DEN HAAG â Het voorstel om een afzonderlijk Europees agentschap voor verkeersveiligheid op te richten, krijgt onvoldoende steun van de EU-lidstaten. Nederland en verschillende andere landen zien weinig toegevoegde waarde in een nieuw agentschap en vrezen extra kosten en administratieve lasten. Dat blijkt uit een verslag van de informele bijeenkomst van Europese transportministers op 20 en 21 september 2026 in Dublin, dat minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat op 2 november naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Tijdens de bijeenkomst bespraken de Europese transportministers hoe nieuwe technologieÃĢn kunnen bijdragen aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Daarbij ging het onder meer over geautomatiseerd vervoer, intelligente transportsystemen en de samenwerking tussen voertuigen en infrastructuur.
De Europese Commissie opperde tijdens de bijeenkomst, met enige terughoudendheid, de mogelijkheid om een afzonderlijk Europees agentschap voor verkeersveiligheid op te richten, een zogenoemd EU Road Safety Agency.
Het idee kon echter niet rekenen op voldoende steun van de lidstaten.
Nederland tegen extra Europees agentschap
Nederland is voorstander van verdere Europese samenwerking en harmonisatie op het gebied van verkeersveiligheid, maar vindt dat hiervoor geen afzonderlijk Europees agentschap nodig is.
Volgens het kabinet kunnen Europese standaarden en regels ook verder worden geharmoniseerd zonder een nieuwe organisatie op te richten.
Tijdens de bijeenkomst werd bovendien niet duidelijk wat de doelmatigheid en doeltreffendheid van een dergelijk agentschap zouden zijn.
Veel lidstaten wezen op de extra kosten en administratieve lasten die de oprichting met zich mee zou brengen.
Ook benadrukten verschillende landen het belang van een subsidiariteitstoets. Daarbij moet worden beoordeeld of Europese maatregelen daadwerkelijk meerwaarde hebben ten opzichte van maatregelen die lidstaten zelf kunnen nemen.
Het voorstel voor een Europees verkeersveiligheidsagentschap is niet nieuw. Ook bij eerdere besprekingen reageerden verschillende lidstaten, waaronder Nederland, terughoudend.
Volgens het verslag was er opnieuw onvoldoende steun voor de oprichting van een afzonderlijk agentschap.
Jaarlijks 20.000 verkeersdoden in EU
Tijdens de bijeenkomst benadrukten zowel het Ierse EU-voorzitterschap als de Europese Commissie dat verbetering van de verkeersveiligheid dringend noodzakelijk blijft.
Jaarlijks komen ongeveer 20.000 mensen om het leven in het verkeer binnen de Europese Unie.
De Europese Commissie streeft met haar zogenoemde Vision Zero-doelstelling naar een situatie waarin uiteindelijk geen verkeersdoden en zwaargewonden meer vallen op Europese wegen.
Als tussendoel moeten deze aantallen in 2030 zijn gehalveerd.
Om dat te bereiken, moet volgens de Commissie niet alleen worden gekeken naar voertuigen, maar ook naar infrastructuur, verkeersbeleid, handhaving en de onderlinge samenwerking tussen deze onderdelen.
Zelfrijdende voertuigen kunnen verkeersveiligheid verbeteren
Een belangrijk onderdeel van de besprekingen was de mogelijke bijdrage van geautomatiseerd vervoer aan de verkeersveiligheid.
Volgens de Europese Commissie kunnen geautomatiseerde voertuigen helpen om verkeersongevallen als gevolg van vermoeidheid en afleiding te verminderen.
Daarnaast kan de technologie bijdragen aan het voorkomen van files en het versterken van de concurrentiepositie van Europa.
Nederland onderschrijft dat geautomatiseerd vervoer een belangrijke bijdrage kan leveren aan de verkeersveiligheid, mits deze voertuigen goed worden ingepast in het Nederlandse en Europese verkeerssysteem.
Daarom zet Nederland in op grensoverschrijdende proefprojecten met geautomatiseerde voertuigen.
Achttien EU-lidstaten, waaronder Nederland, ondertekenden tijdens de Transportraad van 8 juni 2026 al een gezamenlijke intentieverklaring over grensoverschrijdende tests.
De Europese Commissie heeft andere lidstaten opgeroepen zich eveneens bij deze verklaring aan te sluiten en met de afgesproken proefprojecten te beginnen.
Met de proeven moet meer kennis worden opgedaan over het functioneren van geautomatiseerde voertuigen, zodat passende wet- en regelgeving kan worden ontwikkeld.
Slimme verkeerssystemen en actuele verkeersinformatie
Ook intelligente transportsystemen (ITS) en coÃļperatieve intelligente transportsystemen (C-ITS) kwamen tijdens de bijeenkomst aan bod.
Deze technologieÃĢn maken het mogelijk om voertuigen, weggebruikers en infrastructuur beter met elkaar te laten communiceren.
Voorbeelden zijn navigatiesystemen die op basis van actuele verkeersinformatie alternatieve routes adviseren en systemen die bestuurders waarschuwen voor naderende wegwerkzaamheden of hulpdiensten.
Nederland werkt binnen het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata samen met wegbeheerders en private partijen om betrouwbare en actuele verkeersveiligheidsgegevens beschikbaar te stellen.
Die gegevens kunnen worden gebruikt voor digitale diensten die bijdragen aan veiliger wegverkeer.
Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten daarbij dat Europese regelgeving technologieneutraal moet blijven.
Aandacht voor cyberveiligheid en kunstmatige intelligentie
De Europese Commissie wees tijdens de bijeenkomst ook op de toenemende rol van kunstmatige intelligentie in het wegverkeer.
Verschillende lidstaten waarschuwden dat bij de verdere digitalisering en automatisering van het vervoer voldoende aandacht moet worden besteed aan cyberveiligheid.
Daarnaast werd door meerdere landen gewezen op het belang van militaire mobiliteit, mede vanwege de oorlog van Rusland tegen Oekraïne.
Hoewel de lidstaten het in grote lijnen eens zijn over de noodzaak van verdere Europese samenwerking op het gebied van verkeersveiligheid en geautomatiseerd vervoer, bestaat er vooralsnog onvoldoende draagvlak voor een afzonderlijk Europees verkeersveiligheidsagentschap.
Tijdens de informele bijeenkomst in Dublin zijn geen formele besluiten genomen.





