PANAMA-STAD – Het Panamakanaal heeft in de eerste tien maanden van het fiscale jaar 2026 meer zeeschepen met grote diepgang verwerkt dan een jaar eerder. Tegelijkertijd zorgen de grote vraag naar passages en de gevolgen van El Niño voor hoge bedragen bij veilingen waarmee rederijen voorrang kunnen krijgen bij de doorvaart.
Tussen oktober 2025 en juli 2026 registreerde de Panamakanaalautoriteit (ACP) 10.623 passages van schepen met grote diepgang. Dat is een stijging van 6,12 procent ten opzichte van de 10.010 passages in dezelfde periode van het fiscale jaar 2025. Het gaat om 613 extra passages.
Van de 10.623 schepen waren er 2.990 Neopanamax-schepen en 7.633 Panamax-schepen. Volgens de ACP weerspiegelt de stijging de groeiende vraag naar de interoceanische vaarroute.
Miljoenen voor voorrang
Die grote vraag levert het Panamakanaal ook extra inkomsten op. De ACP organiseert dagelijks veilingen waarbij rederijen kunnen betalen om hun schip met voorrang door het kanaal te laten varen. Per dag worden drie tot vijf van dergelijke voorrangsslots aangeboden.
De startprijzen bedragen 15.000 dollar voor kleinere vrachtschepen en 55.000 dollar voor de grootste schepen, maar de uiteindelijke bedragen kunnen veel hoger uitvallen.
In maart werd voor een voorrangsslot voor een groot containerschip gemiddeld bijna 400.000 dollar betaald. Inmiddels zou dat gemiddelde zijn gestegen tot 2,5 miljoen dollar. Vorige maand betaalde een rederij zelfs een recordbedrag van 4,6 miljoen dollar om een lege olietanker met voorrang door het Panamakanaal te laten varen.
De dagelijkse veilingen zouden het Panamakanaal in augustus inmiddels zestien keer zoveel hebben opgeleverd als in dezelfde periode vorig jaar. De inkomsten uit het kanaal zijn bovendien van groot belang voor Panama: ruim een vijfde van de staatsinkomsten van het land is afkomstig uit het Panamakanaal.
De toegenomen belangstelling voor de route hangt onder meer samen met de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten, waardoor meer schepen voor een route via Panama kiezen.
El Niño zorgt voor beperkingen
Tegenover de grote vraag staan klimatologische problemen. Het Panamakanaal heeft dit jaar te maken met de gevolgen van El Niño. De kanaalautoriteit neemt daarom maatregelen om water te besparen en past de maximaal toegestane diepgang voor Neopanamax-schepen aan.
Volgens de ACP is de kans aanzienlijk toegenomen dat de gevolgen van El Niño de komende maanden sterker worden. De klimatologische omstandigheden en waterstanden worden daarom voortdurend gevolgd.
Sinds eind 2025 worden in de sluizen waterbesparende maatregelen toegepast. Ook heeft de ACP de relatief gunstige omstandigheden tijdens het droge seizoen van dit jaar benut om de watervoorraden in de stuwmeren Gatún en Alhajuela te versterken.
Vanaf 26 augustus wordt de maximaal toegestane diepgang voor schepen die gebruikmaken van de Neopanamax-sluizen beperkt tot 48 voet (14,63 meter). Vanaf 3 september wordt die verder teruggebracht naar 47,5 voet (14,48 meter).
Volgens de kanaalautoriteit zijn de maatregelen gebaseerd op de huidige waterstanden en de verwachtingen voor het Gatúnmeer in de komende weken. De ACP blijft de waterstanden permanent monitoren en past de operatie waar nodig planmatig aan om de veiligheid van de scheepvaart en de betrouwbaarheid van de dienstverlening te waarborgen.
Panamakanaal 112 jaar
Het Panamakanaal bestaat deze maand 112 jaar. De interoceanische vaarweg werd op 15 augustus 1914 geopend en in 2016 uitgebreid met de Neopanamax-sluizen. Het kanaal verbindt tegenwoordig 180 handelsroutes en 1.920 havens in 170 landen.
Jaarlijks wordt via het kanaal vracht met een geschatte handelswaarde van 444 miljard dollar vervoerd. Ongeveer 3 procent van de internationale maritieme handel passeert het Panamakanaal.
Met de strategie Visie 2025-2035 wil de ACP het kanaal verder ontwikkelen van een maritieme doorvaartroute tot een logistiek, energie- en dienstenplatform van wereldklasse.
Tot de projecten behoren het Río Indio-meer en de containeroverslagterminals Corozal aan de Stille Oceaan en Telfers aan de Atlantische Oceaan. Daarmee moet de nationale capaciteit voor containeroverslag worden vergroot en de internationale connectiviteit worden versterkt.
Ook wordt gewerkt aan een energiecorridor met een pijpleiding van ongeveer 76 kilometer, met toegang tot terminals aan beide oceanen voor het vervoer van propaan, butaan en ethaan. Daarnaast moet uitbreiding van de logistieke corridor de logistieke capaciteit en de binnenlandse verbindingen verder versterken.






