spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerBetonleverancier mocht leveringen staken na achtervolgen vrachtwagenchauffeur: klant moet ruim 45.000 euro...

Betonleverancier mocht leveringen staken na achtervolgen vrachtwagenchauffeur: klant moet ruim 45.000 euro betalen

BREDA – Een betonleverancier mocht de levering van beton aan een klant stilleggen nadat de bestuurder van dat bedrijf een vrachtwagenchauffeur na een woordenwisseling met zijn auto had achtervolgd. Volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant was daardoor op zijn minst een onveilige werksituatie ontstaan. De klant moet ruim 45.000 euro aan openstaande facturen en rente betalen. Een tegenvordering van bijna 46.000 euro aan schadevergoeding is afgewezen.

Dat blijkt uit een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 juli 2026, dat op 13 augustus 2026 is gepubliceerd. De zaak draait om een incident dat op 14 maart 2025 ontstond tijdens de levering van beton.

De leverancier produceert en levert betonmortel. De klant produceert betonnen producten voor de bouw. Beide ondernemingen deden al enige tijd zaken met elkaar.

Chauffeur kon beton niet lossen

Op 14 maart 2025 zou de leverancier meerdere vrachten beton afleveren bij het bedrijf. Een van de leveringen werd uitgevoerd met een vrachtwagen met betonmixer. Bij aankomst kon de chauffeur zijn lading niet lossen, omdat op dat moment nog een andere mixer werd gelost.

De chauffeur maakte zich zorgen dat het beton in zijn vrachtwagen zou uitharden en vertrok op enig moment zonder zijn lading te lossen. Na telefonisch contact tussen beide bedrijven keerde hij terug.

Daarna ontstond een woordenwisseling tussen de chauffeur en de bestuurder van het bedrijf, waarna de chauffeur opnieuw vertrok.

Bestuurder reed achter vrachtwagen aan

De bestuurder van het bedrijf stapte vervolgens in zijn auto en reed achter de vrachtwagenchauffeur aan. Door over een parallelweg te rijden in plaats van de N-weg te nemen, wist hij vóór de vrachtwagen te komen en ging hij voor de chauffeur rijden.

Enkele dagen later werd aangifte gedaan van bedreiging. Volgens de aangifte zou de bestuurder hebben gedreigd de chauffeur te slaan wanneer deze zou vertrekken en de voorruit van zijn voertuig in te slaan.

Daarnaast zou de bestuurder, nadat hij vóór de vrachtwagen was gekomen, langzaam zijn gaan rijden en herhaaldelijk hebben geremd. Een collega van de chauffeur zou een deel van het incident telefonisch hebben gehoord.

De rechtbank benadrukt dat ten tijde van de behandeling van de civiele zaak nog niets bekend was over de voortgang van het strafrechtelijk onderzoek. Daarmee staat in deze procedure niet vast dat alle gestelde gedragingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

Leveringen worden stilgelegd

Na het incident werd aanvankelijk vanuit de betonleverancier nog gezegd dat de leveringen zouden doorgaan. Toen de klant op maandag 17 maart belde om de levering voor die dag te bevestigen, kreeg het bedrijf echter te horen dat alle leveringen waren stilgelegd.

De leverancier liet weten dat het incident met de chauffeur daarvoor de aanleiding was. De klant werd uitgenodigd om tijdens een persoonlijk gesprek zijn kant van het verhaal toe te lichten. Hervatting van de leveringen zou pas aan de orde zijn nadat dat gesprek had plaatsgevonden en tot een positieve uitkomst had geleid.

De klant ging niet op die uitnodiging in en kocht vervolgens beton bij andere leveranciers.

Ruim 133.000 euro aan facturen open

Op dat moment stond voor 133.612,32 euro aan onbetaalde facturen voor eerder geleverd beton open. De klant betwistte deze facturen niet. Een deel werd betaald en een ander deel werd verrekend met schade die het bedrijf naar eigen zeggen had geleden door het stilleggen van de leveringen. Uiteindelijk resteerde een openstaand bedrag van 42.965,80 euro.

De betonleverancier stapte naar de rechter en vorderde 45.747,32 euro, bestaande uit de resterende hoofdsom en verschenen rente.

De klant erkende het gevorderde bedrag verschuldigd te zijn, maar stelde dat de leverancier ten onrechte was gestopt met leveren. Daardoor zou in totaal 88.712,64 euro schade zijn ontstaan, onder meer doordat elders tegen hogere prijzen beton moest worden gekocht en door stagnatieschade.

Na verrekening met de vordering van de leverancier eiste de klant in een tegenvordering nog 45.746,94 euro.

Rechtbank: levering moet veilig kunnen plaatsvinden

De rechtbank stelt vast dat de betonleverancier voor de week van 17 tot en met 21 maart 2025 in beginsel verplicht was de reeds geplande leveringen uit te voeren.

De vraag was vervolgens of het incident voldoende reden vormde om deze verplichting op te schorten.

Volgens de rechtbank moet onder het in ontvangst nemen van het beton ook worden begrepen dat dit onder veilige omstandigheden moet kunnen gebeuren. Een werkgever heeft immers een verantwoordelijkheid voor de veiligheid van zijn werknemers.

Van de leverancier kon daarom niet worden verwacht dat deze een levering zou uitvoeren wanneer mogelijk sprake was van een onveilige situatie.

Rechtbank noemt achtervolging ‘buitengewoon ongepast’

De bestuurder van het bedrijf erkende tijdens de rechtszaak dat hij de chauffeur met zijn auto had achtervolgd en via een andere route vóór diens vrachtwagen was gekomen.

De rechtbank noemt dit gedrag ‘buitengewoon ongepast’. De bestuurder erkende dat tijdens de mondelinge behandeling zelf ook.

Volgens de rechter diende zijn gedrag geen redelijk doel en kon het door de chauffeur als intimiderend worden ervaren. Daarbij speelde mee dat het ging om een werknemer van de leverancier tegenover de bestuurder van het bedrijf waar hij moest leveren.

De rechtbank concludeert dat de bestuurder met het gedrag dat hij heeft erkend ‘op zijn minst genomen een onveilige werksituatie’ heeft veroorzaakt.

Leverancier hoefde strafrechtelijk onderzoek niet af te wachten

Dat nog niet definitief vaststond wat er precies tijdens het incident was gebeurd, betekende volgens de rechtbank niet dat de leverancier de betonleveringen gewoon moest voortzetten.

De onderneming moest op dat moment een beslissing nemen over de veiligheid van haar werknemers en hoefde daarvoor de uitkomst van het strafrechtelijk onderzoek niet af te wachten.

Daarbij woog mee dat de leveringen niet definitief waren beëindigd. De leverancier wilde eerst met de klant in gesprek over het incident.

Volgens de rechtbank lag het vooral op de weg van de klant om dat gesprek aan te gaan, omdat de bestuurder iets had uit te leggen nadat hij de chauffeur had achtervolgd. Dat hervatting van de leveringen afhankelijk werd gemaakt van een gesprek was volgens de rechtbank niet disproportioneel.

Schadeclaim afgewezen

Omdat de betonleverancier de leveringen terecht mocht opschorten, heeft de klant geen recht op vergoeding van de gestelde schade.

Ook een kleiner deel van de schadeclaim dat betrekking had op het niet volledig leveren op vrijdag 14 maart blijft voor rekening van de klant. Volgens de rechtbank waren de problemen die dag mede veroorzaakt doordat twee betonmixers te kort na elkaar waren besteld en door het gedrag van de bestuurder.

De rechtbank veroordeelt het bedrijf tot betaling van 45.747,32 euro, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 2 december 2025. Daarnaast moet het bedrijf 1.204,66 euro aan buitengerechtelijke incassokosten betalen.

Ook moet de klant de proceskosten betalen: 5.845,25 euro in de hoofdzaak en 793 euro in de zaak over de tegenvordering. De schadeclaim van het bedrijf is afgewezen.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres