LUXEMBURG – Europese landbouwbedrijven kregen in het tweede kwartaal van 2026 gemiddeld lagere prijzen voor hun producten, terwijl hun kosten juist verder opliepen. De gemiddelde prijs van de landbouwproductie in de Europese Unie daalde met 5,8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Tegelijkertijd werden goederen en diensten die boeren nodig hebben gemiddeld 4,7 procent duurder, blijkt uit nieuwe cijfers van Eurostat.
Het was het derde kwartaal op rij waarin de gemiddelde prijzen van landbouwproducten in de EU lager lagen dan een jaar eerder. Aan de kostenkant is juist sprake van een omslag. Na relatief stabiele prijzen gedurende 2025 en het eerste kwartaal van 2026 liepen de prijzen van landbouwinputs in het tweede kwartaal weer op.
Onder deze inputs vallen goederen en diensten die tijdens de landbouwproductie worden gebruikt en geen investeringen zijn, zoals energie, smeermiddelen, kunstmest en veevoer.
Melkprijs daalt met 16,6 procent
Bij enkele belangrijke landbouwproducten waren forse prijsdalingen zichtbaar. De gemiddelde prijs van melk in de EU lag in het tweede kwartaal 16,6 procent lager dan in dezelfde periode van 2025.
Ook granen werden goedkoper. De gemiddelde prijs daarvan daalde op jaarbasis met 5,6 procent.
In twintig EU-landen waren de gemiddelde landbouwprijzen lager dan een jaar eerder. De grootste daling werd gemeten in Denemarken, waar de prijzen gemiddeld 17,2 procent afnamen.
Daarna volgden Ierland met een daling van 16,2 procent, Letland en Estland met ieder 14,5 procent en Luxemburg en Litouwen met ieder 14,2 procent.
Niet overal gingen de prijzen omlaag. Kroatië en Malta noteerden met ieder 3,9 procent de grootste stijging. In Cyprus stegen de prijzen met 3,5 procent.
Energie en smeermiddelen 22 procent duurder
Tegenover de dalende opbrengstprijzen staan hogere kosten. In alle EU-landen stegen de gemiddelde prijzen van landbouwinputs die niet met investeringen samenhangen.
Vooral energie en smeermiddelen werden aanzienlijk duurder. De gemiddelde prijs hiervan lag in het tweede kwartaal 22 procent hoger dan een jaar eerder.
Ook kunstmest en bodemverbeteraars stegen sterk in prijs. Hiervoor betaalden landbouwbedrijven gemiddeld 13,4 procent meer.
Kosten stijgen in alle EU-landen
De sterkste stijging van de gemiddelde inputprijzen werd geregistreerd in Litouwen. Daar namen de kosten met 16,4 procent toe. Roemenië volgde met 11,7 procent en Letland met 9,7 procent.
De kleinste stijgingen werden gemeten in Hongarije en Portugal, waar de prijzen met 1,2 procent opliepen. Malta volgde met een stijging van 1,5 procent.
De ontwikkeling betekent dat landbouwbedrijven gemiddeld te maken hebben met een combinatie van lagere verkoopprijzen en hogere productiekosten. De cijfers van Eurostat betreffen prijsontwikkelingen en zeggen op zichzelf niets over de uiteindelijke winstgevendheid van individuele landbouwbedrijven.







