DEN HAAG – Een vrachtwagen die door justitie in beslag was genomen omdat het voertuig harder zou kunnen rijden dan de toegestane 45 kilometer per uur en voorzien zou zijn geweest van een vals kenteken, is inmiddels teruggegeven aan de eigenaar. Daarmee is het beslag beëindigd en heeft de eigenaar volgens advocaat-generaal M.E. van Wees geen belang meer bij zijn cassatieberoep.
Dat blijkt uit een dinsdag 1 september gepubliceerde conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad. De zaak draait om een motorrijtuig met beperkte snelheid dat eerder strafrechtelijk in beslag was genomen.
De rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, wees op 27 januari 2025 een verzoek van de eigenaar om de vrachtwagen terug te krijgen nog af. Het klaagschrift tegen het beslag werd destijds ongegrond verklaard.
De eigenaar stelde vervolgens cassatieberoep in.
Vrachtwagen zou harder kunnen dan 45 km/u
Uit de inhoudsindicatie van de zaak blijkt dat het voertuig in beslag was genomen omdat de vrachtwagen harder zou kunnen rijden dan de voor het voertuig toegestane maximumsnelheid van 45 kilometer per uur.
Daarnaast zou op de vrachtwagen een vals kenteken zijn aangebracht. In de nu gepubliceerde conclusie wordt niet inhoudelijk beoordeeld of daarvan daadwerkelijk sprake was.
Rechter gelastte later teruggave vrachtwagen
Tijdens de cassatieprocedure veranderde de situatie. De advocaat-generaal heeft aanvullende informatie ingewonnen en daaruit blijkt dat in de onderliggende strafzaak op 14 oktober 2025 een inmiddels onherroepelijk vonnis is gewezen.
Daarbij werd de teruggave van de in beslag genomen vrachtwagen aan de eigenaar gelast. Het voertuig is vervolgens daadwerkelijk teruggegeven.
Volgens de advocaat-generaal betekent dit dat het beslag juridisch is geëindigd.
Geen belang meer bij cassatie
Doordat de eigenaar zijn vrachtwagen inmiddels terug heeft, heeft hij volgens de advocaat-generaal geen belang meer bij het cassatieberoep over het eerdere beslag.
De advocaat-generaal komt daardoor niet meer toe aan een inhoudelijke behandeling van het cassatiemiddel en adviseert de Hoge Raad de eigenaar niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep.
Het gaat vooralsnog om een conclusie van de advocaat-generaal. De Hoge Raad moet zelf nog uitspraak doen in de zaak.






