HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerRechtbank: transportmanager was geen werknemer, ruim 62.000 euro aan uitkeringen moet terugbetaald...

Rechtbank: transportmanager was geen werknemer, ruim 62.000 euro aan uitkeringen moet terugbetaald worden

GRONINGEN – De Rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat een transportmanager geen werknemer was in de zin van de werknemersverzekeringen en daarom geen recht had op WW-, ZW- en WIA-uitkeringen. Het UWV mocht de eerder toegekende uitkeringen daarom met terugwerkende kracht intrekken en ruim 62.000 euro terugvorderen.

De man trad op 1 januari 2020 in dienst bij een transportbedrijf als vervoersmanager. Na het einde van het dienstverband ontving hij vanaf januari 2022 een WW-uitkering. Kort daarna meldde hij zich ziek, waarna hij ook een Ziektewetuitkering kreeg. Later vroeg hij bovendien een WIA-uitkering aan.

Tijdens een controle van de polisadministratie startte de afdeling Handhaving van het UWV een onderzoek naar de aard van de arbeidsrelatie. Daarbij werden gesprekken gevoerd met onder meer de man zelf, een voormalig bestuurder en een ex-werknemer. Ook werden salarisstroken, bankafschriften en gegevens uit Suwinet en het Kadaster onderzocht.

Het UWV concludeerde vervolgens dat geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Volgens het UWV was er feitelijk geen gezagsverhouding tussen de man en zijn echtgenote, die indirect bestuurder en aandeelhouder van het transportbedrijf was. Daardoor was hij niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Daarop trok het UWV de WW- en Ziektewetuitkeringen met terugwerkende kracht in en weigerde het ook een WIA-uitkering toe te kennen. Daarnaast moest de man in totaal 62.353,87 euro aan ontvangen WW- en ZW-uitkeringen terugbetalen.

De transportmanager stapte naar de rechter en stelde onder meer dat hij erop mocht vertrouwen dat hij recht had op de uitkeringen, omdat het UWV deze eerder had toegekend en een arbeidsdeskundige had aangegeven dat hij in aanmerking zou komen voor een WIA-uitkering. Ook voerde hij aan dat de terugvordering grote financiële en psychische gevolgen voor hem heeft.

De rechtbank volgt hem daarin niet. Volgens de rechters heeft het UWV voldoende aannemelijk gemaakt dat geen sprake was van een gezagsverhouding en daarmee ook niet van een dienstbetrekking. De rechtbank oordeelt dat de man samen met zijn echtgenote feitelijk als ondernemers actief was binnen het transportbedrijf.

Ook het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet. Volgens de rechtbank was geen sprake van een onvoorwaardelijke toezegging dat daadwerkelijk recht bestond op een WIA-uitkering. Bovendien liep het onderzoek naar de arbeidsrelatie nog toen de arbeidsdeskundige aangaf dat de man mogelijk voor een WIA-uitkering in aanmerking kwam.

Verder oordeelt de rechtbank dat het UWV de uitkeringen met terugwerkende kracht mocht herzien en terugvorderen. Van dringende redenen om van terugbetaling af te zien, is volgens de rechtbank onvoldoende gebleken.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Wel moet het UWV vanwege een motiveringsgebrek in het besluit de proceskosten en het griffierecht van de man vergoeden.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres