DEN HAAG – Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie komt niet met een nieuw actieplan om werknemers op Schiphol beter te beschermen tegen kankerverwekkende stoffen. Volgens de minister zijn Schiphol en de werkgevers op de luchthaven zelf verantwoordelijk voor een gezonde en veilige werkomgeving. Zij hebben in 2024 al een plan van aanpak opgesteld om de blootstelling aan kerosine- en dieselmotoruitstoot te verminderen.
Dat schrijft Aartsen in een brief van dinsdag 27 oktober 2026 aan de Tweede Kamer. De brief is een reactie op een verzoek van Kamerlid Kostić van de Partij voor de Dieren (PvdD).
Tijdens het commissiedebat Luchtvaart op 7 oktober vroeg Kostić de minister van Infrastructuur en Waterstaat om samen met de luchtvaartsector een actieplan op te stellen met aanvullende maatregelen tegen blootstelling aan kankerverwekkende stoffen.
Het Kamerlid wilde dat dit plan vóór het tweeminutendebat Luchtvaart van woensdag 28 oktober aan de Tweede Kamer zou worden aangeboden.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft het verzoek doorgestuurd naar Aartsen, omdat het arbeidsomstandighedenstelsel onder zijn verantwoordelijkheid valt.
Werkgevers verantwoordelijk voor bescherming
Aartsen benadrukt dat werknemers op Schiphol recht hebben op een gezonde en veilige werkomgeving.
Volgens de Arbeidsomstandighedenwet zijn werkgevers primair verantwoordelijk voor de bescherming van hun personeel.
Dat betekent dat Schiphol en de bedrijven die op de luchthaven actief zijn, verplicht zijn de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen zoveel mogelijk te beperken, voor zover dat technisch mogelijk is.
In 2024 hebben Schiphol en de betrokken werkgevers al een plan van aanpak opgesteld om de blootstelling aan kerosinemotoruitstoot (KME) en dieselmotoruitstoot (DME) te minimaliseren.
Dat gebeurde naar aanleiding van handhavend optreden door de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Volgens de minister wordt het plan momenteel uitgevoerd en zullen de maatregelen ook de komende jaren worden voortgezet.
De Nederlandse Arbeidsinspectie onderhoudt regelmatig contact met de betrokken partijen over de voortgang.
RIVM onderzoekt mogelijke DNA-schade
Naast de bestaande maatregelen laat de minister aanvullend onderzoek uitvoeren naar de gezondheidsrisico’s van kerosinemotoruitstoot.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft opdracht gekregen onderzoek te doen naar de genotoxiciteit van kerosinemotoruitstoot.
Daarbij wordt onderzocht in hoeverre blootstelling aan deze uitstoot DNA-schade kan veroorzaken.
Aartsen wijst erop dat de overheid vanuit haar verantwoordelijkheid voor het arbeidsomstandighedenstelsel bijdraagt aan de bescherming van werknemers door wet- en regelgeving, het vaststellen van wettelijke grenswaarden en kennisontwikkeling over kankerverwekkende stoffen.
Ook op Europees niveau wil de minister de kennis over de gezondheidsrisico’s van kerosinemotoruitstoot vergroten.
De uitkomsten van het recente advies van de Gezondheidsraad over kerosinemotoruitstoot en het onderzoek van het RIVM worden onder de aandacht gebracht van de Europese Commissie.
Geen aanvullende maatregelen aangekondigd
Uit de Kamerbrief blijkt dat het kabinet vooralsnog vasthoudt aan de bestaande aanpak, waarbij Schiphol en de werkgevers verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van beschermende maatregelen.
De minister kondigt geen nieuw gezamenlijk actieplan met aanvullende maatregelen aan, zoals door de Partij voor de Dieren was gevraagd.
In een bijgevoegde ambtelijke beslisnota wordt eveneens verwezen naar de maatregelen die sinds 2024 worden uitgevoerd en naar het lopende onderzoek naar de gezondheidsrisico’s.
De Nederlandse Arbeidsinspectie blijft de voortgang van de bestaande maatregelen volgen.







