ROTTERDAM – Een man die door Turkije wordt verdacht van betrokkenheid bij internationale drugshandel en deelname aan een criminele organisatie, mag worden uitgeleverd voor strafvervolging. Dat heeft de rechtbank Rotterdam op 25 februari 2026 bepaald. De zaak draait onder meer om de vondst van ongeveer 710.000 xtc-pillen en 63 kilogram cannabis in een vrachtwagen bij de Turkse grensovergang Kapıkule op 6 maart 2021.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft op 22 september 2026 geconcludeerd dat het cassatieberoep tegen de beslissing van de rechtbank moet worden verworpen. De conclusie is op dinsdag 3 november 2026 gepubliceerd.
De Turkse autoriteiten hadden op 7 mei 2025 om uitlevering van de verdachte verzocht. De man, geboren in 1979 in Turkije, wordt ervan verdacht deel uit te maken van een criminele organisatie die zich bezighield met internationale drugstransporten.
Volgens de Turkse justitie zou hij betrokken zijn geweest bij het organiseren en verzenden van een grote partij verdovende middelen naar Turkije. De verdenkingen zijn onder meer gebaseerd op onderschepte berichten via het versleutelde communicatiesysteem SKY-ECC.
Drugs verborgen in oplegger
Op 6 maart 2021 ontdekten Turkse douanebeambten bij de grensovergang Kapıkule een grote hoeveelheid verdovende middelen in de oplegger van een vrachtwagen.
Het ging om 63 kilogram en 48 gram cannabis en 183 kilogram en 990 gram aan pillen, ongeveer 710.000 stuks. Uit later deskundigenonderzoek bleek dat de cannabis THC bevatte en dat de pillen de werkzame stof MDMA bevatten.
De verdovende middelen waren verborgen in de oplegger. Volgens de Turkse autoriteiten konden de aangetroffen partijen worden gekoppeld aan berichten en foto’s die de verdachte via SKY-ECC had verstuurd.
In de periode van 4 tot en met 7 maart 2021 zou de man met een andere gebruiker van het communicatiesysteem hebben gesproken over het verzenden van drugs naar Turkije.
Daarbij zou hij hebben aangegeven dat het om ‘wiet’ en ‘pillen’ ging. De middelen waren volgens de berichten verdeeld over 46 pakketten, waarbij de verdachte mogelijk nog meer drugs wilde toevoegen.
Ook zou hij hebben aangekondigd dat hij op een van de kartonnen dozen de letters ‘BSK’ zou schrijven.
Foto’s en berichten koppelen verdachte aan transport
Volgens het Turkse onderzoek stuurde de verdachte via SKY-ECC foto’s van de verpakte verdovende middelen naar een andere gebruiker.
Op die foto’s waren onder meer doorzichtige plastic zakken en pakketten te zien die waren omwikkeld met groen, ondoorzichtig materiaal met herkenbare symbolen.
Bij de controle van de vrachtwagen werden volgens de Turkse autoriteiten drugs aangetroffen die op dezelfde manier waren verpakt.
Ook stond op een van de in beslag genomen kartonnen dozen de aanduiding ‘BSK’, overeenkomstig wat de verdachte eerder in zijn berichten zou hebben aangekondigd.
Uit de onderschepte communicatie bleek verder dat de verdachte op 6 en 7 maart 2021 bericht kreeg dat de vrachtwagen bij de grensovergang aan een röntgencontrole was onderworpen.
De drugs waren daarbij ontdekt en in beslag genomen.
De verdachte vroeg vervolgens of de inbeslagname daadwerkelijk had plaatsgevonden. De andere gebruiker bevestigde dat en meldde dat de vrachtwagenchauffeur werd verhoord.
Internationaal onderzoek naar SKY-ECC
De verdenkingen kwamen voort uit een internationaal onderzoek naar versleutelde communicatie via SKY-ECC.
De autoriteiten van Nederland, België en Frankrijk hadden binnen een gezamenlijk onderzoeksteam gegevens van het communicatiesysteem ontcijferd.
Die informatie werd vervolgens gedeeld met de Turkse justitiële autoriteiten.
Uit de analyse zou zijn gebleken dat een criminele organisatie meerdere internationale drugstransporten had georganiseerd.
Volgens de Turkse autoriteiten maakte de verdachte deel uit van deze organisatie en handelde hij bij het drugstransport op instructie van de leider.
Tegen de man werd op 18 maart 2025 in Istanbul een arrestatiebevel uitgevaardigd.
Verwarring over cocaïne in uitleveringsverzoek
Tijdens de Nederlandse uitleveringsprocedure ontstond discussie over de precieze verdenkingen.
In de Engelse vertaling van het Turkse uitleveringsverzoek stond namelijk dat de verdachte betrokken zou zijn geweest bij het smokkelen van cocaïne naar Turkije.
Dat was opmerkelijk, omdat in de overige stukken uitsluitend werd gesproken over cannabis en verdovende pillen.
De verdediging stelde dat hierdoor onvoldoende duidelijk was voor welke strafbare feiten Turkije om uitlevering vroeg.
Volgens de advocaat bestond het risico dat de verdachte na uitlevering ook voor cocaïnesmokkel zou worden vervolgd.
Dat zou in strijd kunnen komen met het specialiteitsbeginsel, dat bepaalt dat iemand na uitlevering in beginsel alleen mag worden vervolgd voor de feiten waarvoor uitlevering is toegestaan.
De verdediging vroeg daarom om de uitlevering ontoelaatbaar te verklaren of de Turkse autoriteiten om aanvullende informatie te vragen.
Aanvullende informatie uit Turkije
De rechtbank Rotterdam besloot in oktober 2025 de behandeling van de uitleveringszaak te heropenen.
Aanleiding was aanvullende informatie van de Turkse autoriteiten, waarvan nog een beëdigde Nederlandse vertaling moest worden aangeleverd.
In een aanvullend proces-verbaal van de Turkse openbaar aanklager werd uitgebreid beschreven welke drugs waren aangetroffen, hoe deze waren verpakt en op welke manier de verdachte via SKY-ECC aan het transport werd gekoppeld.
Ook werd duidelijk dat de aangetroffen pillen MDMA bevatten.
De rechtbank concludeerde uiteindelijk dat de verwijzing naar cocaïne in de Engelse vertaling een vertaalfout moest zijn.
In de Nederlandse vertaling werd niet over cocaïne gesproken. Ook in de aanvullende Turkse stukken kwam cocaïnesmokkel niet als onderdeel van deze verdenking naar voren.
Volgens de rechtbank was daarmee voldoende duidelijk dat de uitlevering betrekking had op de invoer van cannabis en MDMA en op de verdenking van deelname aan een criminele organisatie.
Advocaat-generaal: rechtbank handelde juist
De verdachte ging tegen de beslissing van de rechtbank in cassatie.
Zijn advocaat bleef erbij dat de onduidelijke passage over cocaïne niet zomaar als vertaalfout kon worden afgedaan.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad volgt dat standpunt niet.
Volgens advocaat-generaal V.M.A. Sinnige laat het aanvullende proces-verbaal van de Turkse autoriteiten geen twijfel bestaan over de feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd.
Het gaat om de partij van ongeveer 63 kilogram cannabis en 710.000 MDMA-pillen die op 6 maart 2021 in een vrachtwagen werd aangetroffen.
De advocaat-generaal vindt het daarom begrijpelijk dat de rechtbank de verwijzing naar cocaïne als een vertaalfout heeft aangemerkt.
Ook hoefde de rechtbank volgens de advocaat-generaal geen aanvullende vragen meer aan Turkije te laten stellen.
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De conclusie van de advocaat-generaal is een juridisch advies aan de Hoge Raad en vormt op zichzelf geen definitieve uitspraak over het cassatieberoep.





