom uitdrukkelijk op het verzoek moeten beslissen.

Zaak terug naar gerechtshof Amsterdam

De Hoge Raad verklaart de klacht van de verdediging gegrond en vernietigt de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam gedeeltelijk.

De vernietiging betreft uitsluitend de beslissingen over het eerste ten laste gelegde feit en de strafoplegging.

De beslissing om de in beslag genomen boksbeugels aan het verkeer te onttrekken blijft in stand.

De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam, dat opnieuw moet oordelen over de betreffende beschuldiging en de strafoplegging.

De Hoge Raad heeft de overige cassatieklachten niet inhoudelijk behandeld, omdat de gegrondverklaring van het getuigenverzoek al tot gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak leidt.

Het cassatieberoep is voor het overige verworpen.

spot_img

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS