DEN HAAG â Twee eigenaren die hun in beslag genomen vrachtwagens terug willen krijgen, hebben bij de Hoge Raad te maken met verschillende juridische situaties. In de ene zaak gaat het om een Scania met oplegger waarvan de verbeurdverklaring inmiddels definitief is geworden. In de andere zaak betreft het een MAN-vrachtwagen waarvan de verbeurdverklaring nog niet onherroepelijk is. De Advocaat-generaal heeft op 27 oktober 2026 in beide zaken een conclusie uitgebracht.
De twee zaken hangen met elkaar samen en hebben betrekking op vrachtwagens die op 29 juli 2024 in beslag zijn genomen tijdens strafrechtelijke onderzoeken tegen derden.
De personen die aanspraak maken op de voertuigen, hebben geprobeerd via de rechter teruggave af te dwingen. De rechtbank Gelderland verklaarde hun klaagschriften op 23 oktober 2024 ongegrond.
Beide betrokkenen gingen vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad.
Scania en oplegger definitief verbeurdverklaard
De eerste zaak betreft een vrouw die teruggave vraagt van een Scania-vrachtwagen en een oplegger.
De voertuigen werden op 29 juli 2024 in beslag genomen onder een andere betrokkene, tegen wie een strafrechtelijk onderzoek liep.
De rechtbank Gelderland verklaarde het verzoek tot teruggave op 23 oktober 2024 ongegrond.
Terwijl de cassatieprocedure liep, deed de rechtbank op 19 februari 2025 uitspraak in de strafzaak tegen de persoon onder wie de voertuigen in beslag waren genomen.
Daarbij werden de vrachtwagen en oplegger verbeurdverklaard. Dat betekent dat de rechter heeft beslist dat de voertuigen aan de Staat vervallen.
Het strafvonnis werd op 6 januari 2026 onherroepelijk, nadat de veroordeelde op 18 december 2025 via het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) op de hoogte was gesteld van de uitspraak.
Volgens de advocaat-generaal heeft deze ontwikkeling gevolgen voor de juridische behandeling van het verzoek om teruggave.
Nieuwe beoordeling door rechtbank nodig
De vrouw had oorspronkelijk een klaagschrift ingediend op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. Deze procedure biedt de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen strafrechtelijk beslag.
Omdat de vrachtwagen en oplegger inmiddels bij een onherroepelijk vonnis verbeurd zijn verklaard, moet het verzoek volgens de advocaat-generaal worden behandeld als een klaagschrift op grond van artikel 552b.
Dat artikel biedt derden de mogelijkheid om op te komen tegen een verbeurdverklaring wanneer zij aanspraak menen te hebben op de betreffende goederen.
De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad daarom de eerdere beschikking van de rechtbank Gelderland te vernietigen en de stukken voor verdere behandeling terug te sturen naar die rechtbank.
Daarmee is nog niet beslist dat de vrouw de Scania en oplegger daadwerkelijk terugkrijgt. De rechtbank moet het verzoek opnieuw beoordelen volgens de procedure die geldt na een verbeurdverklaring.
MAN-vrachtwagen eveneens verbeurdverklaard
De tweede zaak betreft een man die teruggave verlangt van een MAN-vrachtwagen.
Ook deze vrachtwagen werd op 29 juli 2024 in beslag genomen onder een derde, in het kader van een strafrechtelijk onderzoek.
De rechtbank Gelderland wees het verzoek tot teruggave op 23 oktober 2024 af.
Vervolgens werd de vrachtwagen bij een strafvonnis van 19 februari 2025 verbeurdverklaard.
Anders dan bij de Scania en oplegger is deze uitspraak volgens de informatie waarover de advocaat-generaal beschikt nog niet onherroepelijk geworden.
Op het moment waarop de advocaat-generaal zijn conclusie opstelde, was er ook nog geen hoger beroep ingesteld.
Cassatieberoep volgens advocaat-generaal niet-ontvankelijk
Volgens de advocaat-generaal kan het cassatieberoep van de man niet meer leiden tot een andere beslissing over het oorspronkelijke klaagschrift.
De reden daarvoor is dat de strafrechter inmiddels zelf een beslissing heeft genomen over het beslag op de MAN-vrachtwagen.
De eerdere beklagprocedure had betrekking op de situatie waarin nog geen definitieve beslissing over het voertuig was genomen in de strafzaak.
Nu de rechtbank de vrachtwagen verbeurd heeft verklaard, kan volgens de advocaat-generaal binnen die oorspronkelijke procedure geen andersluidende beslissing meer volgen.
Dat het strafvonnis nog niet onherroepelijk is, verandert daar volgens hem niets aan.
De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad daarom de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep.
Wanneer de beslissing tot verbeurdverklaring uitvoerbaar is geworden, kan onder de voorwaarden van artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering een andere beklagprocedure aan de orde komen.
Verschil tussen beide zaken
Het belangrijkste verschil tussen de twee zaken is de juridische status van de verbeurdverklaring.
Bij de Scania en oplegger is het strafvonnis inmiddels onherroepelijk. Daardoor kan het oorspronkelijke verzoek om teruggave volgens de advocaat-generaal worden behandeld als een beklag tegen de verbeurdverklaring.
Bij de MAN-vrachtwagen is de verbeurdverklaring nog niet onherroepelijk. De advocaat-generaal vindt daarom dat de eigenaar in de huidige cassatieprocedure niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
In beide zaken gaat het om voertuigen die onder een andere persoon in beslag zijn genomen dan degene die om teruggave vraagt.
De conclusies maken duidelijk dat de mogelijkheden om een in beslag genomen vrachtwagen terug te krijgen mede afhankelijk zijn van het stadium waarin de strafzaak tegen de verdachte zich bevindt.
Hoge Raad moet nog uitspraak doen
De conclusies van advocaat-generaal P.T.C. van Kampen zijn op 27 oktober 2026 genomen en op 4 november 2026 gepubliceerd.
Een conclusie van een advocaat-generaal is een onafhankelijk juridisch advies aan de Hoge Raad en nog geen definitieve rechterlijke uitspraak.
De Hoge Raad moet in beide zaken nog beslissen of hij het advies volgt.
Voor de Scania en oplegger wordt geadviseerd de zaak terug te sturen naar de rechtbank Gelderland voor verdere behandeling. Voor de MAN-vrachtwagen luidt het advies om het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren.





