HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerMinister weigert versoepeling code 95: 12-uursnorm voor vrachtwagenchauffeurs blijft
spot_imgspot_imgspot_imgspot_img

Minister weigert versoepeling code 95: 12-uursnorm voor vrachtwagenchauffeurs blijft

DEN HAAG – De verplichte nascholing voor beroepschauffeurs met code 95 wordt voorlopig niet versoepeld. Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat houdt vast aan de Nederlandse 12-uursnorm voor vrijstellingen, ondanks kritiek van het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Wel wil de minister in Brussel aandringen op eenvoudigere Europese regels en wordt onderzocht of chauffeurs hun verplichte praktijknascholing tijdens het werk kunnen volgen.

Dat schrijft Karremans dinsdag 27 oktober 2026 in een brief aan de Tweede Kamer. De minister reageert daarmee op een advies dat het ATR op 31 augustus uitbracht naar aanleiding van klachten uit het bedrijfsleven over de administratieve lasten en kosten van de verplichte nascholing.

Volgens het adviescollege ervaren vooral bedrijven die incidenteel een vrachtwagen gebruiken, maar waarbij vervoer niet de hoofdactiviteit is, de verplichtingen als ongelijk en disproportioneel.

35 uur nascholing per vijf jaar

Beroepschauffeurs die rijden met een voertuig waarvoor rijbewijs C1(E), C(E), D1(E) of D(E) nodig is, moeten in beginsel beschikken over code 95.

Deze aanduiding op het rijbewijs is vijf jaar geldig. Om de code te behouden, moeten chauffeurs iedere vijf jaar 35 uur nascholing volgen.

Daarvan moet minimaal zeven uur bestaan uit praktijktraining. De overige uren kunnen worden ingevuld met theoriecursussen en, waar mogelijk, e-learning.

Nederland kent momenteel ongeveer vijftig verschillende nascholingscursussen. Daarmee wordt volgens het ministerie rekening gehouden met de uiteenlopende werkzaamheden binnen het goederen- en personenvervoer.

Het doel van de nascholing is het verbeteren van de verkeersveiligheid en het op peil houden van de vakbekwaamheid van beroepschauffeurs.

Kritiek op strikte 12-uursnorm

Een belangrijk kritiekpunt van het ATR betreft de Nederlandse 12-uursnorm.

Onder bepaalde voorwaarden zijn bestuurders vrijgesteld van de nascholingsplicht wanneer zij maximaal twaalf uur per week rijden om materialen, uitrusting of machines voor hun eigen werkzaamheden te vervoeren en het besturen van het voertuig niet hun hoofdactiviteit is.

Deze uitzondering kan bijvoorbeeld gelden voor kermisexploitanten en eigenaren van foodtrucks.

Voor chauffeurs die minder dan twaalf uur per week rijden, maar voor wie vervoer wel de hoofdtaak is, geldt de vrijstelling niet.

Het ATR adviseert om de strikte wekelijkse grens te schrappen en in plaats daarvan een passend gemiddelde per maand te hanteren.

Daarbij wijst het adviescollege op de Europese toelichting dat het besturen van een voertuig doorgaans niet als hoofdactiviteit wordt beschouwd wanneer dit minder dan 30 procent van de maandelijkse werktijd beslaat.

Minister wijst versoepeling af

Karremans neemt dit advies niet over.

Volgens de minister heeft Nederland de uitzonderingen uit de Europese richtlijn volledig overgenomen en gaat de nationale regelgeving niet verder dan Europees verplicht is.

De grens van twaalf uur per week biedt volgens hem juist duidelijkheid voor bedrijven, chauffeurs en toezichthouders.

Ook zou deze norm ervoor zorgen dat slechts een beperkte administratie nodig is om aan te tonen dat aan de voorwaarden voor vrijstelling wordt voldaan.

De minister erkent dat bij iedere grens mensen buiten de regeling vallen die dat als onrechtvaardig kunnen ervaren.

Nederland wil Europese regels aanpassen

Een ander advies van het ATR wordt wel overgenomen.

Het adviescollege wil dat Nederland bij de Europese Commissie aandringt op een uniforme en minder belastende regeling voor vrijstellingen van de nascholingsplicht.

Karremans zegt toe het voorstel en de onderbouwing van het ATR aan de Europese Commissie voor te leggen.

Het ministerie zal het adviescollege vervolgens informeren over de reactie vanuit Brussel.

Volgens de minister is vermindering van Europese regeldruk een belangrijk speerpunt van het kabinet.

Praktijknascholing tijdens het werk

Een mogelijke verandering voor beroepschauffeurs is het volgen van verplichte praktijknascholing tijdens de dagelijkse werkzaamheden.

Het CBR is hiervoor een proef gestart onder de naam ‘learning on the job’.

Daarbij wordt onderzocht of praktijktraining tijdens reguliere werkzaamheden de nascholing beter kan laten aansluiten op de beroepspraktijk.

Volgens de minister zijn de eerste ervaringen positief.

De proef loopt tot medio 2027 en wordt daarna geëvalueerd.

Het ATR adviseert om deze vorm van praktijknascholing structureel mogelijk te maken, tenzij uit de evaluatie zwaarwegende bezwaren naar voren komen.

De minister wil dit advies op termijn overnemen, maar benadrukt dat eerst duidelijk moet worden hoe het CBR toezicht kan houden op dergelijke trainingen.

Ook moet er een voldoende juridische basis komen voordat deze vorm van nascholing definitief kan worden ingevoerd.

Praktijktrainers mogen niet bij andere bedrijven opleiden

Een ander voorstel van het ATR is om gecertificeerde praktijktrainers toe te staan ook chauffeurs van andere bedrijven nascholing te geven.

Dat voorstel wordt afgewezen.

Momenteel kunnen ervaren medewerkers na een specifieke opleiding praktijktraining verzorgen voor collega’s binnen hun eigen bedrijf. Zij beschikken daarvoor over een certificaat als praktijktrainer nascholing (PTN).

Volgens de minister is deze mogelijkheid juist bedoeld voor bedrijfsspecifieke trainingen.

Een praktijktrainer kent de collega’s, de werkzaamheden en de gebruikte voertuigen binnen de eigen onderneming.

Dat is volgens het ministerie belangrijk omdat er grote verschillen bestaan tussen bijvoorbeeld geconditioneerd transport, containervervoer en sierteelttransport.

Daarnaast wil de minister voorkomen dat praktijktrainers zonder de uitgebreide opleidingseisen voor reguliere rijinstructeurs bij allerlei andere bedrijven nascholing gaan verzorgen.

Ook moet worden voorkomen dat bedrijven investeren in de opleiding van praktijktrainers die vervolgens elders trainingen gaan geven.

Wanneer een praktijktrainer bij een andere werkgever nascholing wil verzorgen, moet hij daar in dienst zijn en een nieuw of vervangend PTN-certificaat behalen.

CBR blijft nascholingscursussen beoordelen

Het ATR adviseert verder om de bestaande nascholingsmodules te beoordelen op effectiviteit, bijdrage aan verkeersveiligheid en administratieve lasten.

Volgens de minister gebeurt dit al voortdurend.

Het CBR onderhoudt het raamwerk waarin de eisen voor nascholingscursussen zijn vastgelegd. Daarbij wordt gebruikgemaakt van ervaringen van chauffeurs, opleidingsinstituten en werkgevers- en werknemersorganisaties.

Ook worden chauffeurs gevraagd naar hun ervaringen met gevolgde cursussen.

Het CBR bespreekt de nascholing onder meer met Transport en Logistiek Nederland (TLN), evofenedex en vakbonden.

Uit een onderzoek dat het CBR samen met TLN, evofenedex en Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) onder werkgevers uitvoerde, bleek dat er behoefte is aan meer aantoonbare meerwaarde van nascholing, duidelijkere verantwoordelijkheden en betere informatievoorziening.

De betrokken organisaties werken aan de verdere uitwerking van deze verbeterpunten.

Ook aandacht voor rijinstructeurs

Het ATR wil daarnaast dat wordt onderzocht hoe de administratieve lasten bij de opleiding en nascholing van rijinstructeurs kunnen worden verminderd.

De minister verwijst hiervoor naar de verdere ontwikkeling van het Nederlandse rijonderwijs.

Daarbij wordt gewerkt aan aanbevelingen uit het advies ‘Van rijles naar rijonderwijs’ van Emile Roemer.

Dit traject richt zich specifiek op rijbewijs B. Wanneer daaruit maatregelen voortkomen die ook bruikbaar zijn voor code 95, worden deze volgens de minister op termijn meegenomen.

Voorlopig geen grote veranderingen

Van de zes aanbevelingen van het ATR neemt de minister er één direct over: het aankaarten van eenvoudigere vrijstellingsregels bij de Europese Commissie.

Het structureel mogelijk maken van praktijknascholing tijdens het werk wordt op termijn overgenomen, afhankelijk van de uitkomsten van de lopende proef en de juridische mogelijkheden.

De voorstellen om de 12-uursnorm te schrappen en praktijktrainers ook bij andere bedrijven nascholing te laten verzorgen, worden afgewezen.

Voor beroepschauffeurs en transportbedrijven verandert er daardoor voorlopig niets aan de bestaande nascholingsverplichtingen voor code 95.

spot_img

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS