DEN HAAG – Diesel was deze zomer in Nederland gemiddeld 17 cent per liter duurder dan in België, terwijl de dieselaccijns in België juist ongeveer 8 cent per liter hoger ligt. Het kabinet erkent dat het prijsverschil met België niet door de accijns kan worden verklaard. Onder meer het Belgische systeem van maximumprijzen speelt volgens staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën een rol. Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen over de hoge Nederlandse brandstofprijzen.
Volgens cijfers uit het Weekly Oil Bulletin van de Europese Commissie bedroeg de gemiddelde dieselprijs op 10 augustus 2026 in Nederland 2,323 euro per liter. In België was dat 2,157 euro en in Duitsland 2,149 euro. In beide buurlanden was diesel daarmee ongeveer 17 cent per liter goedkoper.
Bij de accijnzen is het beeld anders. Nederland heft sinds 1 januari 2026 552,29 euro accijns per 1.000 liter diesel. In België bedraagt de accijns 600,16 euro en in Duitsland 470,40 euro per 1.000 liter.
Belgische dieselaccijns hoger dan Nederlandse
De Nederlandse dieselaccijns ligt daarmee ongeveer 8 cent per liter lager dan in België, maar ongeveer 8 cent hoger dan in Duitsland.
Volgens het kabinet kunnen de belastingen een groot deel van het prijsverschil tussen Nederland en Duitsland verklaren. Voor België gaat die verklaring echter niet op.
“In de vergelijking met België kan het prijsverschil niet worden verklaard door de accijns en moet voornamelijk worden gezocht in andere factoren”, schrijft de staatssecretaris.
Een belangrijk verschil is volgens Financiën dat België werkt met een systeem van maximumprijzen voor brandstoffen. Daarmee wordt begrensd welke prijs aan de pomp in rekening mag worden gebracht. Dit kan voorkomen dat stijgingen van de marktprijs volledig en direct aan consumenten worden doorberekend.
Kabinet ziet ook nadelen maximumprijs
Het kabinet ziet een Belgisch systeem van maximumprijzen echter niet zonder meer als oplossing voor Nederland. Een maximumprijs kan volgens Financiën de werking van de brandstoffenmarkt verstoren en bij schaarste tekorten versterken.
Ook wijst het ministerie op de marges van tankstations. Het bedrijfsresultaat in de tankstationsector bedroeg in 2023 ongeveer 4 procent van de netto-omzet. De Autoriteit Consument & Markt ziet volgens het kabinet geen aanwijzingen dat de gemiddelde winstmarges van tankstations zijn gestegen.
Wanneer de overheid ondernemers zou compenseren voor een begrenzing van hun marges, zou dat bovendien tot extra kosten voor de overheid leiden.
Meer dan alleen accijns bepaalt dieselprijs
Volgens het kabinet wordt de uiteindelijke pompprijs door veel meer factoren bepaald dan alleen accijns en btw. Ook de internationale productprijs, raffinage- en distributiekosten, kosten voor verplichte bijmenging en de markt- en concurrentieomstandigheden spelen een rol.
Het kabinet deelt daarom niet de opvatting dat de Nederlandse belastingen op brandstoffen zijn “doorgeschoten”. De hoogte van de accijnzen is volgens Financiën het resultaat van een afweging tussen de financiering van collectieve voorzieningen, betaalbare mobiliteit en klimaat- en milieudoelstellingen.
Ook btw over brandstofaccijns
In de beantwoording bevestigt het kabinet ook dat over de brandstofaccijns btw wordt geheven. Dat vloeit volgens de staatssecretaris voort uit de Europese btw-richtlijn.
Accijnzen die in de brandstofprijs zijn opgenomen, maken deel uit van het bedrag waarover de btw wordt berekend. Het ministerie benadrukt dat deze werkwijze niet zozeer een Nederlandse keuze is, maar voortvloeit uit het Europese geharmoniseerde btw-stelsel.
Miljarden aan dieselaccijns
Uit de cijfers van Financiën blijkt verder dat de Nederlandse overheid in 2025 3,138 miljard euro aan dieselaccijns ontving. Daarnaast bedroegen de btw-inkomsten uit diesel 1,784 miljard euro.
Samen gaat het daarmee om bijna 4,9 miljard euro aan accijns en btw op diesel in 2025. Bij benzine bedroegen de opbrengsten dat jaar 4,544 miljard euro aan accijns en 1,920 miljard euro aan btw.
Hogere dieselprijs levert overheid niet automatisch meer geld op
Het kabinet bestrijdt tegelijkertijd dat stijgende brandstofprijzen automatisch tot hogere belastinginkomsten leiden. De accijns is een vast bedrag per liter en stijgt dus niet mee met de pompprijs.
Hogere prijzen kunnen er bovendien toe leiden dat minder brandstof wordt getankt of dat automobilisten en bedrijven vaker over de grens tanken. Daardoor kunnen de accijnsinkomsten juist afnemen.
Voor de btw ligt dat anders. Bij een gelijkblijvend aantal verkochte liters zorgt een hogere brandstofprijs wel voor meer btw per liter. In maart 2026 lagen de btw-inkomsten uit brandstoffen volgens een eerdere raming 18 miljoen euro hoger dan verwacht, terwijl de accijnsinkomsten juist 10 miljoen euro lager uitvielen. Per saldo ging het om 8 miljoen euro extra inkomsten.
Geen extra accijnsverlaging van 25 cent
De Kamervragen waren onder meer gericht op de vraag of het kabinet bereid is de brandstofaccijnzen met 25 cent per liter te verlagen. Het kabinet gaat daar niet in mee.
Wel is het kabinet van plan de tijdelijke verlaging van de benzineaccijns in 2027 met een jaar te verlengen. Voor een aanvullende verlaging is het kabinet terughoudend. De huidige prijsstijgingen hangen volgens Financiën samen met een verminderd aanbod op de brandstofmarkt. Bij eventuele nieuwe maatregelen worden ook de budgettaire gevolgen, verdelingseffecten en klimaat- en mobiliteitsdoelstellingen meegewogen.







