DEN HAAG – Bestelwagens met emissieklasse 6 en een datum van eerste toelating van vóór 1 januari 2025 mogen een jaar langer de Nederlandse zero-emissiezones in. De overgangsregeling wordt verlengd tot en met 31 december 2028, waardoor deze voertuigen pas vanaf 1 januari 2029 worden geweerd. Staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat heeft het ontwerpbesluit op 22 oktober 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden.
Met de wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) wordt een eerder kabinetsbesluit formeel vastgelegd. De ministerraad besloot op 14 maart 2025 al om de overgangsregeling met een jaar te verlengen.
De huidige regeling bepaalt dat bedrijfsauto’s met emissieklasse 6 die vóór 2025 voor het eerst zijn toegelaten, tot en met 31 december 2027 toegang hebben tot zero-emissiezones. Dat wordt nu met een jaar verlengd.
Het ontwerpbesluit moet nog de parlementaire voorhangprocedure en advisering door de Raad van State doorlopen voordat de wijziging definitief kan worden vastgesteld. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2027.
50.000 tot 80.000 bestelwagens profiteren
Volgens de toelichting bij het ontwerpbesluit waren er op 31 december 2025 in Nederland 621.025 lichte bedrijfsauto’s met emissieklasse 6 geregistreerd.
Het merendeel van deze voertuigen rijdt niet of slechts incidenteel in zero-emissiezones.
Het ministerie schat dat ongeveer 50.000 tot 80.000 bedrijfsauto’s daadwerkelijk profiteren van de verlenging. Hun eigenaren krijgen een extra jaar om over te stappen op een uitstootvrij voertuig.
De maatregel moet vooral ondernemers helpen die hun huidige bestelwagen nog niet volledig hebben afgeschreven of voor wie de aanschaf van een elektrisch voertuig financieel of praktisch nog niet haalbaar is.
Ook krijgen ondernemers langer de tijd om te wachten op een beter aanbod van gebruikte elektrische bestelwagens.
Niet voor alle bedrijfswagens
De verlenging geldt uitsluitend voor bedrijfsauto’s met emissieklasse 6 die vóór 1 januari 2025 voor het eerst zijn toegelaten.
Voor andere emissieklassen blijven de bestaande overgangsregels gelden.
Bestelwagens met emissieklasse 4 of lager hebben sinds 1 januari 2025 geen toegang meer tot de zero-emissiezones. Voertuigen met emissieklasse 5 mogen nog tot en met 31 december 2026 de zones in.
Nieuwe bedrijfs- en vrachtauto’s die vanaf 1 januari 2025 voor het eerst op kenteken zijn gezet, moeten volgens de algemene toegangsregels uitstootvrij zijn om een zero-emissiezone binnen te mogen rijden.
De nieuwe verlenging verandert niets aan de bestaande overgangsregelingen voor vrachtwagens.
Minder aanvragen voor ontheffingen
Door de verlenging hoeven ondernemers in 2028 minder vaak een ontheffing aan te vragen voor toegang tot een zero-emissiezone.
Voor bedrijven die een zone slechts incidenteel bezoeken, kan dat een aanzienlijke besparing opleveren.
Ondernemers kunnen momenteel maximaal twaalf keer per stad per jaar een dagontheffing aanvragen. Een dergelijke ontheffing kost 30 euro.
Het ministerie verwacht dat door de verlenging in 2028 ongeveer 110.000 aanvragen voor dagontheffingen achterwege kunnen blijven.
Daarnaast wordt verwacht dat ongeveer 1.980 ondernemers door het extra jaar uiteindelijk helemaal geen langdurige ontheffing meer hoeven aan te vragen, bijvoorbeeld omdat zij in de tussentijd hun voertuig vervangen.
De totale vermindering van de administratieve lasten wordt geraamd op ongeveer 608.850 euro in 2028.
Daarnaast verwacht het ministerie dat ondernemers en particulieren samen ongeveer 3,54 miljoen euro besparen aan legeskosten voor ontheffingen.
Elektrische bestelwagens volgens ministerie goedkoper in aanschaf
In de toelichting stelt het ministerie dat de overstap naar elektrische bedrijfsauto’s voor steeds meer ondernemers financieel haalbaar wordt.
Volgens onderzoek waarop het ministerie zich baseert, ligt de gemiddelde aanschafprijs van een nieuwe uitstootvrije bedrijfsauto inmiddels 5.000 tot 10.000 euro lager dan die van een vergelijkbare dieselvariant.
Dat wordt onder meer toegeschreven aan het vervallen van de bpm-vrijstelling voor dieselbestelwagens en de dalende prijzen van elektrische voertuigen.
Ook zouden elektrische bedrijfsauto’s lagere energie- en onderhoudskosten per kilometer hebben.
Volgens de toelichting bestaat in 2026 ongeveer 78 procent van de nieuwverkopen van lichte bedrijfsvoertuigen uit elektrische voertuigen.
Tegelijkertijd erkent het ministerie dat de tweedehandsmarkt voor elektrische bestelwagens nog verder moet groeien.
Tussen 2021 en 2024 werden via de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) ongeveer 29.000 elektrische bedrijfsauto’s gesubsidieerd.
Bij het aflopen van de regeling in 2025 reden er ongeveer 45.000 elektrische bedrijfsauto’s in Nederland. Een aanzienlijk deel daarvan zal naar verwachting de komende jaren beschikbaar komen op de tweedehandsmarkt.
Netcongestie blijft aandachtspunt
Ook de beschikbaarheid van laadinfrastructuur speelt een rol bij de overgang naar elektrisch vervoer.
Volgens het ministerie is de huidige publieke laadinfrastructuur in en rond de zero-emissiezones voldoende voor het bestaande elektrische wagenpark en de verwachte groei op korte termijn.
Wel blijft netcongestie een belangrijk aandachtspunt, vooral bij het laden van voertuigen op bedrijfslocaties.
Uit onderzoek van Elaad blijkt dat ongeveer 64 procent van de elektriciteitsvraag voor bedrijfsauto’s wordt ingevuld door laden op bedrijventerreinen. Ongeveer 32 procent wordt geladen in woonwijken en 4 procent onderweg.
Vooral bij het laden van vrachtwagens op eigen depots kunnen capaciteitsproblemen ontstaan.
Ondernemers die door een structureel tekort aan beschikbare netcapaciteit niet kunnen overstappen op elektrisch vervoer, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een ontheffing.
Het extra overgangsjaar moet bedrijven meer tijd geven om oplossingen te vinden, zoals alternatieve energiecontracten of batterijopslag.
Den Haag wilde uitstel tot 2035
Tijdens de internetconsultatie, die liep van 18 juni tot en met 13 augustus 2026, werden twintig reacties ingediend.
Daarvan kwam 55 procent van bedrijven en brancheorganisaties, 25 procent van lokale overheden en 20 procent van particulieren.
Volgens het ministerie bestaat brede steun voor de verlenging van de overgangsregeling.
De gemeente Den Haag pleitte echter voor een veel langere overgangsperiode. De gemeente stelde voor om de toegang voor bedrijfsauto’s met emissieklasse 6 niet tot 2029, maar tot 2035 te verlengen, overeenkomstig het voornemen in het gemeentelijke coalitieakkoord.
Ook de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hebben het ministerie gevraagd aanvullende wijzigingen in de regelgeving door te voeren.
Volgens deze gemeenten zijn verdere aanpassingen nodig om in 2030 aan Europese, nationale en lokale klimaat- en luchtkwaliteitseisen te voldoen.
Het ministerie heeft aangegeven hierover met de betrokken gemeenten en andere partijen in overleg te gaan.
Adviescollege kritisch op onderbouwing
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) bracht op 19 augustus 2026 advies uit over het ontwerpbesluit.
Het college erkende dat de verlenging tot een aanzienlijke vermindering van administratieve lasten kan leiden, maar vond de oorspronkelijke onderbouwing onvoldoende.
Het ATR adviseerde het voorstel niet vast te stellen zonder rekening te houden met verschillende verbeterpunten.
Zo moest het ministerie duidelijker maken hoeveel ondernemers daadwerkelijk geholpen worden, welke alternatieven zijn overwogen en hoeveel administratieve lasten worden bespaard.
Ook adviseerde het college om onnodige documenten bij ontheffingsaanvragen, zoals kopieën van kentekenbewijzen en uittreksels van de Kamer van Koophandel, niet langer verplicht te stellen.
Het ministerie heeft de toelichting inmiddels aangevuld met berekeningen over het aantal betrokken voertuigen en de verwachte kostenbesparingen.
Het vereenvoudigen van de ontheffingsaanvragen wordt onder de aandacht gebracht van gemeenten en de RDW, omdat het ministerie die aanvraagvoorwaarden niet zelfstandig kan wijzigen.
Klimaatdoelen blijven staan
De verlenging betekent dat dieselbestelwagens met emissieklasse 6 een jaar langer in zero-emissiezones mogen rijden.
Het ministerie erkent dat hierdoor op korte termijn minder uitstootreductie wordt bereikt dan wanneer de oorspronkelijke overgangstermijn zou blijven gelden.
Volgens de toelichting verandert de maatregel echter niets aan de uiteindelijke doelstelling om de stadslogistiek uitstootvrij te maken.
Uit berekeningen van Haskoning en Buck Consultants blijkt dat de Nederlandse zero-emissiezones in 2030 naar verwachting zorgen voor een jaarlijkse vermindering van 0,55 megaton CO2, 977 ton stikstofoxiden, 15,1 ton fijnstof en 7,8 ton roet.
Daarmee wordt de oorspronkelijke doelstelling uit het Klimaatakkoord van 1 megaton CO2-reductie per jaar nog niet gehaald.
Volgens de onderzoekers komt dit vooral doordat er minder zero-emissiezones zijn dan aanvankelijk voorzien en doordat veel zones relatief klein zijn.
De verlenging van de overgangsregeling heeft volgens het ministerie geen invloed op deze berekeningen voor 2030.
Eerst parlementaire behandeling
Het ontwerpbesluit is op 22 oktober 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. De Eerste Kamer heeft een gelijkluidende brief ontvangen.
Beide Kamers krijgen de gelegenheid zich over de voorgenomen wijziging uit te spreken.
Pas nadat de wettelijk voorgeschreven termijn van minimaal vier weken is verstreken, kan het ontwerp voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd.
Daarna kan de wijziging definitief worden vastgesteld.
Als het besluit volgens planning in werking treedt op 1 juli 2027, mogen bestelwagens met emissieklasse 6 en een datum van eerste toelating van vóór 2025 tot en met 31 december 2028 zonder aanvullende ontheffing gebruik blijven maken van de zero-emissiezones.







