HomeTRANSPORTNIEUWSScheepvaartNederlandse vrachtwagenchauffeur overleden op veerboot blijkt uit scheepvaartrapportage van de OvV
spot_imgspot_imgspot_imgspot_img

Nederlandse vrachtwagenchauffeur overleden op veerboot blijkt uit scheepvaartrapportage van de OvV

DEN HAAG – De Onderzoeksraad voor Veiligheid roept rederijen en andere partijen in de scheepvaartsector op om incidenten en ongevallen actief te melden en ervaringen met elkaar te delen. Volgens de Onderzoeksraad kunnen daardoor gevaarlijke situaties eerder worden herkend en soortgelijke ongevallen in de toekomst worden voorkomen. De oproep staat in de Rapportage Ongevallen Scheepvaart over de periode januari tot en met juni 2026.

In de rapportage beschrijft de Onderzoeksraad verschillende ernstige incidenten in de scheepvaart, waaronder dodelijke arbeidsongevallen, aanvaringen en gevaarlijke situaties tijdens laad- en loswerkzaamheden.

Ook wordt aandacht besteed aan een dodelijk ongeval met een Nederlandse vrachtwagenchauffeur aan boord van een veerboot in Frankrijk.

Erica Bakkum, plaatsvervangend voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, benadrukt het belang van openheid over incidenten.

“Op die manier vergroten we het gezamenlijk lerend vermogen en kunnen we voorkomen dat die voorvallen zich opnieuw voordoen. Veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid”, aldus Bakkum.

Nederlandse vrachtwagenchauffeur overleden op veerboot

Een van de ernstige ongevallen die in de rapportage worden genoemd, vond plaats op 12 mei 2026 in de Franse haven van Duinkerken.

Tijdens het ontschepen van de ro-paxveerboot Delft Seaways kwam een Nederlandse vrachtwagenchauffeur om het leven.

De chauffeur was na het starten van zijn vrachtwagen uitgestapt. Vervolgens kwam het voertuig in beweging, waardoor de man bekneld raakte tussen zijn vrachtwagen en een deel van het schip.

De chauffeur overleed aan zijn verwondingen.

Het Verenigd Koninkrijk is als vlaggenstaat een onderzoek naar het ongeval begonnen. Frankrijk is als kuststaat bij het onderzoek betrokken. Nederland neemt vanwege de nationaliteit van het slachtoffer eveneens deel als staat met aanmerkelijk belang.

Bemanningslid verdronken in IJmuiden

De Onderzoeksraad heeft daarnaast een onderzoek afgerond naar een dodelijk ongeval op 11 april 2026 in de Vissershaven van IJmuiden.

Daar lagen drie bewakingsschepen naast elkaar afgemeerd. Het Panamese schip Glomar 4 Winds lag direct aan de kade, met daarnaast de onder San Marinese vlag varende Faxaborg en Eversand.

Een bemanningslid van de Eversand wilde via een kortere route vanaf de Glomar 4 Winds aan wal gaan.

Door laagwater, wind en passerende schepen kon tussen het schip en de stootbalk aan de kade een ruimte van ongeveer 50 centimeter ontstaan.

Het dek was bovendien nat en glad door regen.

Bij het overstappen gleed het bemanningslid uit en viel tussen de wal en het schip in het water. Tijdens zijn val raakte hij vermoedelijk met zijn hoofd de stootbalk, waardoor hij waarschijnlijk buiten bewustzijn raakte.

Een collega zag het ongeval gebeuren en probeerde het slachtoffer te redden, maar de man zonk vrijwel direct.

Duikers vonden het slachtoffer onder water. Ondanks reanimatiepogingen overleed hij.

Volgens de Onderzoeksraad laat het ongeval zien hoe belangrijk het is om ook veelgebruikte, informele looproutes tussen schepen en de wal op veiligheid te beoordelen.

Een ketting die de gevaarlijke route moest afsluiten, bood onvoldoende bescherming omdat deze eenvoudig kon worden verwijderd of gepasseerd.

Containers vallen op LNG-bunkertanker op Maasvlakte

Ook een incident op 6 februari 2026 op de Maasvlakte in Rotterdam wordt onderzocht.

Tijdens laadwerkzaamheden aan boord van een containerschip vielen meerdere containers om.

Een aantal containers kwam terecht op een afgemeerde LNG-bunkertanker, die het containerschip op dat moment van brandstof voorzag.

Andere containers vielen in het water.

Bij het incident raakte niemand gewond, maar ontstond wel schade aan de bunkertanker en de containers.

De Onderzoeksraad onderzoekt de veiligheidsrisico’s van gelijktijdige containeroverslag en bunkerwerkzaamheden.

Daarbij wordt specifiek gekeken naar de beheersing van risico’s wanneer een schip LNG bunkert terwijl tegelijkertijd containers worden geladen of gelost.

Twee bemanningsleden onwel tijdens lossen kokosolie

Een ander onderzoek betreft een incident op 13 januari 2026 aan boord van een olietanker in de Rotterdamse Waalhaven.

Tijdens het lossen van ruwe kokosolie werden twee bemanningsleden onwel.

Vier bemanningsleden waren bezig met het verwijderen van ladingresten uit een tank toen een gasmeter alarm sloeg.

De bemanningsleden verlieten de tank, maar een van hen zakte op het bovenste bordes in elkaar.

Een collega die zonder adembescherming terugging om hulp te bieden, raakte eveneens onwel.

Beide bemanningsleden werden naar het ziekenhuis gebracht en konden later die dag weer naar huis.

Voorafgaand aan de werkzaamheden was de atmosfeer in de tank gecontroleerd en veilig bevonden.

Tijdens het in beweging brengen van de ladingresten kwam echter onverwacht een hoge concentratie koolmonoxide vrij.

De Onderzoeksraad onderzoekt hoe een als veilig geclassificeerde lading onder bepaalde omstandigheden toch gevaarlijke concentraties koolmonoxide kan vrijgeven.

Bemanningslid overleden in tank op Noordzee

Op 1 mei 2026 overleed een bemanningslid aan boord van een chemicaliëntanker tijdens het betreden van een tank.

Het schip lag op dat moment in ankergebied 5 op de Noordzee.

De Onderzoeksraad is een onderzoek begonnen naar de mogelijke oorzaak van het overlijden en de factoren die daarbij een rol hebben gespeeld.

Nederlandse vrachtschepen betrokken bij buitenlandse incidenten

De rapportage vermeldt ook verschillende ongevallen waarbij Nederlandse schepen in het buitenland betrokken waren.

Op 26 januari 2026 raakte het Nederlandse vrachtschip Eikborg bij het verlaten van de Portugese haven Figueira da Foz met het roer de zeebodem.

Daarna verloor het schip de controle over het roer.

De Eikborg kon zijn reis niet voortzetten en werd uiteindelijk door sleepboten naar de haven van Vigo gebracht.

De Portugese onderzoeksinstantie GAMA onderzoekt het incident. Nederland is bij dat onderzoek betrokken.

Op 28 februari 2026 kwam het Nederlandse vrachtschip Eems Dundee op het Kielkanaal in aanvaring met het onder Madeirese vlag varende vrachtschip Rix Partner.

De Eems Dundee had snelheid verminderd om ruimte te maken voor het tegemoetkomende schip, maar raakte vervolgens om nog onbekende redenen uit koers.

Beide schepen liepen schade op, maar konden hun reis voortzetten.

De Duitse onderzoeksinstantie BSU onderzoekt de aanvaring.

Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de dood van een Nederlands bemanningslid op het Litouwse vissersschip Margiris in de Stille Oceaan.

De man werd op 31 oktober 2025 overleden aangetroffen in een sonarruimte. Volgens eerste bevindingen van de Chileense autoriteiten is elektrocutie een mogelijke doodsoorzaak.

Litouwen voert het onderzoek uit, waarbij Nederland betrokken is.

Wagenborg pleit voor openheid over incidenten

In een afzonderlijk thema-artikel besteedt de Onderzoeksraad aandacht aan de manier waarop rederij Wagenborg omgaat met het melden van incidenten.

De rederij meldt voorvallen rechtstreeks bij de Onderzoeksraad en andere betrokken instanties.

Volgens Johan Krijnsen, manager HSEQ bij Wagenborg, is het beleid om alle meldplichtige incidenten door te geven aan de betrokken autoriteiten.

Daarmee hoeft de rederij niet bij ieder incident afzonderlijk te beoordelen welke instantie de melding relevant vindt.

Ook aan boord wordt het melden van incidenten gestimuleerd.

Volgens HSEQ-coördinator Joost Terveer kan ieder bemanningslid een voorval melden bij de Designated Person Ashore (DPA), de aangewezen contactpersoon aan wal.

Wagenborg onderzoekt incidenten ook zelf en deelt de uitkomsten en veiligheidslessen met de bemanning van de vloot.

Volgens de rederij draagt die openheid bij aan vertrouwen bij bemanningsleden, klanten en autoriteiten.

“Veiligheid is ieders verantwoordelijkheid”, benadrukt Terveer.

De rederij roept andere scheepvaartbedrijven op om incidenten eveneens actief te blijven melden en niet uit angst voor reputatieschade of schaamte informatie achter te houden.

Ook kleinere incidenten kunnen belangrijke lessen opleveren

Volgens de Onderzoeksraad zijn niet alleen grote ongevallen belangrijk voor het verbeteren van de veiligheid.

Ook incidenten die niet uitgebreid worden onderzocht, kunnen inzicht geven in terugkerende risico’s.

Zo beschrijft de rapportage twee voorvallen waarbij bemanningsleden letsel opliepen tijdens het hijsen van een reddingsboot.

Eind 2025 werd eveneens een soortgelijk incident gemeld.

Volgens de Onderzoeksraad kunnen tijdens oefeningen of functionele testen gevaarlijke situaties ontstaan wanneer veiligheidsmechanismen niet werken door technische problemen of miscommunicatie.

Daarbij kan bijvoorbeeld een bemanningslid dat handmatig een reddingsboot hijst, worden geraakt door een bewegend onderdeel van een kraan die tegelijkertijd elektrisch wordt aangedreven.

Door dergelijke voorvallen te delen, kunnen andere rederijen en bemanningen zich beter bewust worden van vergelijkbare risico’s.

Nieuwe indeling van scheepvaartongevallen

De Onderzoeksraad heeft in de nieuwe rapportage ook de classificatie van scheepvaartongevallen aangepast.

Aanleiding is een wijziging van Europese regelgeving, waarmee de indeling beter aansluit op de internationale voorschriften van de International Maritime Organization (IMO).

De categorieën ‘serious’, ‘less serious’ en ‘marine incident’ worden niet langer afzonderlijk gehanteerd.

De categorieën ‘very serious’, voor onder meer ongevallen met dodelijke slachtoffers, totaalverlies van een schip of ernstige milieuschade, en ‘serious injury’ blijven bestaan.

Onder de laatste categorie valt letsel waardoor iemand binnen zeven dagen na een ongeval langer dan 72 uur arbeidsongeschikt is.

De rapportage bevat voortaan ernstige ongevallen en andere gemelde incidenten die relevant worden geacht voor het verbeteren van de veiligheid.

Omdat verschillende classificaties zijn vervallen, bevat de rapportage geen grafieken meer die op de oude indeling waren gebaseerd.

Oproep aan gehele scheepvaartsector

De Onderzoeksraad publiceert sinds 2015 tweemaal per jaar een overzicht van scheepvaartongevallen en onderzoeken.

De rapportages zijn mede gebaseerd op meldingen van onder meer de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Rijkswaterstaat, de Kustwacht, havenbedrijven, buitenlandse onderzoeksinstanties en rederijen.

Volgens de Onderzoeksraad is het belangrijk dat bedrijven ook zelf actief informatie blijven aanleveren.

Dat helpt om patronen te herkennen en veiligheidslessen niet alleen binnen één bedrijf, maar in de gehele scheepvaartsector te verspreiden.

Incidenten kunnen worden gemeld via scheepvaart@onderzoeksraad.nl.

Bij een melding wordt gevraagd om de naam van het schip, de locatie, het tijdstip en een beschrijving van de toedracht of een verklaring van de kapitein.

De Onderzoeksraad benadrukt dat het bij onderzoek niet gaat om het vaststellen van schuld of aansprakelijkheid, maar om het voorkomen van toekomstige ongevallen.

spot_img

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS