DEN HAAG – De inflatie in Nederland is in oktober 2026 gestegen naar 3,7 procent, tegen 3,4 procent in september. Dat blijkt uit de snelle raming die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag 4 november heeft gepubliceerd. Vooral de prijsontwikkeling van energie, inclusief motorbrandstoffen, valt op. Deze productgroep was in oktober 14,4 procent duurder dan een jaar eerder.
De inflatie is daarmee voor de vierde maand op rij gestegen. In juli bedroeg de inflatie nog 3,2 procent, gevolgd door 3,3 procent in augustus en 3,4 procent in september. In oktober 2025 lag de inflatie met 3,1 procent lager dan nu.
De snelle raming van het CBS is gebaseerd op nog onvolledige brongegevens. De definitieve cijfers over de consumentenprijsindex (CPI) van oktober worden op dinsdag 10 november gepubliceerd.
Energie en motorbrandstoffen fors duurder
De prijzen van energie, inclusief motorbrandstoffen, lagen in oktober 14,4 procent hoger dan in dezelfde maand vorig jaar. In september bedroeg de prijsstijging binnen deze productgroep nog 13,8 procent.
Daarmee blijft energie een opvallende categorie binnen de inflatiecijfers. Voor de transportsector is vooral de ontwikkeling van motorbrandstofprijzen van belang, omdat deze rechtstreeks doorwerken in de kosten van wegtransport.
Het CBS maakt in de snelle raming nog geen afzonderlijk onderscheid tussen de prijsontwikkeling van energie en die van motorbrandstoffen. De stijging van 14,4 procent geldt voor de totale productgroep.
Ook industriële goederen duurder
Industriële goederen, exclusief energie en motorbrandstoffen, waren in oktober 1,9 procent duurder dan een jaar eerder. In september bedroeg de prijsstijging nog 1,5 procent.
De prijzen van diensten stegen met 3,9 procent op jaarbasis. Dat percentage is gelijk aan september.
Bij consumptie in het buitenland was sprake van een prijsstijging van 8,6 procent. Een maand eerder bedroeg deze stijging nog 7,7 procent.
Voedingsmiddelen, dranken en tabak goedkoper
Opvallend is dat voedingsmiddelen, dranken en tabak in oktober gemiddeld 0,6 procent goedkoper waren dan in dezelfde maand vorig jaar.
In september was binnen deze productgroep nog sprake van een prijsdaling van 1,2 procent.
Hoewel de prijzen op jaarbasis dus nog altijd lager liggen, is de daling minder groot geworden.
Consumentenprijzen stijgen 0,7 procent in één maand
Vergeleken met september zijn de consumentenprijzen in oktober met 0,7 procent gestegen.
Volgens het CBS lagen de prijzen in oktober gedurende de afgelopen tien jaar gemiddeld 0,5 procent hoger dan in september.
Het statistiekbureau wijst erop dat bij vergelijkingen tussen opeenvolgende maanden rekening moet worden gehouden met seizoensinvloeden.
Zo kunnen kledingprijzen tijdens uitverkoopperioden tijdelijk dalen, zonder dat sprake is van een structurele prijsdaling.
Inflatie sinds begin 2026 duidelijk opgelopen
Aan het begin van 2026 bedroeg de inflatie nog 2,4 procent. Dat percentage bleef in februari gelijk.
Vervolgens liep de inflatie op naar 2,7 procent in maart en 2,8 procent in april. In mei werd met 3,5 procent een duidelijke stijging geregistreerd.
In juni zakte de inflatie tijdelijk terug naar 2,9 procent, waarna deze opnieuw begon op te lopen.
Met 3,7 procent in oktober ligt de inflatie op het hoogste niveau van 2026 tot nu toe.
Europese inflatiemaatstaf op 3,3 procent
Naast de nationale consumentenprijsindex publiceert het CBS ook de inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP).
Volgens deze Europese berekeningsmethode kwam de Nederlandse inflatie in oktober uit op 3,3 procent. In september bedroeg deze nog 3,0 procent.
De HICP wordt gebruikt om de inflatieontwikkeling tussen Europese landen onderling te kunnen vergelijken.
Sinds 2026 gebruiken zowel de CPI als de HICP een nieuw basisjaar. Waar voorheen 2015 gelijkstond aan indexwaarde 100, is dat nu 2025.
Het CBS publiceert op 10 november de volledige inflatiecijfers over oktober, inclusief een verdere uitsplitsing naar afzonderlijke bestedingscategorieën.





