BILTHOVEN – In de omgeving van Tata Steel in IJmuiden komen nog altijd meer PAK en metalen via stof op de grond terecht dan in gebieden zonder industrie. Dat blijkt uit nieuwe depositiemetingen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Vooral in Wijk aan Zee is de hoeveelheid neergedaald stof verhoogd. Wel zijn er aanwijzingen dat de hoeveelheden van enkele stoffen daar in 2025 iets zijn afgenomen.
Het RIVM onderzoekt sinds 2020 hoeveel polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en metalen aanwezig zijn in stof dat in de IJmond op de grond neerdaalt. In het najaar van 2025 werd voor de vijfde keer gemeten.
De uitstoot van Tata Steel is volgens het RIVM een belangrijke bron van PAK en metalen in de omgeving. Ook andere bronnen spelen een rol. Daarnaast kan eerder neergedaalde vervuiling opnieuw opwaaien.
Gezondheidsrisico voor kinderen
Het RIVM stelde in eerder onderzoek vast dat blootstelling aan de gemeten hoeveelheden lood en PAK ongewenst is voor de gezondheid van kinderen.
Voor de andere onderzochte metalen werd geen direct gezondheidseffect verwacht. Het neerdalende stof zorgt volgens het instituut wel voor hinder in de dorpen rondom Tata Steel.
Uit de nieuwste metingen blijkt dat vooral in Wijk aan Zee meer stof neerdaalt dan in gebieden zonder industrie.
Iets minder PAK, lood, mangaan en chroom
Er zijn volgens het RIVM aanwijzingen dat de hoeveelheden PAK, lood, mangaan en chroom die in 2025 in Wijk aan Zee neerkwamen iets lager waren dan bij eerdere onderzoeken.
Het instituut benadrukt echter dat nog niet kan worden vastgesteld of sprake is van een structurele daling.
In andere woongebieden rondom Tata Steel wisselden de gemeten hoeveelheden, zowel tussen locaties als tussen de verschillende meetjaren. De hoeveelheid ijzer is sinds 2020 vrijwel overal wel flink afgenomen.
Wind en opwaaiend stof beïnvloeden metingen
Verschillende factoren bepalen hoeveel vervuild stof uiteindelijk in de omgeving terechtkomt. Naast de uitstoot van Tata Steel gaat het bijvoorbeeld om vervuiling die eerder op de grond terechtkwam en vervolgens opnieuw opwaait.
Ook windrichting, windsterkte en neerslag hebben invloed. Omdat de weersomstandigheden in de verschillende onderzoeksjaren niet hetzelfde waren, kan het RIVM niet precies vaststellen welk deel van de veranderingen door welke factor is veroorzaakt.
Luchtmeetnet niet geschikt om depositie te bepalen
Het RIVM onderzocht daarnaast of bestaande metingen van PAK en metalen in fijnstof uit het luchtmeetnet kunnen worden gebruikt om te bepalen hoeveel van deze stoffen via grover stof in de leefomgeving neerslaan.
Dat blijkt met de huidige gegevens niet mogelijk. De ontwikkelingen in de metingen van fijnstof en die van neerdalend stof vertonen niet dezelfde patronen.
Een mogelijke verklaring is volgens het RIVM dat fijn en grof stof zich op verschillende manieren door de lucht verspreiden. Ook kunnen ze afkomstig zijn van verschillende bronnen, zowel op als buiten het terrein van Tata Steel.
Dit najaar opnieuw metingen
Het RIVM gaat ook in het najaar van 2026 opnieuw depositiemetingen uitvoeren in de IJmond. Daarbij wordt op minder locaties gemeten, maar vinden op die locaties wel vaker metingen plaats.
Daarmee wil het instituut meer inzicht krijgen in de herkomst van het stof en de relatie tussen de gemeten hoeveelheden en de weersomstandigheden.







