HomeVerder in het nieuwsFinancieelStroomprijzen in EU dalen licht, maar blijven boven niveau van voor energiecrisis
spot_imgspot_imgspot_imgspot_img

Stroomprijzen in EU dalen licht, maar blijven boven niveau van voor energiecrisis

LUXEMBURG – De gemiddelde elektriciteitsprijs voor huishoudens in de Europese Unie is in de eerste helft van 2026 met 2,2 procent gedaald. Huishoudens betaalden gemiddeld ongeveer 28 eurocent per kilowattuur (kWh), tegenover 29 eurocent in de tweede helft van 2025. Ondanks de daling liggen de stroomprijzen nog altijd aanzienlijk hoger dan vóór de energiecrisis van 2022.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat.

De verschillen tussen de EU-landen blijven groot. Terwijl huishoudens in Ierland, Duitsland en België relatief veel betalen voor elektriciteit, liggen de tarieven in onder meer Hongarije, Malta en Bulgarije aanzienlijk lager.

Ook de belastingen en heffingen op elektriciteit zijn in de eerste helft van 2026 licht gedaald.

Ierland heeft hoogste stroomprijzen

Volgens Eurostat betaalden huishoudens in Ierland in de eerste zes maanden van 2026 gemiddeld 39 eurocent per kilowattuur. Daarmee had Ierland de hoogste elektriciteitsprijs van de Europese Unie.

Duitsland en België volgden met beide 36 eurocent per kilowattuur.

In totaal waren er zes EU-landen waar huishoudens meer dan 30 eurocent per kilowattuur betaalden.

Aan de andere kant van de ranglijst stond Hongarije, waar de gemiddelde elektriciteitsprijs slechts 11 eurocent per kilowattuur bedroeg.

Malta en Bulgarije volgden met beide 13 eurocent per kilowattuur.

In vijf EU-landen lag de elektriciteitsprijs onder de 20 eurocent per kilowattuur.

Het verschil tussen de duurste en goedkoopste lidstaat bedroeg daarmee 28 eurocent per kilowattuur.

Stroomprijs in Roemenië ruim 51 procent gestegen

Hoewel de gemiddelde elektriciteitsprijs in de Europese Unie daalde, was er in verschillende landen juist sprake van forse prijsstijgingen.

Wanneer de prijzen in nationale valuta worden vergeleken met de eerste helft van 2025, valt vooral Roemenië op.

Daar stegen de elektriciteitsprijzen voor huishoudens met 51,6 procent.

Ook in Ierland en Finland werden aanzienlijke prijsstijgingen geregistreerd.

In Ierland betaalden huishoudens 19,8 procent meer dan een jaar eerder, terwijl de elektriciteitsprijs in Finland met 18,4 procent steeg.

Daartegenover stonden landen waar de stroomprijzen juist sterk daalden.

Denemarken kende met 31,7 procent de grootste prijsdaling.

Ook in Luxemburg werd elektriciteit aanzienlijk goedkoper. Daar daalden de prijzen met 24,1 procent ten opzichte van de eerste helft van 2025.

De cijfers laten zien dat de ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen binnen de Europese Unie sterk uiteenloopt.

Aandeel belastingen en heffingen daalt

Naast de elektriciteitsprijs zelf onderzocht Eurostat ook het aandeel van belastingen en heffingen in de energierekening.

In de tweede helft van 2025 bestond gemiddeld 28,9 procent van de elektriciteitsrekening uit belastingen en heffingen.

In de eerste helft van 2026 daalde dat aandeel naar 28,4 procent.

Dat betekent een afname van 0,5 procentpunt.

Hoewel deze daling beperkt is, draagt een lager aandeel belastingen en heffingen bij aan de ontwikkeling van de uiteindelijke elektriciteitsprijs die huishoudens betalen.

Roemenië relatief het duurst

Eurostat heeft de elektriciteitsprijzen ook vergeleken op basis van koopkracht.

Daarbij wordt gebruikgemaakt van de zogenoemde koopkrachtstandaard (PPS), waarmee rekening wordt gehouden met verschillen in prijsniveaus tussen landen.

Deze vergelijking geeft een ander beeld dan de elektriciteitsprijzen uitgedrukt in euro’s.

Roemenië bleek in de eerste helft van 2026 relatief het duurste EU-land voor huishoudelijke elektriciteit.

De elektriciteitsprijs bedroeg daar 46,9 PPS per 100 kilowattuur.

Polen volgde met 41,1 PPS per 100 kilowattuur.

Tsjechië stond op de derde plaats met 34,3 PPS per 100 kilowattuur.

Daarmee drukken de elektriciteitskosten in deze landen relatief zwaar op de koopkracht van huishoudens.

Malta en Hongarije relatief goedkoop

Wanneer rekening wordt gehouden met koopkracht, behoren Malta, Hongarije en Luxemburg tot de goedkoopste landen van de Europese Unie.

Malta registreerde met 13,8 PPS per 100 kilowattuur de laagste elektriciteitsprijs.

Hongarije volgde met 14,7 PPS en Luxemburg met 15,5 PPS per 100 kilowattuur.

Opvallend is dat Luxemburg in de vergelijking van de nominale elektriciteitsprijzen niet tot de drie goedkoopste landen behoort, maar op basis van koopkracht wel.

Dit onderstreept volgens de cijfers het belang van het meenemen van koopkrachtverschillen bij internationale vergelijkingen van energiekosten.

Prijzen nog altijd hoger dan voor energiecrisis

Ondanks de gemiddelde prijsdaling van 2,2 procent is elektriciteit in de Europese Unie nog altijd aanzienlijk duurder dan vóór de energiecrisis van 2022.

Die crisis zorgde voor sterke prijsstijgingen op de Europese energiemarkt.

De nieuwste cijfers laten zien dat de gemiddelde elektriciteitsprijzen inmiddels enigszins zijn gedaald, maar nog niet zijn teruggekeerd naar het eerdere niveau.

Bovendien profiteren huishoudens in de verschillende lidstaten niet in dezelfde mate van de daling.

Terwijl de prijzen in landen als Denemarken en Luxemburg aanzienlijk zijn afgenomen, worden huishoudens in onder meer Roemenië, Ierland en Finland geconfronteerd met hogere kosten.

Cijfers hebben betrekking op huishoudens

De door Eurostat gepubliceerde gegevens hebben uitsluitend betrekking op elektriciteitsprijzen voor huishoudens.

De cijfers geven daarom geen direct beeld van de elektriciteitskosten voor transportbedrijven, logistieke ondernemingen of exploitanten van laadvoorzieningen voor elektrische vrachtwagens.

Voor zakelijke afnemers kunnen andere tarieven, belastingen, heffingen en contractvoorwaarden gelden.

Eurostat publiceert afzonderlijke statistieken over elektriciteitsprijzen voor niet-huishoudelijke afnemers.

De nieuwste huishoudcijfers bevestigen dat de Europese elektriciteitsmarkt nog altijd wordt gekenmerkt door grote prijsverschillen tussen lidstaten, ondanks de lichte daling van de gemiddelde stroomprijs.

spot_img

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS