ARNHEM – Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bepaald dat een zelfstandig transportondernemer geen toegang krijgt tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De ondernemer had een voorwaardelijk verzoek ingediend nadat het Pensioenfonds Vervoer zijn faillissement had aangevraagd, maar volgens het hof ontbraken essentiële gegevens waardoor het verzoek niet in behandeling kon worden genomen.
Faillissementsverzoek door Pensioenfonds Vervoer
De transportondernemer exploiteert een eenmanszaak waarmee hij als zzp’er transportopdrachten uitvoert voor verschillende opdrachtgevers. Daarnaast werkt hij 32 uur per week als nachtplanner in loondienst. Tegen hem was een faillissementsverzoek ingediend door de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg.
Om een faillissement te voorkomen vroeg de ondernemer de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tegelijkertijd probeerde hij via een schuldhulpverlener een buitengerechtelijke regeling met zijn schuldeisers te treffen.
Ondernemer wilde meer tijd
De ondernemer vroeg de rechtbank en later ook het gerechtshof om de behandeling van zijn verzoek aan te houden, zodat hij eerst kon proberen een minnelijk akkoord met zijn schuldeisers te bereiken. Volgens hem zou daarmee uiteindelijk een groter deel van de schulden kunnen worden afgelost dan via de WSNP.
Het hof toonde begrip voor die wens, maar oordeelde dat de Faillissementswet daarvoor geen ruimte biedt.
Verzoek niet compleet
Volgens het gerechtshof ontbraken bij het verzoek verschillende wettelijk verplichte documenten. Zo waren onder meer een gespecificeerd overzicht van de inkomsten uit de transportonderneming, een overzicht van de vaste lasten, recente bankafschriften en financiële gegevens van de onderneming niet overgelegd. Ook ontbrak de wettelijk vereiste verklaring dat een buitengerechtelijke schuldregeling niet haalbaar was.
Omdat het verzoek ook na meerdere herstelmogelijkheden niet compleet was, verklaarde het hof de ondernemer net als de rechtbank niet-ontvankelijk.
Bezwaar tegen pensioenfonds
De ondernemer voerde aan dat het Pensioenfonds Vervoer de faillissementsaanvraag gebruikte als drukmiddel om een hoger percentage van de openstaande vordering betaald te krijgen. Volgens het hof kan dat bezwaar niet worden beoordeeld binnen de schuldsaneringsprocedure, maar hoort dat thuis in de afzonderlijke faillissementsprocedure.
Met de uitspraak bekrachtigt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het eerdere vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, waarmee de transportondernemer geen toegang krijgt tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.






