MOSKOU – Oekraïne heeft olieraffinaderijen in Rusland aangevallen, zegt de Russische vicepremier Aleksandr Novak. Hij meldt dat in de regio Samara drie raffinaderijen en een gaschemisch complex zijn getroffen, waarbij er een lichte schade opliep.
“We hebben een tijd een rustige periode gehad, maar de aanvallen op olieraffinaderijen zijn vandaag hervat”, zei Novak tegen een verslaggever van de Russische staatstelevisie. De gouverneur van Samara meldde eerder dat twee mannen waren omgekomen na een Oekraïense droneaanval op Samara. Dit gebeurde volgens hem bij het opruimen van de veroorzaakte schade.
The Wall Street Journal meldde donderdag dat Oekraïne zijn aanvallen op Russische olieraffinaderijen had gestaakt onder druk van de Amerikaanse president Donald Trump. De officieuze pauze zou tot en met de Amerikaanse midtermverkiezingen op 3 november duren. De Oekraïense krijgsmacht stopte eerder deze maand ook al enige tijd met de aanvallen vanwege Trump.
Onderhandelingen
Kremlin-adviseur Joeri Oesjakov zei vrijdag dat Oekraïne het Amerikaanse verzoek om aanvallen op Russische olieraffinaderijen te staken negeert. Trump, wiens populariteit onder Amerikaanse kiezers is gedaald, wil dat de hoge brandstofprijzen omlaag gaan en sloot onlangs een deal met Rusland over de levering van diesel.
Volgens Kremlin-zegsman Dmitri Peskov brengen de jongste aanvallen de onderhandelingen met Oekraïne niet in gevaar. Oekraïne, Rusland en de Verenigde Staten, die als bemiddelaar optreden, ontmoeten elkaar naar verwachting volgende maand in Abu Dhabi.
Voor Oekraïne zijn de aanvallen op de olieraffinaderijen een manier om de inkomsten voor de Russische oorlogskas terug te dringen. Ook wijst Kyiv erop dat Rusland de Oekraïense energiesector aanvalt.







