DEN HAAG â Bij 152 van de 274 onderzochte pakket- en koeriersvervoerders (55 procent) is geen geldige vergunning voor beroepsgoederenvervoer gevonden. Dat blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO). De toezichthouders constateren dat opdrachtgevers onvoldoende controleren of de vervoerders en onderaannemers die zij inschakelen over de vereiste vergunningen beschikken.
Het uitbesteden van vervoer aan bedrijven zonder de benodigde vergunning kan volgens ILT en NIWO leiden tot oneerlijke concurrentie, druk op transporttarieven en risico’s voor de verkeersveiligheid en arbeidsomstandigheden.
De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels ligt daarbij niet alleen bij de vervoerder, maar ook bij afzenders, opdrachtgevers en expediteurs.
Bij 152 vervoerders geen geldige vergunning gevonden
Voor het onderzoek spraken ILT en NIWO met zes opdrachtgevers en expediteurs in de pakket- en koerierssector. Hierdoor kwamen bijna 300 vervoerders in beeld.
Uit de vervoerderslijsten en gegevens over uitbesteed vervoer bleek dat 122 van de 274 onderzochte vervoerders (45 procent) over een geldige vergunning beschikten.
Bij de overige 152 vervoerders (55 procent) werd geen geldige vergunning gevonden.
De toezichthouders benadrukken dat dit niet automatisch betekent dat deze bedrijven de wet overtreden.
Of een vervoerder vergunningplichtig is, hangt onder meer af van het gebruikte voertuig, de voertuigregistratie op het kentekenbewijs en de manier waarop het vervoer wordt uitgevoerd.
Wel werd vastgesteld dat sommige bedrijven daadwerkelijk beroepsgoederenvervoer verrichtten zonder de daarvoor vereiste vergunning.
Vergunningen worden onvoldoende gecontroleerd
Volgens ILT en NIWO zijn pakket- en koeriersbedrijven doorgaans bekend met de vergunningplicht voor beroepsgoederenvervoer.
Bij meerdere opdrachtgevers wordt bij het aangaan van een samenwerking gecontroleerd of een vervoerder over de juiste vergunning beschikt.
Ook is de verplichting vaak opgenomen in contracten of algemene voorwaarden.
Met een geldige vergunning tonen vervoerders aan dat zij voldoen aan bepaalde eisen op het gebied van betrouwbaarheid en vakbekwaamheid.
Wat volgens de toezichthouders echter ontbreekt, is een vaste en periodieke controle op de geldigheid van deze vergunningen.
Daarnaast wordt onvoldoende gecontroleerd welke voertuigen, chauffeurs en onderaannemers daadwerkelijk worden ingezet.
Opdrachtgevers weten niet altijd wie het vervoer uitvoert
Het onderzoek laat zien dat opdrachtgevers niet altijd weten welke vervoerder hun transportopdrachten daadwerkelijk uitvoert.
Dat probleem speelt vooral wanneer vervoerders opdrachten verder uitbesteden aan onderaannemers.
Ook wanneer gebruik wordt gemaakt van eigen depots van vervoerders of wanneer meerdere onderaannemers bij een transport betrokken zijn, wordt het toezicht ingewikkelder.
Volgens ILT en NIWO worden vergunningnummers en vervaldata bovendien niet altijd volledig geregistreerd.
De controle op kentekens en chauffeurs is vaak beperkt.
Wanneer een expediteur niet precies weet welke voertuigen worden ingezet of geen zicht heeft op bepaalde routes en depots, wordt het moeilijker om vast te stellen of het vervoer volgens de regels wordt uitgevoerd.
Inspectierapporten voor vervoerders zonder vergunning
Tijdens het onderzoek kwamen ook bedrijven naar voren die zonder de vereiste vergunning beroepsgoederenvervoer uitvoerden.
Deze vervoerders hebben van de toezichthouders een inspectierapport met bevindingen ontvangen.
Daarin wordt uitgelegd wanneer een vervoerder vergunningplichtig is en aan welke regels moet worden voldaan.
Ook de opdrachtgevers van deze vervoerders zijn over de bevindingen geïnformeerd.
Volgens ILT en NIWO kan een herhaling of vastgestelde overtreding leiden tot verdere maatregelen.
Daarbij kan onder meer een last onder dwangsom worden opgelegd of proces-verbaal worden opgemaakt.
Ook opdrachtgevers kunnen verantwoordelijk worden gehouden
ILT en NIWO benadrukken dat afzenders en expediteurs op grond van de Wet wegvervoer goederen (WWG) medeverantwoordelijk zijn voor de naleving van de regels.
Deze zogenoemde ketenaansprakelijkheid betekent dat de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij de vervoerder ligt.
Opdrachtgevers moeten erop toezien dat zij gebruikmaken van vervoerders die aan de wettelijke eisen voldoen.
Wanneer dat niet gebeurt, kunnen ook afzenders en expediteurs verantwoordelijk worden gehouden voor overtredingen of misstanden.
Dat geldt eveneens wanneer een vervoerder het transport verder uitbesteedt aan een onderaannemer.
Volgens de toezichthouders hebben opdrachtgevers niet altijd voldoende zicht op deze uitbestedingsconstructies. In sommige gevallen zijn de afspraken hierover onvoldoende geregeld.
Meer toezicht op volledige transportketen nodig
ILT en NIWO adviseren opdrachtgevers om duidelijke afspraken te maken met vervoerders over het naleven van de vergunningplicht.
Daarbij is het volgens de toezichthouders belangrijk om vergunningen niet alleen bij het aangaan van een overeenkomst te controleren, maar ook gedurende de samenwerking.
Ook moeten opdrachtgevers beter vastleggen welke vervoerders, voertuigen en onderaannemers worden ingezet.
Met het onderzoek willen ILT en NIWO duidelijk maken dat een eerlijke transportsector alleen mogelijk is wanneer alle betrokken partijen in de vervoersketen hun verantwoordelijkheid nemen.
Het inschakelen van vervoerders zonder de vereiste vergunning kan volgens de toezichthouders niet alleen de eerlijke concurrentie verstoren, maar ook gevolgen hebben voor de veiligheid en arbeidsomstandigheden binnen de pakket- en koerierssector.







