spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerTransportbedrijf ontslaat chauffeur na achterhouden autopapieren, maar moet duizenden euro’s betalen

Transportbedrijf ontslaat chauffeur na achterhouden autopapieren, maar moet duizenden euro’s betalen

ALKMAAR – Een transportbedrijf heeft een vrachtwagenchauffeur ten onrechte op staande voet ontslagen nadat hij autopapieren had achtergehouden om betaling van achterstallig loon af te dwingen. De kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland oordeelt in een vandaag gepubliceerde uitspraak dat de chauffeur zich in deze omstandigheden rechtsgeldig op zijn retentierecht mocht beroepen. Het transportbedrijf moet hem onder meer ruim 12.000 euro aan ontslagvergoedingen en achterstallig loon en andere vergoedingen betalen.

De chauffeur trad op 22 juni 2025 in dienst als internationaal vrachtwagenchauffeur CE. Hij verdiende 3.532,68 euro bruto per vier weken, exclusief vakantietoeslag en andere vergoedingen. Per 1 januari 2026 werd zijn arbeidsovereenkomst overgenomen door een ander transportbedrijf. Hij bleef zijn werkzaamheden ongewijzigd uitvoeren.

In februari en maart ontstond discussie over loon en vergoedingen die volgens de chauffeur nog over 2025 en 2026 moesten worden betaald. Op vrijdag 20 maart haalde hij in opdracht van zijn werkgever documenten op bij een opdrachtgever in Italië. Drie dagen later meldde hij zich ziek.

Autopapieren achtergehouden als drukmiddel

Toen de werkgever eind maart vroeg waar de opgehaalde documenten waren gebleven, liet de chauffeur weten dat hij de papieren veilig in een kluis had opgeborgen. Hij wilde ze pas afgeven nadat zijn openstaande loon en vergoedingen waren betaald.

Het transportbedrijf stelde dat de documenten zijn eigendom waren en dringend nodig waren voor de bedrijfsvoering. De werkgever waarschuwde de chauffeur dat het achterhouden van de papieren klanten en inkomsten kon kosten. Ondanks herhaalde verzoeken leverde de chauffeur de stukken niet in. Op 30 maart werd hij op non-actief gesteld.

Op 1 april sommeerde de advocaat van het transportbedrijf de chauffeur om de documenten uiterlijk de volgende ochtend af te geven. De advocaat kondigde daarbij aan dat het bedrijf vanwege het achterhouden van de stukken ontbinding van de arbeidsovereenkomst wilde vragen.

De advocaat van de chauffeur liet op 2 april om 09.47 uur weten dat de documenten diezelfde dag zouden worden verstuurd, maar dat de door de werkgever gestelde termijn niet haalbaar was. Toch ontsloeg het transportbedrijf de chauffeur die middag om 14.59 uur op staande voet. De papieren werden om 17.19 uur verzonden en de volgende ochtend bij het bedrijf afgeleverd.

Papieren hadden betrekking op acht geïmporteerde auto’s

Tijdens de rechtszaak bleek dat de achtergehouden documenten betrekking hadden op acht geïmporteerde auto’s met een inkoopwaarde van ongeveer 20.000 euro per stuk.

Volgens het transportbedrijf konden de auto’s zonder de papieren niet in Nederland worden doorverkocht. De onderneming verkoopt geïmporteerde auto’s doorgaans binnen een week aan dealers en gebruikt de opbrengst vervolgens om nieuwe auto’s in het buitenland in te kopen.

Door de documenten achter te houden, blokkeerde de chauffeur volgens de werkgever feitelijk een werkkapitaal van ongeveer 160.000 euro.

Rechter: chauffeur mocht retentierecht uitoefenen

De kantonrechter stelt vast dat de chauffeur een opeisbare loonvordering had. Het transportbedrijf had aangevoerd dat het niet aansprakelijk was voor loonvorderingen die vóór de overname van de arbeidsovereenkomst op 1 januari 2026 waren ontstaan.

Dat verweer gaat volgens de rechter niet op. Bij de contractovername waren alle rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst overgegaan op de nieuwe werkgever, zonder uitzondering voor oudere aanspraken. Bovendien had het transportbedrijf de loonvorderingen niet inhoudelijk betwist.

Volgens de rechter bestond ook voldoende samenhang tussen de loonvordering en de verplichting om de autopapieren af te geven. Beide verplichtingen vloeiden voort uit de arbeidsovereenkomst: het ophalen en afgeven van autopapieren uit het buitenland behoorde tot het takenpakket van de chauffeur.

De rechter erkent dat de mogelijke schade voor het transportbedrijf aanzienlijk groter was dan de loonvordering. Toch stond dat in dit geval niet aan het retentierecht in de weg. Niet was gebleken dat de chauffeur wist hoe groot de schade door het achterhouden van de documenten op korte termijn kon zijn, of dat de werkgever hem daar voldoende op had gewezen.

Ook woog mee dat de chauffeur geen reactie kreeg op zijn loonvorderingen. Zijn werkzaamheden neerleggen zou volgens de rechter weinig druk hebben uitgeoefend, omdat zijn lopende loon nog werd betaald en hij inmiddels op non-actief was gesteld.

Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig

De kantonrechter concludeert dat de chauffeur zijn retentierecht rechtsgeldig had ingeroepen. Het niet tijdig afgeven van de documenten leverde daarom in deze omstandigheden geen dringende reden voor ontslag op staande voet op.

Daarbij speelde mee dat de werkgever het ontslag gaf nadat al was aangekondigd dat een ontbindingsprocedure zou worden gestart én nadat de advocaat van de chauffeur had laten weten dat de documenten zouden worden verstuurd.

Ook de overige redenen die het transportbedrijf voor het ontslag had aangevoerd, waaronder de manier waarop de chauffeur zich over zijn werkgever had uitgelaten, waren volgens de rechter onvoldoende onderbouwd. Het ontslag op staande voet was daarom niet rechtsgeldig.

Transportbedrijf moet vergoedingen en achterstallig loon betalen

Het transportbedrijf moet de chauffeur een billijke vergoeding van 3.000 euro bruto betalen. Daarnaast krijgt hij 8.133,14 euro bruto wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding van 1.072 euro bruto. De drie ontslagvergoedingen bedragen samen 12.205,14 euro bruto.

Ook moet de werkgever de achterstallige loon- en vergoedingscomponenten betalen. Het gaat onder meer om:

  • 9.524,43 euro aan achterstallige vakantietoeslag, niet-opgenomen vrije dagen en overuren over 2025, na aftrek van eerder ontvangen compensatie in natura;
  • 322,91 euro bruto voor nog niet verwerkte zaterdaguren in 2026;
  • 846,81 euro netto en 112,80 euro bruto aan nog niet correct verwerkte reis-, verblijfs- en onkosten en daarmee samenhangende vergoedingen over 2026.

Over de toegewezen bedragen voor de zaterdaguren en de looncomponenten uit 2025 moet het bedrijf bovendien een wettelijke verhoging van 25 procent betalen. Ook is wettelijke rente verschuldigd. Het transportbedrijf moet aangepaste loonstroken verstrekken en de proceskosten van 1.762 euro betalen.

De uitspraak is gedaan op 7 september 2026 en gepubliceerd op 24 september 2026.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres