ALMELO/ENSCHEDE – Het Openbaar Ministerie (OM) heeft voor de rechtbank in Almelo een gevangenisstraf van tien jaar geëist tegen een 40-jarige man uit Enschede voor doodslag. De man wordt ervan verdacht op 19 augustus 2025 in de Enschedese wijk Stadsveld een man dodelijk te hebben neergestoken.
In de vroege ochtend van die dag werd de wijk opgeschrikt door een heftig steekincident. Hulpdiensten die naar de Akkerstraat snelden, konden niets meer voor het slachtoffer betekenen. Hij overleed aan zijn verwondingen in een bloemenperk. Later diezelfde dag werd de 40-jarige verdachte in zijn woning elders in Enschede aangehouden.
Conflict rond drugslevering
Wat precies aan de steekpartij voorafging, is volgens het OM niet volledig duidelijk geworden. “Maar het heeft er wel enige schijn van dat er sprake was van een conflict naar aanleiding van de levering van drugs”, aldus de officier van justitie ter zitting.
De confrontatie is grotendeels vastgelegd op camerabeelden. Daarop is te zien dat de verdachte het slachtoffer rond tien voor half acht ’s ochtends uit een auto trekt. Op dat moment heeft hij al een steekwapen in zijn handen. Veertig seconden later ligt het slachtoffer op de grond. Later blijkt dat hij twee keer in zijn rug is gestoken, met fatale gevolgen.
De officier van justitie schetste een indringend beeld van de nasleep: “Het beeld van een bebloede man die meer dan 10 minuten lang over straat loopt en een bloedspoor van honderden meter achterlaat, is bijzonder naar.”
Verkoop drugs na incident
Het OM rekent het de verdachte zwaar aan dat hij zich na het neersteken niet om het zwaargewonde slachtoffer heeft bekommerd. Volgens het OM ging hij door met de verkoop van drugs en had hij minder dan een uur later alweer contact met een volgende klant.
Beroep op noodweer
De verdachte verklaarde tijdens politieverhoren dat hij handelde uit angst en paniek en sprak van zelfverdediging. Uit onderzoek bleek dat het slachtoffer een vuurwapen bij zich had. Het OM ging daarom uitgebreid in op het door de verdachte geschetste noodweerscenario.
Volgens de officier bieden de camerabeelden geen steun voor de stelling dat het slachtoffer zich bedreigend opstelde. “Er is geen wapen te zien, en geen dreigende houding van het slachtoffer. Bovendien gaat aan de eerste steek in het lichaam van het slachtoffer door verdachte niets anders vooraf dan een duw-actie van het slachtoffer, die achteruitloopt, terwijl verdachte meerdere stekende bewegingen maakt.”
Het OM concludeert dat er kort vóór of op het moment van de steekpartij geen sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar voor de verdachte. “Uit de beelden van het incident is geen bevestiging te halen voor de lezing van de verdachte. Integendeel, nauwkeurige analyse van de beelden levert juist contra-indicaties op.”
Daarmee is er juridisch gezien geen sprake van noodweer, aldus het OM, en is de verdachte verantwoordelijk voor het ombrengen van het slachtoffer.
First offender
Bij het formuleren van de strafeis is rekening gehouden met het feit dat de verdachte niet eerder relevante strafbare feiten heeft gepleegd. Hij geldt als first offender. Ook lijkt er geen sprake te zijn geweest van een langlopend conflict voorafgaand aan het incident. De spijt die de verdachte heeft betuigd, neemt het OM mee als een positieve proceshouding.
Dat weegt volgens het OM echter niet op tegen de ernst van het feit. “Door hem te doden beroofde verdachte het slachtoffer van zijn meest waardevolle bezit: zijn leven”, aldus de officier van justitie. “En dat had verstrekkende effecten op de nabestaanden en de –geschokte– maatschappij.”
De rechtbank in Almelo doet op een later moment uitspraak.



