DEN HAAG – De invoering van zero-emissiezones in Nederland verloopt volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nog altijd rustig. Uit de nieuwste monitoringsbrief aan de Tweede Kamer blijkt dat minimaal 99,8 procent van de bestel- en vrachtwagens die een zero-emissiezone binnenrijden aan de toegangseisen voldoet. Dat percentage is inclusief voertuigen met een vrijstelling of ontheffing.
Monitoring in 18 gemeenten en op Schiphol
De achtste monitoringsbrief heeft betrekking op de maanden maart, april en mei 2026 en beschrijft de situatie in de achttien gemeenten en op Schiphol waar inmiddels een zero-emissiezone van kracht is. Het ministerie baseert zich daarbij op gegevens van gemeenten en op data van ANPR-camera’s, die volgens het ministerie het meest complete landelijke beeld geven van de naleving.
Volgens het ministerie sluiten de cijfers aan bij de ervaringen van gemeenten en brancheorganisaties, die eveneens aangeven dat de invoering zonder grote problemen verloopt.
Einde overgangsregeling voor Euro 5-bestelauto’s nadert
In de monitoringsbrief wordt ook vooruitgekeken naar het aflopen van de overgangsregeling voor Euro 5-bestelauto’s op 1 januari 2027. Eigenaren worden hierover geïnformeerd via brieven van de RDW en een landelijke radio- en onlinecampagne.
Een schatting van de Specialisten Pool Experts Stadslogistiek (SPES) laat zien dat ongeveer 35.000 van de circa 220.000 Euro 5-bestelauto’s regelmatig een zero-emissiezone binnenrijden. Een deel van deze voertuigen komt in aanmerking voor een dagontheffing, bijvoorbeeld wanneer een zone minder dan twaalf keer per jaar wordt bezocht. Andere ondernemers zullen hun bedrijfsvoering moeten aanpassen, bijvoorbeeld door over te stappen op elektrische voertuigen.
Laadinfrastructuur biedt volgens ministerie voldoende ruimte
Het ministerie stelt dat de publieke laadinfrastructuur op dit moment voldoende capaciteit biedt om de verdere elektrificatie van het bestelvervoer op te vangen. Uit monitoring van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) blijkt dat tijdens de vijf drukste laaduren van de week bij 53 procent van de laadpunten in of nabij gemeenten met een zero-emissiezone nog voldoende capaciteit beschikbaar is. Slechts bij 21 procent van de laadpunten is tijdens deze piekmomenten sprake van drukte. Buiten deze piekuren is de beschikbaarheid aanzienlijk groter.
Ondernemers die door netcongestie niet kunnen overstappen op elektrisch vervoer, kunnen gebruikmaken van een speciale ontheffing.
Waarschuwingen en boetes verschillen per gemeente
Uit de bijlage bij de monitoringsbrief blijkt dat het aantal waarschuwingen en boetes sterk verschilt per gemeente. Die verschillen worden grotendeels verklaard door lokale omstandigheden, zoals de vervanging van verkeersborden, werkzaamheden, tijdelijke waarschuwingsperiodes of het later starten van de handhaving.
Zo hervatte Amersfoort op 1 juni de beboeting nadat de bebording was aangepast, begon Enschede pas op 16 april met het opleggen van boetes en lag de handhaving in Rotterdam tijdelijk stil vanwege de vervanging van verkeersborden. Daar wordt de handhaving naar verwachting op 1 september weer volledig hervat. Ook in Utrecht werden tijdelijk geen boetes opgelegd vanwege een combinatie van een waarschuwingsperiode en een rechterlijke uitspraak over de verkleining van de zero-emissiezone.
Volgens het ministerie is er binnen de Uitvoeringsagenda Zero-emissiezones breed draagvlak om de monitoringsgegevens openbaar te blijven maken en de ontwikkeling van de laadinfrastructuur en de gevolgen van netcongestie nauwgezet te blijven volgen.






