BERLIJN – Duitsland, Oostenrijk en Luxemburg gaan gezamenlijk de productie en afname van duurzame, synthetische vliegtuigbrandstof (eSAF) in Europa stimuleren. De drie landen willen met een nieuw subsidiemechanisme het prijsverschil tussen producenten en afnemers overbruggen en zo investeringen in nieuwe productiefaciliteiten mogelijk maken. Duitsland stelt hiervoor maximaal 2 miljard euro beschikbaar. Oostenrijk en Luxemburg dragen ieder maximaal 60 miljoen euro bij.
Dat heeft het Duitse ministerie van Verkeer maandag 21 september bekendgemaakt. De drie landen willen de ontwikkeling van een Europese markt voor hernieuwbare, op elektriciteit gebaseerde vliegtuigbrandstof versnellen.
Het gezamenlijke subsidieprogramma moet producenten meer zekerheid bieden over de toekomstige afzet van eSAF, terwijl luchtvaartmaatschappijen en andere afnemers de brandstof tegen concurrerende voorwaarden kunnen inkopen.
Prijsverschil overbruggen met dubbele veiling
De landen willen hiervoor een zogenoemd dubbel veilingsysteem invoeren. Daarbij worden in een concurrerende procedure enerzijds de aanbiedingen van producenten en anderzijds de vraag van afnemers verzameld.
Een tussenpartij brengt beide partijen bij elkaar. Wanneer de prijs die producenten nodig hebben hoger ligt dan de prijs die afnemers bereid zijn te betalen, wordt het verschil met overheidssubsidie overbrugd.
Het systeem moet een belangrijk knelpunt bij de ontwikkeling van nieuwe productiefaciliteiten wegnemen. Producenten hebben langdurige afnamecontracten nodig om de hoge investeringen in industriële eSAF-productie te kunnen financieren. Afnemers van vliegtuigbrandstof sluiten doorgaans echter contracten voor aanzienlijk kortere perioden af.
Volgens de drie landen bemoeilijkt dit verschil in contractduur en financiële zekerheid de bouw van nieuwe productielocaties.
Met het subsidiemechanisme willen zij langdurige productiezekerheid combineren met concurrerende voorwaarden voor de afname van de brandstof.
Duitsland stelt maximaal 2 miljard euro beschikbaar
Duitsland levert met maximaal 2 miljard euro veruit de grootste financiële bijdrage aan het programma. Oostenrijk en Luxemburg stellen ieder maximaal 60 miljoen euro beschikbaar.
De hoeveelheden eSAF die met steun van het programma worden geproduceerd, moeten naar rato van de financiële bijdragen in de drie deelnemende landen op de markt worden gebracht.
De Duitse minister van Verkeer, Steffen Bilger, benadrukt dat Europa volgens hem niet alleen ambitieuze doelstellingen voor duurzame vliegtuigbrandstoffen nodig heeft, maar ook investeringen in industriële productie.
Volgens Bilger moet de samenwerking betere voorwaarden scheppen voor investeringsbeslissingen en tegelijkertijd bijdragen aan Europese werkgelegenheid, technologische kennis en een kleinere afhankelijkheid van internationale energie- en toeleveringsketens.
Ook de Oostenrijkse minister van Mobiliteit, Peter Hanke, wijst op het belang van een Europese markt voor hernieuwbare vliegtuigbrandstof. Volgens hem moet het programma producenten langetermijnperspectief bieden en ervoor zorgen dat eSAF ook in Oostenrijk beschikbaar komt.
De Luxemburgse ministers Lex Delles en Yuriko Backes benadrukken eveneens het belang van Europese productiecapaciteit en een kleinere afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en importen van buiten Europa.
Goedkeuring Europese Commissie nog nodig
Het gezamenlijke subsidieprogramma is nog niet definitief. De uitvoering is afhankelijk van goedkeuring door de Europese Commissie op grond van de Europese staatssteunregels.
Het Duitse ministerie van Verkeer heeft inmiddels een marktconsultatie over het geplande subsidiemechanisme afgerond. Daarbij zijn reacties uit de industrie en wetenschap verzameld om de regeling verder vorm te geven.
Volgens het ministerie bevestigen de resultaten dat er brede belangstelling bestaat voor een snellere ontwikkeling van de Europese eSAF-productie. Tegelijkertijd blijkt uit de reacties dat financiële ondersteuning nodig wordt geacht om bestaande investeringsbelemmeringen weg te nemen.
Ook Luxemburg heeft een marktconsultatie uitgevoerd.
eSAF gemaakt met hernieuwbare elektriciteit
eSAF staat voor electricity-based Sustainable Aviation Fuel. Het gaat om synthetische vliegtuigbrandstof die wordt geproduceerd met behulp van hernieuwbare elektriciteit.
De brandstof, ook wel Power-to-Liquid-kerosine genoemd, wordt gemaakt uit hernieuwbare waterstof en duurzame koolstof. De waterstof wordt geproduceerd door middel van elektrolyse met hernieuwbare elektriciteit.
Wanneer de brandstof volgens de Europese duurzaamheidseisen wordt geproduceerd, kan de uitstoot van broeikasgassen over de volledige levenscyclus aanzienlijk worden verminderd.
Volgens het Duitse ministerie blijven vloeibare brandstoffen voorlopig noodzakelijk voor de luchtvaart, met name voor langeafstandsvluchten. Een voordeel van eSAF is dat bestaande infrastructuur voor het vervoer, de opslag en het tanken van vliegtuigbrandstof kan worden gebruikt.
Samenwerking gestart in december 2025
Duitsland, Oostenrijk en Luxemburg zijn de drie oprichtende leden van de eSAF Early Movers’ Coalition, die in december 2025 van start ging.
Het samenwerkingsverband is opgericht om de ontwikkeling van de Europese eSAF-markt te versnellen door gezamenlijke financiële ondersteuning, kennisuitwisseling en samenwerking tussen de deelnemende landen.
Met het nieuwe subsidieprogramma zetten de drie landen een volgende stap richting de ontwikkeling van nieuwe productiecapaciteit voor synthetische vliegtuigbrandstof in Europa.






