DEN HAAG – De beledigende berichten die voormalig justitieminister Ferd Grapperhaus stuurde over collega-bestuurders waren “niet fraai”, vindt Mark Rutte. Maar het zegt wat betreft de oud-premier niets dat hij deze berichtjes heeft gestuurd ten tijde van de coronapandemie. “Ik vind dat in zo’n crisis het onvermijdelijk is dat je af en toe stoom afblaast”, aldus Rutte tijdens zijn tweede verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona.
De VVD-politicus vindt het onnodig dat de enquêtecommissie ervoor heeft gekozen om Grapperhaus in zijn verhoor te confronteren met de berichten. “Want ik weet niet wat het nou toevoegt.” Hij was “best een beetje geïrriteerd” over de keuze om de appjes te openbaren. “De volgende keer zal niemand dat doen bij een appje. Want dat komt op tafel, blijkt, en dat wordt allemaal voorgelezen”, aldus Rutte.
Grapperhaus noemde onderwijsminister Arie Slob “een soepjurk” en “een jankerd”. Over een debat in de Eerste Kamer schreef hij dat hij “diepe minachting” had voor “deze geriatrische beunhazerij”. Zelf gniffelde de oud-minister toen deze berichten vorige week tijdens zijn verhoor werden voorgelezen.
Denigrerend
“Niet fraai”, erkent Rutte, maar hij benadrukt de “zeer hoge druk” waaronder de oud-minister werkte. “We hebben hier wel te maken met de Eredivisie”, zei hij. De andere ministers in het kabinet waren volgens hem “allemaal stevige bestuurders”, die zich niet lieten omblazen. “We zijn hier niet aan het knikkeren.”
Ook toenmalig zorgminister Hugo de Jonge werd door de enquêtecommissie geconfronteerd met denigrerende berichten over parlementariërs die naar zijn smaak te veel kritische vragen stelden over het coronabeleid. Rutte hield vol dat beide CDA’ers “zeer respectvolle bestuurders” zijn en roemde hun “enorme staat van dienst”.







