DEN HAAG – Land- en tuinbouworganisatie LTO ziet veel onduidelijkheden in het stikstofrapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zo wijst LTO vooral op de zogeheten generieke korting – ofwel gedwongen krimp – die voor de belangenorganisatie onbespreekbaar is. Volgens het PBL-rapport is gedwongen krimp van de veestapel vooralsnog nodig om de stikstofuitstoot in 2035 ver genoeg terug te dringen.
“Het spreken over generieke krimp is onnodig, werkt averechts en is voor LTO onbespreekbaar. Koplopers moeten beloond worden; niet afgeremd door spookbeelden over gedwongen krimp. We vertrouwen erop dat de regering nogmaals bevestigt dat dit niet nodig is”, aldus de boerenbelangenvereniging.
Daarnaast is er volgens LTO ook veel onzekerheid omdat andere maatregelen zoals de invulling van zonering, de Veluweaanpak en de inzet op veldemissies, niet genoeg zijn meegenomen in de rekensommen, aldus LTO. “Op basis van die onvolledige set aan doorrekenbare maatregelen concludeert het PBL dat de stikstofdoelen binnen bereik komen, maar dat er een gat resteert. De sommenmakers van het PBL vegen die onzekerheid op ƩƩn hoop: generieke korting. Een betekenisloze rekensom.”
De conclusies van het PBL raken “aan een belangrijke reden waarom LTO aan tafel zit en eist dat de plannen verbeterd worden. Boeren moeten meer mogelijkheden krijgen waaruit zij kunnen kiezen om de stikstofdoelen te halen.” De organisatie pleit ervoor dat het stikstoffonds van 20 miljard prioriteit geeft aan het financieel ondersteunen van boeren die emissiebeperkende maatregelen willen nemen.







