MANNHEIM – Een Duitse maatregel bij tankstations om automobilisten te beschermen tegen de stijgende olieprijzen vanwege de oorlog in het Midden-Oosten, heeft het tegenovergestelde effect gehad. Dat zeggen economen van het Mannheimse ZEW-instituut en het Düsseldorf Institute for Competition Economics na onderzoek.
Sinds begin deze maand mogen Duitse tankstations enkel een keer per dag, rond het middaguur, hun prijzen verhogen. Prijzen verlagen mag de hele dag door. De economen vergeleken groothandelsprijzen met de pompprijzen bij 15.000 tankstations. Ze ontdekten dat de prijzen hierdoor vaak om 12.00 uur omhoogspringen en vervolgens slechts geleidelijk dalen gedurende de dag.
“De hervorming was succesvol in het verhogen van prijstransparantie, maar faalde erin de prijsniveaus te verlagen”, stellen de economen. “In tegendeel, het had het tegenovergestelde effect.” De ingreep heeft volgens hen de winstmarges van tankstations met 5 tot 6 cent per liter benzine verhoogd. Automobilisten zouden hierdoor dus juist op extra kosten zijn gejaagd.
Maatregelen
Duitsland kwam met meer maatregelen om de pijn van automobilisten aan de pomp te verzachten. Zo kondigde bondskanselier Friedrich Merz tevens een accijnsverlaging op benzine en diesel van 17 cent per liter aan. Dat gaat wel om een tijdelijke maatregel. Deze gaat per 1 mei in en blijft naar verwachting tot eind juni van kracht.
De prijzen bij Duitse tankstations liggen sowieso een stuk lager dan bij pompen in Nederland. Daarom tanken ook veel Nederlanders in Duitsland. De Nederlandse pomphouderbranche klaagt al langer dat tankstations aan de Nederlandse kant van de grens door het grote prijsverschil en de sterk gestegen brandstofprijzen amper nog klandizie hebben.




