spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerTransportbedrijf krijgt ruim 38.000 euro na schade aan vrachtwagen tijdens montage autolaadkraan

Transportbedrijf krijgt ruim 38.000 euro na schade aan vrachtwagen tijdens montage autolaadkraan

HAARLEM – Een transportbedrijf uit Soest krijgt nog 38.173,93 euro van een bedrijf dat tijdens de montage van een autolaadkraan schade veroorzaakte aan een nieuwe vrachtwagen. Dat blijkt uit een vandaag gepubliceerde uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank oordeelt dat partijen voor de afwikkeling van de schade een vast eindbedrag van 105.000 euro exclusief btw waren overeengekomen en dat eerder betaalde bedragen daar niet meer vanaf mochten worden getrokken.

Het transportbedrijf sloot in maart 2022 een overeenkomst met een onderneming die actief is in de carrosseriebouw en autolaad- en marinekranen levert, monteert en onderhoudt.

Het bedrijf zou een autolaadkraan aan het transportbedrijf verkopen en deze monteren op een nieuw aan te schaffen vrachtwagen.

Schade tijdens montage

Tijdens de montagewerkzaamheden ging het op 5 juli 2024 mis. De nieuwe vrachtwagen raakte beschadigd. In een schaderapport van de verzekeraar van het montagebedrijf staat dat de schade werd veroorzaakt door een fout van een monteur.

Tijdens het herstel van de vrachtwagen huurde het transportbedrijf een vervangende vrachtwagen. De kosten daarvan werden bij het andere bedrijf in rekening gebracht.

Tussen 20 augustus 2024 en 15 januari 2025 betaalde het bedrijf hiervoor in totaal 50.812,81 euro exclusief btw aan het transportbedrijf.

Het transportbedrijf stelde het bedrijf in 2025 vervolgens aansprakelijk voor de ontstane gevolgschade. Daarbij ging het onder meer om waardevermindering van de vrachtwagen, een verminderde verdiencapaciteit door een beperking van de capaciteit van de autolaadkraan en de kosten voor het huren van een vervangende vrachtwagen.

Schade begroot op ruim 157.000 euro

Een schade-expert die door de verzekeraar van het montagebedrijf was ingeschakeld, kwam in september 2025 tot een totale schadebegroting van 157.241,95 euro exclusief btw.

Daarvan had 55.441,70 euro betrekking op het herstel van de schade. De bedrijfsschade werd begroot op 101.800,25 euro.

Onder de schadeposten bevonden zich onder meer 17.500 euro vanwege de verminderde inruilwaarde door de late levering, 37.916,64 euro voor de inhuur van een vrachtwagen met autolaadkraan en 35.000 euro aan waardevermindering door een verminderde hijscapaciteit.

Daarnaast werd 45.000 euro opgenomen voor omzetderving door een verschil in uurtarief. Daartegenover werd 35.332 euro afgetrokken vanwege bespaarde variabele kosten van de eigen vrachtwagen.

Het transportbedrijf was het niet eens met verschillende onderdelen van deze berekening. Het bedrijf stelde dat de werkelijk geleden schade hoger was en deed aanvankelijk een schikkingsvoorstel van 150.000 euro. Later werd een bedrag van 137.131,25 euro exclusief btw voorgesteld.

Schikking van 105.000 euro

Uiteindelijk bereikten partijen overeenstemming over een bedrag van 105.000 euro exclusief btw. Op 3 oktober 2025 werd hierover een overeenkomst gesloten.

Daarin stond onder meer dat het transportbedrijf na ontvangst van 105.000 euro exclusief btw volledig schadeloos zou zijn gesteld en daarna finale kwijting zou verlenen.

Op 9 november 2025 betaalde het montagebedrijf 5.000 euro. Vervolgens ontstond discussie over de bedragen die het bedrijf in 2024 en begin 2025 al aan het transportbedrijf had betaald.

Volgens het montagebedrijf moesten die eerdere betalingen worden afgetrokken van de overeengekomen 105.000 euro. Het transportbedrijf stelde daarentegen dat de 105.000 euro een vast overeengekomen eindbedrag was.

Op 10 december 2025 betaalde het montagebedrijf nog een niet-betwist bedrag van 61.826,07 euro. Het transportbedrijf stapte vervolgens naar de rechter voor het resterende bedrag van 38.173,93 euro.

Rechtbank geeft transportbedrijf gelijk

De rechtbank geeft het transportbedrijf gelijk. Volgens de rechter mocht het transportbedrijf de overeenkomst redelijkerwijs zo begrijpen dat een vast eindbedrag van 105.000 euro exclusief btw was afgesproken, zonder dat daarop eerdere betalingen in mindering zouden worden gebracht.

In de overeenkomst stond niets over het verrekenen van eerder betaalde bedragen. Die betalingen waren bovendien al tussen augustus 2024 en januari 2025 gedaan, terwijl partijen daarna nog langere tijd onderhandelden over een definitieve schaderegeling.

Volgens de rechtbank had het montagebedrijf, als het de bedoeling was de eerdere betalingen alsnog van de 105.000 euro af te trekken, hierover expliciete afspraken moeten maken en deze duidelijk in de overeenkomst moeten laten opnemen. Dat is niet gebeurd.

Ruim 38.000 euro plus rente

Het montagebedrijf moet daarom nog 38.173,93 euro aan het transportbedrijf betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2025.

Daarnaast moet het 1.156,74 euro aan buitengerechtelijke incassokosten en 2.839,22 euro aan beslagkosten betalen.

Ook de proceskosten van het transportbedrijf, vastgesteld op 5.266,65 euro, komen voor rekening van het montagebedrijf.

De uitspraak werd op 29 september 2026 gepubliceerd.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres