DEN HAAG – Op verzorgingsplaatsen langs Nederlandse snelwegen kunnen onder de nieuwe Wet voorzieningen verzorgingsplaatsen afzonderlijke gemakswinkels worden toegestaan, ook wanneer er al een wegrestaurant aanwezig is. Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat ziet geen aanleiding om dit te verbieden. Ook komen er geen landelijke maximumafmetingen voor gemakswinkels.
Dat blijkt uit een brief die de minister op 26 oktober 2026 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin reageert hij op zorgen van de Federatie Wegverzorgende Horecabedrijven (FWH) over het wetsvoorstel dat de verdeling van commerciële voorzieningen op verzorgingsplaatsen moet veranderen.
De FWH vreest onder meer dat bestaande wegrestaurants te maken krijgen met extra concurrentie, terwijl de beschikbare ruimte op verzorgingsplaatsen beperkt is. Ook maakt de organisatie zich zorgen over het behoud van voorzieningen voor vrachtwagenchauffeurs en andere weggebruikers.
Wegrestaurant en gemakswinkel zijn verschillende voorzieningen
Volgens Karremans zijn een wegrestaurant en een gemakswinkel juridisch twee verschillende voorzieningen.
Voor bestaande wegrestaurants zijn in het verleden langdurige erfpachtrechten uitgegeven, vaak met een looptijd van 99 jaar. Aan deze rechten zijn verplichtingen verbonden, zoals het verplicht geopend houden van het restaurant en beperkingen op onderverhuur.
Voor gemakswinkels voorziet het nieuwe wetsvoorstel in exploitatievergunningen die periodiek worden geveild. Deze vergunningen krijgen een maximale looptijd van vijftien jaar.
Omdat beide voorzieningen juridisch verschillend zijn, kan volgens de minister naast een bestaand wegrestaurant ook een afzonderlijke gemakswinkel worden toegestaan.
De FWH vraagt zich af waarom schaarse ruimte op een verzorgingsplaats tweemaal voor vergelijkbare voorzieningen zou moeten worden gebruikt.
Karremans erkent dat de beschikbare ruimte beperkt is. De uiteindelijke verdeling van voorzieningen wordt daarom vastgelegd in een landelijke routekaart en afzonderlijke inrichtingsplannen per verzorgingsplaats.
Geen maximale omvang voor gemakswinkels
De minister wil geen landelijk maximum vastleggen voor de oppervlakte, bouwhoogte of het aantal zitplaatsen van gemakswinkels.
Volgens Karremans verschilt de beschikbare ruimte sterk per verzorgingsplaats. Daarom moet per locatie worden bepaald hoe groot een gemakswinkel mag worden.
De FWH vreest dat gemakswinkels hierdoor kunnen uitgroeien tot volwaardige horecabedrijven die rechtstreeks concurreren met bestaande wegrestaurants.
De minister bevestigt dat gemakswinkels naast producten voor onderweg en eet- en drinkwaren ook uitgebreidere horecavoorzieningen mogen aanbieden.
De maximale omvang en locatie worden echter vastgelegd in de inrichtingsplannen. Daarbij kunnen aanvullende voorwaarden en beperkingen worden gesteld.
Gemakswinkels op verzorgingsplaatsen mogen geen alcohol verkopen.
Bestaande wegrestaurants behouden erfpachtrechten
Een belangrijk discussiepunt is de positie van bestaande wegrestaurants met langdurige erfpachtrechten.
Onder het wetsvoorstel kunnen deze ondernemers vrijwillig overstappen naar het nieuwe vergunningstelsel.
Zij krijgen dan bij de eerste uitgifte voorrang op een exploitatievergunning voor een gemakswinkel, zonder aan een veiling te hoeven deelnemen.
Daar staat tegenover dat zij hun bestaande langdurige erfpachtrecht moeten opgeven.
De nieuwe vergunning heeft een beperkte looptijd van maximaal vijftien jaar, maar kent niet alle verplichtingen die aan de oude erfpachtrechten zijn verbonden.
Volgens de FWH betekent dit dat ondernemers moeten kiezen tussen het behouden van hun langdurige rechtszekerheid en het verkrijgen van een vergunning onder het nieuwe stelsel.
Karremans benadrukt dat de overstap vrijwillig is. Ondernemers die hun bestaande erfpachtrecht willen behouden, kunnen hun wegrestaurant onder de huidige voorwaarden blijven exploiteren.
De minister wil de overgangsregeling daarom niet aanpassen.
Geen schadevergoeding voor wegrestaurants
De FWH heeft ook vragen gesteld over mogelijke schadevergoeding voor wegrestaurants die door het nieuwe stelsel worden geraakt.
De minister ziet geen aanleiding om hiervoor nadeelcompensatie beschikbaar te stellen.
Volgens Karremans worden bestaande erfpachtrechten niet beëindigd en worden ondernemers niet verplicht over te stappen naar het nieuwe vergunningstelsel.
Ook benadrukt hij dat nieuwe voorzieningen niet op het terrein van bestaande wegrestaurants worden geplaatst, zoals dat in hun erfpachtovereenkomsten is afgebakend.
Op vrijwel alle verzorgingsplaatsen is volgens de minister bovendien al een gemakswinkel aanwezig, vaak bij een tankstation.
Toiletten en douches voor vrachtwagenchauffeurs
De FWH maakt zich daarnaast zorgen over het behoud van voorzieningen die bestaande wegrestaurants aanbieden.
Daarbij gaat het onder meer om toiletten, douches, verblijfsruimten en toezicht. Vooral voor vrachtwagenchauffeurs zijn dergelijke voorzieningen belangrijk tijdens verplichte rustpauzes.
De organisatie vraagt wie verantwoordelijk wordt voor deze faciliteiten wanneer een wegrestaurant zijn activiteiten beëindigt.
Karremans bevestigt dat het nieuwe vergunningstelsel geen algemene exploitatieplicht bevat.
Volgens de minister maken toiletten onderdeel uit van gemakswinkels. In de inrichtingsplannen worden voorwaarden opgenomen over de aanwezigheid van publiek toegankelijke toiletten.
Voor douches, verblijfsruimten en toezicht wordt in de Kamerbrief geen afzonderlijke verplichting aangekondigd.
Wanneer een vergunninghouder zijn voorziening niet realiseert of de exploitatie beëindigt, kan de vergunning worden ingetrokken.
Veilige inrichting voor vrachtwagens en personenauto’s
Bij de nieuwe inrichting van verzorgingsplaatsen moet volgens de minister verkeersveiligheid vooropstaan.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar de bereikbaarheid van voorzieningen, overzichtelijkheid, verlichting en het beperken van zoekverkeer.
Ook moeten verkeersstromen van zware en lichte voertuigen zoveel mogelijk van elkaar worden gescheiden.
Dat is vooral van belang op drukke verzorgingsplaatsen waar vrachtwagens, personenauto’s en andere weggebruikers dezelfde voorzieningen gebruiken.
De FWH vraagt om duidelijke wettelijke eisen voor de zichtbaarheid en bereikbaarheid van bestaande wegrestaurants.
De minister wil daarvoor geen afzonderlijke wettelijke criteria vastleggen. Deze aspecten worden meegenomen bij het opstellen van de inrichtingsplannen.
Nieuwe plannen in eerste helft 2027
De landelijke routekaart en de afzonderlijke inrichtingsplannen voor verzorgingsplaatsen zijn nog in ontwikkeling.
Een conceptversie van de routekaart is op 29 juni 2026 met de Tweede Kamer gedeeld.
De minister verwacht de Kamer in de eerste helft van 2027 opnieuw te informeren over de voortgang.
Bij de verdere uitwerking worden onder meer Transport en Logistiek Nederland (TLN), evofenedex, ANWB en de FWH betrokken.
Ook vertegenwoordigers van tankstations, laadexploitanten en andere aanbieders van commerciële voorzieningen nemen deel aan het overleg.
Volgens Karremans moet het nieuwe stelsel zorgen voor een veilige en doelmatige verdeling van voorzieningen, waarbij weggebruikers voldoende mogelijkheden behouden om te rusten, eten, drinken, tanken of hun voertuig op te laden.







