spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerTransporteur niet aansprakelijk voor ontbrekende veilinggoederen na internationaal transport

Transporteur niet aansprakelijk voor ontbrekende veilinggoederen na internationaal transport

MIDDELBURG – Een Hongaars bouwbedrijf heeft vergeefs geprobeerd een transportbedrijf en een online veilinghuis aansprakelijk te stellen voor een partij steigeronderdelen die na aankoop op een Belgische veiling deels zou hebben ontbroken. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat zowel het veilinghuis als de vervoerder correct hebben gehandeld en wees alle schadeclaims af.

Steigeronderdelen gekocht via online veiling

De zaak draaide om een Hongaars bouwbedrijf dat in november 2023 via een online veiling steigeronderdelen en schroefstempelsteunen kocht van een Belgische verkoper. Voor het transport van de goederen naar Hongarije werd een Nederlands transportbedrijf ingeschakeld.

Volgens de koper bleek na aflevering in januari 2024 dat een aanzienlijk aantal onderdelen van de steiger ontbrak. Kort daarna werd de Belgische verkoper failliet verklaard. Omdat nalevering daardoor niet meer mogelijk was, stelde het bouwbedrijf zowel het veilinghuis als de vervoerder aansprakelijk voor een schadebedrag van ruim 26.500 euro.

Veilinghuis slechts bemiddelaar

De rechtbank stelde vast dat het veilinghuis uitsluitend als bemiddelaar optrad bij de totstandkoming van de koopovereenkomst en geen verkoper van de goederen was. Volgens de toepasselijke veilingvoorwaarden lag de verantwoordelijkheid voor het controleren van de gekochte goederen bij de koper of diens transporteur op het moment van afhalen.

De chauffeur van het transportbedrijf had bij het ophalen een ontvangstbewijs ondertekend. Daarmee werden de goederen volgens de voorwaarden geaccepteerd in de aangeboden staat, hoeveelheid en kwaliteit. De rechtbank oordeelde daarom dat het veilinghuis niet aansprakelijk kon worden gehouden voor eventueel ontbrekende onderdelen.

Vervoerder handelde volgens CMR-regels

Ook de vordering tegen het transportbedrijf strandde. De rechtbank verwees daarbij naar het CMR-verdrag, dat van toepassing is op internationaal wegvervoer.

Volgens de rechter was de vervoerder uitsluitend verplicht om bij het laden te controleren of het aantal colli overeenkwam met de vrachtbrief en of de goederen uiterlijk in orde waren. Het transportbedrijf hoefde niet na te gaan of alle afzonderlijke onderdelen van de steiger daadwerkelijk aanwezig waren.

De lading bestond volgens de vrachtbrief uit twee colli, overeenkomend met de twee aangekochte kavels. Bovendien had een medewerker op de Belgische laadlocatie bevestigd dat de lading compleet was. De chauffeur mocht volgens de rechtbank op die mededeling vertrouwen.

Schadeclaim volledig afgewezen

Naast de claim over de steigeronderdelen eiste het Hongaarse bedrijf ook een vergoeding voor eerder aangekochte douchebakken en een dubbele wasbak die volgens het bedrijf niet volledig waren geleverd. Ook deze vordering werd afgewezen omdat onvoldoende was onderbouwd waarom het veilinghuis daarvoor aansprakelijk zou zijn.

De rechtbank wees alle vorderingen af en veroordeelde het bouwbedrijf tot betaling van de proceskosten van zowel het veilinghuis als het transportbedrijf. Die kosten bedragen voor beide partijen afzonderlijk 4.856 euro.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres