DEN HAAG – De cao-lonen in de bedrijfstak vervoer en opslag zijn in het derde kwartaal van 2026 met 3,7 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee is de loonstijging in de transportsector groter dan in het derde kwartaal van 2025, toen de cao-lonen met 3,1 procent toenamen. Gemiddeld over alle bedrijfstakken stegen de cao-lonen met 4,0 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De cao-loonstijging in vervoer en opslag ligt daarmee iets onder het landelijke gemiddelde. Opvallend is dat de loonontwikkeling in de sector versnelt, terwijl de stijging van de cao-lonen over de gehele Nederlandse economie juist verder afneemt.
In het derde kwartaal van 2025 stegen de cao-lonen gemiddeld nog met 4,6 procent. In het eerste kwartaal van 2026 bedroeg de stijging 4,5 procent en in het tweede kwartaal 4,3 procent. In het afgelopen kwartaal kwam de stijging uit op 4,0 procent.
Sinds de hoge cao-loonstijging van 6,8 procent in het derde kwartaal van 2024 neemt de gemiddelde loonontwikkeling volgens het CBS af.
Weinig verschil tussen sectoren
De loonontwikkeling bij de overheid, gesubsidieerde instellingen en particuliere bedrijven ligt in het derde kwartaal dicht bij elkaar.
Bij particuliere bedrijven stegen de cao-lonen met 4,1 procent. Bij gesubsidieerde instellingen bedroeg de stijging 4,0 procent en bij de overheid 3,9 procent.
Een jaar eerder waren de verschillen tussen deze drie sectoren groter. Bij particuliere bedrijven bedroeg de cao-loonstijging toen 4,8 procent, bij gesubsidieerde instellingen 5,1 procent en bij de overheid 3,1 procent.
Bouw en zakelijke dienstverlening grootste stijgers
De sterkste cao-loonstijging werd in het derde kwartaal gemeten in de bouwnijverheid en de specialistische zakelijke dienstverlening. In beide bedrijfstakken stegen de lonen met 5,0 procent.
De financiële dienstverlening volgt met een stijging van 4,9 procent. In het onderwijs namen de cao-lonen met 4,4 procent toe en in de industrie met 4,2 procent.
Vervoer en opslag komt met 3,7 procent onder het gemiddelde van 4,0 procent uit.
De kleinste stijging werd gemeten in de horeca, waar de cao-lonen met 2,9 procent toenamen. In informatie en communicatie bedroeg de stijging 3,1 procent.
Reële loonstijging 0,8 procent
Na correctie voor inflatie bedraagt de gemiddelde reële cao-loonstijging in het derde kwartaal van 2026 voorlopig 0,8 procent. Daarmee stijgt de koopkracht van de cao-lonen gemiddeld nog steeds, maar minder sterk dan in de voorgaande kwartalen.
In het eerste kwartaal van dit jaar bedroeg de reële cao-loonstijging 2,0 procent. In het tweede kwartaal was dat 1,2 procent.
Volgens het CBS is de reële cao-loonontwikkeling inmiddels twaalf kwartalen achter elkaar positief.
Het percentage van 0,8 procent is nog voorlopig. Het inflatiecijfer over het volledige derde kwartaal is nog niet bekend. De berekening is daarom gebaseerd op de prijsontwikkeling in juli en augustus. Op 2 oktober verschijnt de snelle raming van de inflatie over september.
Cijfers nog voorlopig
Ook de cao-looncijfers over het derde kwartaal zijn voorlopig. De cijfers zijn gebaseerd op 91 procent van de cao’s die onderdeel zijn van de statistiek.
Volgens het CBS valt ongeveer driekwart van alle werknemers in Nederland onder een cao.






