ALMELO â De rechtbank Overijssel heeft een 38-jarige man uit Enschede veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien jaar voor doodslag op een 43-jarige vrouw. De man bracht het slachtoffer in maart 2025 met bruut geweld om het leven in zijn woning. Volgens de rechtbank gebeurde dat op mensonterende wijze. De veroordeelde moet daarnaast 107.500 euro schadevergoeding betalen aan de nabestaanden.
De rechtbank veroordeelt de man ook voor het mishandelen van zijn partner en zijn zus, een maand eerder in Limburg.
Een 25-jarige medeverdachte, die de vrouw eerder op dezelfde avond geweld had aangedaan, is vrijgesproken van het medeplegen van doodslag. Hij is wel veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling. Daarvoor krijgt hij een gevangenisstraf van 102 dagen, gelijk aan de tijd die hij al in voorarrest heeft doorgebracht, en een taakstraf van 120 uur.
Slachtoffer bij toeval ontdekt
De zaak kwam op 28 maart 2025 aan het licht toen politieagenten op straat werden aangesproken door een man die vertelde dat hij in elkaar was geslagen. Daarbij noemde hij het adres van de 38-jarige verdachte.
De agenten gingen daarop de woning binnen en troffen daar zowel de verdachte als het levenloze lichaam van de 43-jarige vrouw aan. Het slachtoffer bleek ernstig te zijn mishandeld. Haar hoofd was omwikkeld met kleding en plastic en haar handen en voeten waren op haar rug aan elkaar vastgebonden.
Uit onderzoek bleek dat de vrouw door extreem geweld om het leven was gekomen.
DNA-sporen wijzen naar verdachte
Op basis van onder meer DNA-sporen op het lichaam van het slachtoffer en op de 38-jarige man stelt de rechtbank vast dat hij verantwoordelijk is voor het dodelijke geweld.
Ook de 25-jarige medeverdachte heeft eerder die avond geweld tegen de vrouw gebruikt. Volgens de rechtbank is echter niet bewezen dat hij betrokken was bij de doodslag.
De jongere verdachte is niet lang genoeg in de woning geweest om het uitgebreide geweld dat later volgde te kunnen hebben gepleegd. Bovendien zijn geen DNA-sporen aangetroffen die wijzen op zijn betrokkenheid bij het dodelijke geweld.
Vrijspraak voor moord, wel doodslag
De rechtbank kan op basis van het strafdossier niet vaststellen dat de 38-jarige man met voorbedachte raad heeft gehandeld. Daarom wordt hij vrijgesproken van moord.
Wel acht de rechtbank bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag. Door het slachtoffer zo hevig te mishandelen, heeft hij volgens de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij zou overlijden. Daarmee is sprake van voorwaardelijk opzet op de dood.
De rechtbank benadrukt dat de man zijn slachtoffer met zijn handelen haar meest fundamentele recht heeft ontnomen: het recht om te leven.
Geen verantwoordelijkheid genomen
Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank zwaar mee dat de verdachte tijdens het onderzoek geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.
Hij legde wisselende verklaringen af en liet zich volgens de rechtbank ronduit laatdunkend en laconiek uit over zowel zijn eigen handelen als het slachtoffer.
Daarnaast blijkt dat de man in Aruba al meerdere keren is veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen voor geweldsdelicten.
De verdachte weigerde bovendien mee te werken aan een onderzoek in het Pieter Baan Centrum.
Vanwege de ernst van het geweld, zijn strafrechtelijke verleden en zijn houding tijdens het onderzoek acht de rechtbank een langdurige gevangenisstraf van veertien jaar passend.
Naast de celstraf moet de man in totaal 107.500 euro aan schadevergoedingen betalen aan de nabestaanden van de overleden vrouw.







