DORDRECHT – De Rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat een transportbedrijf een vrachtwagenchauffeur terecht op staande voet heeft ontslagen nadat in zijn vrachtwagen meerdere pakketten met een gezamenlijke waarde van ongeveer 9.000 euro werden aangetroffen die al dagen eerder hadden moeten worden afgeleverd. De chauffeur krijgt wel een transitievergoeding, omdat volgens de kantonrechter geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen.
De chauffeur trad op 1 september 2025 in dienst bij het Dordtse transportbedrijf. Op 7 januari 2026 werd hij op staande voet ontslagen, terwijl hij op dat moment ziekgemeld was.
Pakketten vijf dagen later nog in vrachtwagen
Aanleiding voor het ontslag was een controle van de vrachtwagen op 5 januari 2026. Daarbij trof de werkgever op en bij de passagiersstoel meerdere pakketten aan die volgens de planning al op 31 december 2025 hadden moeten worden afgeleverd.
Toen de werkgever de chauffeur hierover belde, verklaarde deze dat hij de pakketten was vergeten af te leveren. Volgens de werkgever had de chauffeur dit bovendien niet gemeld en was hij na zijn rit rechtstreeks naar huis gereden.
De rechtbank oordeelt dat juist het afleveren van pakketten tot de kern van de werkzaamheden van een chauffeur behoort.
Klachten over functioneren
Bij het oordeel woog de kantonrechter ook mee dat tijdens het relatief korte dienstverband al meerdere klachten van klanten waren binnengekomen.
Zo werd in oktober 2025 melding gemaakt van een vertraagd vertrek, onbereikbaarheid en te late leveringen. In december volgden klachten over woordenwisselingen en onbeleefd gedrag aan de telefoon.
De chauffeur stelde dat klanten juist tevreden over hem waren, maar de rechtbank vond die algemene betwisting onvoldoende tegenover de concrete klachten die de werkgever had overgelegd.
Ontslag rechtsgeldig
Volgens de kantonrechter was sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Ook had de werkgever het ontslag direct gegeven en de reden daarvan tijdig meegedeeld.
Daarom blijft het ontslag in stand en heeft de chauffeur geen recht op een vergoeding wegens onregelmatig ontslag of op een billijke vergoeding.
Wel recht op transitievergoeding
Ondanks het rechtsgeldige ontslag kent de rechtbank de chauffeur wel een transitievergoeding van € 952,06 bruto toe.
De rechter benadrukt dat een dringende reden voor ontslag niet automatisch betekent dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, waardoor een transitievergoeding zou vervallen.
Tijdens de procedure verklaarde de chauffeur dat hij rond het incident kampte met ernstige vermoeidheidsklachten en zich had ziekgemeld. Volgens hem had de bedrijfsarts aangegeven dat hij tegen een burn-out aan zat. De werkgever heeft die verklaring niet weersproken.
De rechtbank concludeert daarom dat de hoge wettelijke drempel voor ernstig verwijtbaar handelen in dit geval niet is gehaald.
Daarnaast werd de chauffeur veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de werkgever, in totaal 1.009 euro.






