Clicky

dinsdag 20 januari 2026 - 15:06 uur
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerTransportbedrijf moet reparatiefacturen betalen: opschorting voor ontbrekende grille hield geen stand

Transportbedrijf moet reparatiefacturen betalen: opschorting voor ontbrekende grille hield geen stand

De kantonrechter van de Rechtbank Overijssel heeft een VOF en twee vennoten veroordeeld tot betaling van openstaande facturen voor reparatiewerkzaamheden aan een vrachtwagen. De gedaagden hielden facturen grotendeels onbetaald omdat een frontgrille niet (tijdig) was geleverd, maar dat beroep op opschorting ging volgens de rechter slechts zeer beperkt op. Ook een beroep op (partiële) ontbinding van de overeenkomst slaagde niet. Dat blijkt uit een vonnis van 13 januari 2026, gepubliceerd op 20 januari 2026.

Twee opdrachten: schadeherstel en montage tachograaf

Tussen partijen werden twee overeenkomsten van opdracht gesloten: in december 2024 voor schadeherstel aan de vrachtwagen (onder meer bumper en grille) en in januari 2025 voor het installeren van een nieuwe tachograaf. Voor de tachograaf stuurde het reparatiebedrijf op 9 januari 2025 een factuur van € 2.106,37. Op 18 maart 2025 volgde de factuur voor de eerste reparatie van € 3.121,64.

De vrachtwagen werd na het schadeherstel – zonder nieuwe grille – weer in gebruik genomen. De grille was aanvankelijk in de verkeerde kleur gespoten en werd teruggestuurd om opnieuw te spuiten.

Opschorting buiten proportie

De gedaagden betaalden een groot deel van de facturen niet en stelden dat zij mochten opschorten omdat de grille ontbrak. De kantonrechter oordeelde echter dat opschorting alleen mag voor zover dat in redelijke verhouding staat tot de tekortkoming. In dit geval had opschorting hooguit betrekking kunnen hebben op het deel dat ziet op de grille zelf: € 395,67 (exclusief spuit- en montagewerk, door de rechter ter zitting aangeduid als circa € 100 spuitwerk en ongeveer € 10 montage).

Dat gedaagden de factuur voor de tachograaf (een afzonderlijke opdracht) en vrijwel de volledige reparatiefactuur grotendeels onbetaald lieten, vond de rechtbank niet gerechtvaardigd.

Reparateur mocht werk onder zich houden en gedaagden raakten in schuldeisersverzuim

De rechter stelde vast dat de reparateur zich terecht beriep op de onzekerheidsexceptie (het opschorten van levering wegens gegronde vrees voor niet-betalen) en op het retentierecht. Toen het bedrijf de grille later alsnog probeerde te leveren, werkten de gedaagden niet mee. De grille werd op 5 juli 2025 bezorgd (via de buren), maar door gedaagden geweigerd en geretourneerd.

Daarmee kwamen de gedaagden volgens de kantonrechter in schuldeisersverzuim terecht, waardoor zij zich niet langer op opschorting konden beroepen. De door gedaagden gestelde eigen levertermijn (14 juni 2025) veranderde daar volgens de rechter niets aan.

Geen (partiële) ontbinding

De gedaagden stelden ook dat zij de overeenkomst (gedeeltelijk) hadden ontbonden en de grille elders hadden besteld, met verrekening van die kosten. De kantonrechter oordeelde dat er geen rechtsgeldige (buitengerechtelijke) (partiële) ontbinding was: de reparateur verkeerde niet in verzuim en bovendien waren gedaagden zelf in schuldeisersverzuim geraakt. Daarbij merkte de rechtbank op dat de tekortkoming – in verhouding tot de totale reparatie – van geringe betekenis was.

Betaling, rente, incasso en proceskosten

De gedaagden zijn hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 3.884,80, te vermeerderen met wettelijke rente. Daarnaast moeten zij € 1.316,11 aan proceskosten betalen. Ook werd een verklaring voor recht toegewezen dat het reparatiebedrijf op grond van artikel 6:60 BW is bevrijd van de verplichting om de (front)grille nog te leveren. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Transportrisico

Van der Lee

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Vraag & Aanbod