ZUID-HOLLAND â Meerdere transportondernemers uit Zuid-Holland hebben bij Transport Online melding gemaakt van verdachte e-mails waarin zij aansprakelijk worden gesteld voor schade aan een personenauto. Volgens de afzender zou een vrachtwagen van het betreffende transportbedrijf een auto hebben geraakt en vervolgens zijn doorgereden. De berichten bevatten gedetailleerde informatie over de vermeende aanrijding en foto’s van de schade. De ondernemers vermoeden dat sprake is van een poging tot oplichting.
De meldingen zijn afkomstig van verschillende transportbedrijven die om anonimiteit hebben gevraagd. Transport Online heeft de politie om een reactie gevraagd. De politie-eenheid Den Haag laat weten dat dergelijke meldingen daar niet bekend zijn en adviseert bedrijven om de informatie zorgvuldig te controleren.
Gedetailleerde beschrijving van vermeende aanrijding
In een van de e-mails, die in het bezit is van Transport Online, schrijft een persoon die zich ondertekent met de naam ‘Prem’ dat zijn 68-jarige moeder zou zijn aangereden door een vrachtwagen van het aangeschreven transportbedrijf.
Volgens de afzender zou het incident rond 15.50 uur hebben plaatsgevonden op de A12, ter hoogte van hectometerpaal 47,7, vlak voor afslag Woerden (afslag 14).
In het bericht wordt beschreven dat er langzaam rijdend verkeer en een kleine file waren. Een vrachtwagen zou in een bocht gedeeltelijk op de rijstrook van de vrouw zijn terechtgekomen en daarbij haar buitenspiegel hebben geraakt.
De vrachtwagenchauffeur zou vervolgens zijn doorgereden.
De afzender schrijft dat zijn moeder na het incident op de vluchtstrook is gestopt en behoorlijk is geschrokken. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat de chauffeur de aanrijding mogelijk niet heeft opgemerkt en dus niet bewust is doorgereden.
Met deze formulering lijkt de afzender de situatie aanvankelijk op een begripvolle manier te willen oplossen.
Verzoek om schade af te handelen
De afzender stelt dat de schade relatief beperkt is en vraagt het transportbedrijf om de kwestie op een nette en redelijke manier af te handelen.
Daarbij wordt gevraagd te bevestigen of het voertuig daadwerkelijk van het transportbedrijf is en, als dat zo is, de contactgegevens te verstrekken van degene die de schadeclaim behandelt.
Opvallend is dat de afzender ook een schriftelijke bevestiging verlangt wanneer het voertuig niet van het transportbedrijf blijkt te zijn.
“Mocht het voertuig niet van uw bedrijf zijn, dan verzoek ik u dit schriftelijk aan mij te bevestigen”, staat in de e-mail.
De afzender stelt deze bevestiging nodig te hebben om aangifte te kunnen doen bij de politie en verdere stappen te ondernemen om de vrachtwagen te achterhalen.
De combinatie van een nauwkeurige locatie, een tijdstip, een gedeeltelijk kenteken en foto’s van de schade kan de indruk wekken dat sprake is van een daadwerkelijk verkeersongeval. Die gegevens vormen op zichzelf echter geen bewijs dat een vrachtwagen van het aangeschreven bedrijf bij een aanrijding betrokken is geweest.
Politie: geen meldingen bekend
Transport Online heeft de politie gevraagd of deze werkwijze bekend is en of er meldingen over zijn ontvangen.
Een woordvoerder van de politie-eenheid Den Haag laat weten dat navraag is gedaan bij verschillende politieteams.
“Ik heb nergens terug kunnen vinden dat deze meldingen bij ons bekend zijn. Dat geldt dan in dit geval voor de Eenheid Den Haag”, aldus de woordvoerder.
De politie benadrukt dat het verstandig is aangifte te doen wanneer sprake is van fraude of een ander strafbaar feit.
Ook wijst de politie erop dat bedrijven zelf de ontvangen informatie moeten controleren om vast te stellen of sprake is van een daadwerkelijke schadeclaim of een mogelijke poging tot oplichting.
Aangifte kost ondernemer drie uur
Een van de transportondernemers heeft inmiddels aangifte gedaan bij de politie. Volgens hem kostte het hele traject ongeveer drie uur.
“Kost je alles bij elkaar een uur of drie”, laat de ondernemer aan Transport Online weten.
De ondernemer deed eerst digitaal melding van de vermoedelijke oplichting. Dat bleek volgens hem al tijdrovend, onder meer omdat e-mails niet als bijlage konden worden toegevoegd.
Vervolgens werd hij door de politie gebeld om een afspraak te maken voor het doen van aangifte. Naar eigen zeggen heeft hij daarna bijna twee uur op het politiebureau doorgebracht. Ook na de aangifte moest hij nog verschillende documenten digitaal aanleveren.
De ondernemer benadrukt daarmee hoeveel tijd het kost om een vermoedelijke poging tot oplichting officieel bij de politie te melden.
Eerder ook valse schadeclaims per e-mail
De werkwijze vertoont overeenkomsten met een vorm van e-mailoplichting waarvoor consumenten jaren geleden al werden gewaarschuwd.
In januari 2016 berichtte NH Nieuws over nepmails waarin ontvangers ten onrechte werden beschuldigd van het veroorzaken van autoschade. Het toenmalige televisieprogramma Opgelicht besteedde destijds eveneens aandacht aan deze berichten.
In die gevallen beweerden afzenders dat zij over foto’s van de schade beschikten. Ontvangers werden gevraagd een schadevergoeding te betalen. Een link waarmee de foto’s zogenaamd konden worden bekeken, bleek bedoeld om schadelijke software te verspreiden.
Bij de huidige meldingen aan transportbedrijven is niet vastgesteld dat sprake is van dezelfde afzenders of dat de berichten schadelijke links bevatten. Ook is nog niet duidelijk of de afzender uiteindelijk rechtstreeks geld probeert te verkrijgen.
Wel laat de eerdere waarschuwing zien dat verzonnen aanrijdingen al langer worden gebruikt als aanleiding om mensen via e-mail te benaderen.
Waarschuwing voor transportondernemers
Transportbedrijven die een dergelijke e-mail ontvangen, doen er verstandig aan niet direct aansprakelijkheid te erkennen of een financiÃĢle regeling te treffen.
Het is raadzaam om eerst te controleren of het genoemde voertuig daadwerkelijk tot het wagenpark behoort en of het op het opgegeven tijdstip op de genoemde locatie aanwezig kan zijn geweest.
Daarbij kunnen onder meer ritregistraties, boordcomputergegevens, beschikbare camerabeelden en informatie van de betrokken chauffeur worden geraadpleegd.
Ook is het verstandig om foto’s en andere bewijsstukken kritisch te bekijken en de schadeclaim zo nodig voor te leggen aan de eigen verzekeraar.
Bij een vermoeden van oplichting kunnen ondernemers de correspondentie bewaren en aangifte doen bij de politie.
Vooralsnog is niet vastgesteld wie achter de bij Transport Online gemelde berichten zit, of de gemelde aanrijdingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en of de verschillende meldingen van dezelfde afzender afkomstig zijn.
Transport Online roept transportondernemers die vergelijkbare berichten hebben ontvangen op zich bij de redactie te melden. Daarmee kan mogelijk duidelijker worden hoe vaak deze werkwijze voorkomt en of bedrijven met dezelfde berichten worden benaderd.
UPDATE â Inmiddels hebben zich bij Transport Online meer transportondernemers gemeld die op dezelfde wijze zijn benaderd. De meldingen komen niet langer uitsluitend uit Zuid-Holland, maar ook uit andere delen van Nederland.
Opvallend is dat de berichten afkomstig zijn van iemand die zich ‘Prem’ noemt en dat bij de vermeende schadeclaims exact dezelfde drie foto’s van een beschadigde buitenspiegel worden meegestuurd.
De nieuwe meldingen versterken het vermoeden dat transportbedrijven doelgericht worden benaderd met mogelijk valse schadeclaims. Transport Online adviseert ondernemers daarom extra alert te zijn en niet zonder verificatie op dergelijke verzoeken in te gaan.







