DEN HAAG â Door de grootschalige sabotage van het Nederlandse spoor op Prinsjesdag, 15 september 2026, zijn naar schatting ruim 44.000 treinreizen niet gemaakt. De sabotage veroorzaakte veertig verstoringen in Midden- en Oost-Nederland en leidde tot aanzienlijke economische en maatschappelijke schade. Het kabinet heeft inmiddels 197 miljoen euro beschikbaar gemaakt voor maatregelen om de weerbaarheid van het spoor en het Europese TEN-T-netwerk te verbeteren.
Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat op Kamervragen van D66-Kamerlid Huidekooper. De antwoorden zijn op 28 oktober 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd.
De staatssecretaris erkent dat de sabotage heeft aangetoond hoe kwetsbaar het Nederlandse spoornetwerk is. Tegelijkertijd benadrukt zij dat het treinbeveiligingssysteem heeft voorkomen dat de verstoringen tot ernstigere ongelukken hebben geleid.
Ruim 44.000 treinreizen niet gemaakt
Volgens NS zijn als gevolg van de veertig verstoringen in Midden- en Oost-Nederland naar schatting ruim 44.000 treinreizen niet gemaakt.
Deze schatting is gebaseerd op een vergelijking tussen het verwachte en het daadwerkelijk gerealiseerde aantal reizigers.
Dat betekent volgens de staatssecretaris dat mensen hun bestemming niet of pas veel later konden bereiken. Ook liepen vervoerders inkomsten mis.
De gevolgen beperkten zich niet tot de dag van de sabotage.
Op 15 september lag het aantal drukke treinen ongeveer twee keer zo hoog als gebruikelijk. Door uitgevallen treinen en een verstoorde inzet van materieel bleef het ook in de dagen daarna drukker dan normaal.
Daarnaast maakte ProRail kosten voor de inzet van personeel en het herstellen van de verstoringen.
De exacte economische en financiÃĢle schade kan volgens Bertram niet worden vastgesteld.
Wel staat volgens haar vast dat de sabotage aanzienlijke economische en maatschappelijke gevolgen heeft gehad.
Trein botste bij Steenwijk tegen materiaal op spoor
De sabotage vond vrijwel gelijktijdig plaats op tientallen locaties in Midden- en Oost-Nederland.
Volgens de staatssecretaris heeft het Nederlandse treinbeveiligingssysteem daarbij een belangrijke rol gespeeld in het voorkomen van ongelukken.
Op de getroffen baanvakken werden de seinen automatisch op rood gezet.
Bij Steenwijk reed desondanks een trein tegen materiaal dat op het spoor was geplaatst.
Dat incident had volgens Bertram geen verdere gevolgen, omdat de trein op dat moment met een speciale aanwijzing en daardoor met gematigde snelheid reed.
“Hoewel ik de hinder voor reizigers en verladers erg betreur, heeft het functioneren van het treinbeveiligingssysteem op tientallen verschillende locaties gelijktijdig ergere ongelukken kunnen voorkomen”, schrijft de staatssecretaris.
Volgens haar laat het incident zien dat preventieve veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn.
Volledige beveiliging van 7.000 kilometer spoor onmogelijk
De staatssecretaris erkent dat het Nederlandse spoor kwetsbaar blijft voor moedwillige verstoringen.
Het spoorwegnet omvat ongeveer 7.000 kilometer en kan volgens haar onmogelijk volledig worden afgesloten of permanent worden bewaakt.
Daarom richt het kabinet zich vooral op het beter beschermen van kwetsbare en kritieke onderdelen van de spoorinfrastructuur.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt samen met ProRail aan het in kaart brengen van deze locaties en objecten.
Daarbij wordt gekeken welke onderdelen van het spoorsysteem essentieel zijn voor de continuïteit van het treinverkeer.
Door deze locaties gericht te beschermen, moet de kans op grootschalige verstoringen worden verkleind.
Tegelijkertijd houdt het kabinet er rekening mee dat sabotage nooit volledig kan worden voorkomen.
Daarom wordt ook ingezet op het vergroten van de capaciteit om verstoringen op te vangen en de treindienst zo snel mogelijk te herstellen.
197 miljoen euro beschikbaar voor weerbaarheid spoor
Het kabinet heeft 197 miljoen euro beschikbaar gemaakt voor investeringen in de weerbaarheid van het spoor en het Trans-Europees Transportnetwerk (TEN-T).
Dat geld is vrijgekomen door een herprioritering binnen het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds, waarover de Tweede Kamer op 16 oktober is geïnformeerd.
Met de middelen kunnen verdere stappen worden gezet om de aanbevelingen uit het rapport ‘Tijd om te handelen’ van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) uit te voeren.
In dat rapport wordt een pakket maatregelen voorgesteld om de maatschappelijke weerbaarheid en militaire mobiliteit te verbeteren.
De totale kosten daarvan worden geraamd op 600 miljoen euro.
Van dat bedrag is 250 miljoen euro bedoeld voor maatregelen die specifiek gericht zijn op het vergroten van de weerbaarheid.
De staatssecretaris geeft aan dat de beschikbare 197 miljoen euro mogelijkheden biedt om de bescherming van de spoorinfrastructuur verder te versterken.
Slimme camera’s, sensoren en drones tegen sabotage
Een van de maatregelen die worden onderzocht, is de inzet van slimme camera’s op kwetsbare locaties langs het spoor.
Volgens de staatssecretaris hebben dergelijke camera’s hun waarde al bewezen bij het voorkomen van veiligheidsincidenten, zoals koperdiefstal en vandalisme.
Ook kunnen camerabeelden helpen bij het opsporen van daders wanneer incidenten niet kunnen worden voorkomen.
Het kabinet onderzoekt of deze aanpak kan worden uitgebreid naar locaties waar het risico op sabotage van kritieke spoorinfrastructuur het grootst is.
Naast camera’s wordt gekeken naar de inzet van sensoren en drones.
Deze technieken kunnen volgens het ministerie helpen om verdachte bewegingen sneller te signaleren en beveiligingspersoneel gerichter in te zetten.
Vooral op grote of moeilijk te beveiligen terreinen kunnen dergelijke systemen een aanvulling vormen op bestaande beveiligingsmaatregelen.
ProRail test geautomatiseerde drones
ProRail onderzoekt specifiek de mogelijkheden om drones in te zetten voor het toezicht op spoorlijnen en andere spoorvoorzieningen.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar geautomatiseerde drones die verdachte bewegingen op en rond het spoor kunnen detecteren.
Volgens de staatssecretaris zijn de eerste ervaringen van ProRail met dergelijke testen positief.
Drones kunnen mogelijk ook worden ingezet om daders van veiligheidsincidenten sneller op te sporen.
De inzet van drones voor beveiligingsdoeleinden is echter nog niet zonder meer mogelijk.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat werkt daarom aan wet- en regelgeving die het gebruik van drones als beveiligingsmaatregel mogelijk moet maken.
Het ministerie en de spoorsector willen de komende periode meer praktijkervaring opdoen om te bepalen welke technieken het beste aansluiten bij de risico’s en dreigingen.
ProRail bereidt zich voor op nieuwe grootschalige verstoringen
Volgens de staatssecretaris beschikt ProRail over een professionele en getrainde crisisorganisatie die grote verstoringen kan afhandelen.
Hoewel de gevolgen van de sabotage aanzienlijk waren, lukte het volgens haar om de problemen relatief snel te verhelpen en de treindienst in de getroffen regio te hervatten.
Toch wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat vergelijkbare sabotageacties vaker zullen voorkomen.
Daarom worden crisisplannen geactualiseerd en gaan betrokken organisaties vaker gezamenlijke crisisoefeningen houden.
Ook wordt gewerkt aan een strategie om de weerbaarheid van het spoor structureel te vergroten.
Daarbij staan drie onderdelen centraal: het voorkomen van incidenten, het opvangen van verstoringen en het zo snel mogelijk herstellen van de dienstverlening.
Volgens Bertram is een goed verbonden en robuust spoorwegnet essentieel voor de veiligheid en het functioneren van de Nederlandse samenleving.
Ook goederenvervoer kwetsbaar voor sabotage
De staatssecretaris wijst erop dat verstoringen op het spoor niet alleen gevolgen hebben voor treinreizigers, maar ook voor vervoerders en verladers.
Ongeplande beperkingen op spoortrajecten leiden tot vertragingen, omleidingen en treinuitval.
Wanneer dergelijke verstoringen langer duren, vaker voorkomen of op grotere schaal plaatsvinden, kunnen de economische en maatschappelijke gevolgen verder toenemen.
Hoe groot die schade precies zou zijn, is volgens het kabinet moeilijk vooraf vast te stellen.
De omvang hangt sterk af van de duur en schaal van de verstoringen.
De bescherming van de spoorinfrastructuur is bovendien van belang voor de militaire mobiliteit en het internationale goederenvervoer via het Europese TEN-T-netwerk.
Nieuwe wet moet weerbaarheid versterken
Het kabinet werkt ook aan de uitvoering van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten.
Deze wet stelt eisen aan organisaties die een belangrijke rol spelen bij het functioneren van vitale infrastructuur.
Daarbij gaat het onder meer om het vergroten van de herstelcapaciteit en het beter voorbereiden op ernstige verstoringen.
Volgens de staatssecretaris zijn de belangrijkste dreigingen en kwetsbaarheden binnen de spoorsector inmiddels in kaart gebracht via een sectorale risicobeoordeling.
Het ministerie werkt daarnaast met ProRail aan fysieke beveiligingsmaatregelen, versterking van de crisisorganisatie en het vergroten van het veiligheidsbewustzijn.
Aanvullende maatregelen na strafrechtelijk onderzoek
De sabotage van 15 september is nog onderwerp van strafrechtelijk onderzoek.
De staatssecretaris wil na afronding daarvan beoordelen of aanvullende beveiligingsmaatregelen noodzakelijk zijn.
“Het moedwillig verstoren van het spoor is onacceptabel”, schrijft Bertram aan de Tweede Kamer.
Volgens haar heeft het vergroten van de weerbaarheid van het Nederlandse spoor daarom de volle aandacht van het kabinet en de spoorsector.
De Kamervragen werden op 30 september 2026 ingediend. Het Kamerlid had gevraagd om beantwoording vÃŗÃŗr het commissiedebat Openbaar vervoer en taxi van 13 oktober.
Dat bleek volgens de staatssecretaris niet mogelijk vanwege de benodigde afstemming met betrokken organisaties.
Uit de bijbehorende ambtelijke beslisnota blijkt dat de beantwoording is afgestemd met ProRail, NS en het team Onbemande Luchtvaart van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.







