BERLIJN – Automobilisten en vrachtwagenchauffeurs moeten de komende maanden extra rekening houden met wild dat plotseling de weg oversteekt. In de nazomer en herfst neemt het risico op wildaanrijdingen toe, waarschuwt de Duitse automobilistenorganisatie ACE. Vooral langs bossen, weilanden en mais- en graanvelden is extra voorzichtigheid geboden.
De korter wordende dagen spelen daarbij een belangrijke rol. Wilde dieren zijn vooral actief tijdens de schemering. In de nazomer en herfst vallen die momenten ’s morgens en ’s avonds steeds vaker samen met het drukke woon-werkverkeer.
Voor beroepschauffeurs betekent dit dat juist tijdens ritten in de vroege ochtend en avond onverwacht dieren op de rijbaan kunnen verschijnen.
Oogstwerkzaamheden jagen dieren uit velden
Tijdens de oogstperiode is het risico volgens ACE extra groot. Landbouwmachines kunnen dieren uit velden opjagen, terwijl geoogste percelen tegelijkertijd hun functie als schuilplaats verliezen. De dieren gaan vervolgens op zoek naar een andere plek.
Met name langs mais- en graanvelden kan dat gevaarlijke situaties opleveren. Hoge gewassen beperken het zicht op de berm, waardoor een dier pas zichtbaar kan worden wanneer het vrijwel direct de weg op loopt.
ACE adviseert daarom om de snelheid preventief te verlagen wanneer hoge gewassen dicht langs de rijbaan staan of wanneer naast de weg oogstwerkzaamheden plaatsvinden.
Regen, mist en laagstaande zon vergroten risico
Ook de weersomstandigheden kunnen de situatie gevaarlijker maken. Bij regen en mist is het zicht slechter en wordt de remweg langer. Een laagstaande zon kan ervoor zorgen dat een chauffeur een dier pas laat ziet.
Daarnaast kunnen landbouwvoertuigen tijdens de oogstperiode modder en ander vuil op de rijbaan achterlaten, waardoor het wegdek gladder kan zijn.
Let niet alleen op waarschuwingsborden
Het bekende verkeersbord met het springende hert waarschuwt voor weggedeelten waar regelmatig dieren oversteken. Op dergelijke trajecten adviseert ACE de snelheid te verlagen, de bermen goed in de gaten te houden en voortdurend rekening te houden met de mogelijkheid dat moet worden geremd.
Maar ook op wegen zonder waarschuwingsbord kan wild plotseling oversteken.
Jachthutten langs de weg en blauwe wildreflectoren kunnen een aanwijzing zijn dat in een gebied regelmatig wild voorkomt. Volgens ACE mogen weggebruikers er echter niet vanuit gaan dat dergelijke reflectoren of wildhekken een aanrijding voorkomen.
Dier op de weg? Grootlicht uit
Wanneer een dier daadwerkelijk op de rijbaan staat, adviseert ACE het grootlicht uit te schakelen. Een verblind dier kan juist blijven stilstaan in plaats van de weg te verlaten.
De snelheid moet tegelijkertijd sterk worden verminderd. Toeteren kan helpen om het dier van de rijbaan te krijgen.
Extra belangrijk is dat chauffeurs er rekening mee houden dat na één dier nog meer dieren kunnen volgen. Reeën, herten en wilde zwijnen zijn vaak niet alleen onderweg.
Vol remmen beter dan gevaarlijk uitwijken
Is een aanrijding niet meer te voorkomen, dan adviseert ACE krachtig te remmen en het stuur stevig vast te houden.
Een riskante uitwijkmanoeuvre kan volgens de organisatie veel ernstiger gevolgen hebben dan een botsing met het dier. Een voertuig kan daardoor op de verkeerde weghelft terechtkomen, tegen een boom botsen of van de weg raken.
Dat is zeker voor vrachtwagens relevant. Een plotselinge stuurbeweging met een zwaar voertuig kan grote gevolgen hebben voor zowel de chauffeur als andere weggebruikers.
Ook voldoende afstand tot voorliggers is belangrijk. Op wegen waar veel wild voorkomt, kan een voertuig voor je immers eveneens plotseling hard remmen voor een overstekend dier.






