DEN HAAG – De huidige regeling voor automatische kentekenherkenning (ANPR), of de uitvoering daarvan, voldoet op twee punten niet aan de verdragsrechtelijke bescherming van het recht op privacy. Dat oordeelt het gerechtshof Den Haag dinsdag in een tussenarrest in een zaak die maatschappelijke organisatie Privacy First tegen de Nederlandse Staat heeft aangespannen. De Staat moet bovendien beter onderbouwen waarom het noodzakelijk is om kentekengegevens vier weken te bewaren.
Op grond van artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering kunnen met Automatic Number Plate Recognition (ANPR) kentekengegevens van voertuigen gedurende vier weken worden vastgelegd. In Nederland staan op ten minste 1.176 locaties een of meer camera’s waarmee deze techniek wordt toegepast.
De politie kan de opgeslagen kentekengegevens gebruiken bij de opsporing van strafbare feiten.
Privacy First naar de rechter
Privacy First verzet zich tegen de automatische kentekenherkenning en stelt dat de regeling in strijd is met het recht op privacy. De organisatie vorderde eerder bij de rechtbank dat de regeling buiten werking zou worden gesteld. De rechtbank wees die vordering af.
Privacy First ging daarop in hoger beroep. Bij het gerechtshof vordert de organisatie dat wordt vastgesteld dat de regeling onrechtmatig is. Ook wil Privacy First dat het de Staat wordt verboden de verzamelde kentekengegevens te gebruiken totdat de gestelde onrechtmatigheid is opgelost.
Staat moet noodzaak beter onderbouwen
Het gerechtshof doet dinsdag een tussenuitspraak. Volgens het hof heeft de Staat onvoldoende onderbouwd dat de inbreuk op het recht op privacy noodzakelijk is in een democratische samenleving.
De Staat moet daarom aanvullende informatie verstrekken over de betekenis van de opgeslagen kentekengegevens voor de opsporing van strafbare feiten. Zo moet worden toegelicht hoe vaak deze gegevens een belangrijke rol hebben gespeeld bij de opsporing.
Ook moet de Staat nader onderbouwen waarom het noodzakelijk is om de kentekengegevens gedurende vier weken te bewaren.
Onafhankelijk toezicht op plaatsing camera’s
Op twee onderdelen komt het hof in het tussenarrest al wel tot een oordeel. Zo moet de beslissing om op een bepaalde locatie een ANPR-camera te plaatsen volgens het hof onderworpen zijn aan onafhankelijk toezicht.
Daarnaast moet het gebruik van de opgeslagen kentekengegevens volgens het hof alleen mogelijk zijn nadat dit vooraf door een rechter is getoetst.
Op beide punten voldoet de huidige regeling, of in ieder geval de manier waarop deze wordt uitgevoerd, volgens het gerechtshof niet aan de verdragsrechtelijke bescherming van het recht op privacy.






