GORINCHEM – Vrachtwagenchauffeur Eric van der Molen heeft in een open brief aan Rijkswaterstaat kritische vragen gesteld over de manier waarop het vrachtwagenverbod op de Merwedebrug in de A27 wordt uitgevoerd en gehandhaafd. Volgens Van der Molen is het opmerkelijk dat dagelijks nog altijd grote aantallen vrachtwagens en touringcars de brug passeren, terwijl Rijkswaterstaat juist wil voorkomen dat zwaar verkeer de verzwakte constructie belast.
Sinds 18 juli geldt op de Merwedebrug een verbod voor vrachtwagens en touringcars. Aanleiding is dat uit onderzoek is gebleken dat het staal in de boogconstructie op meerdere plaatsen minder sterk is dan eerder werd aangenomen.
Voor het verbod maakten op een normale werkdag ongeveer 18.000 vrachtwagens gebruik van de brug. Tussen 3 en 7 augustus werden volgens Rijkswaterstaat nog gemiddeld circa 1.600 vrachtwagens en touringcars per dag geteld. Hoewel dat aanzienlijk minder is, heeft Rijkswaterstaat aangegeven dat ook deze belasting nog te groot is.
‘Waarom kunnen vrachtwagens de brug nog bereiken?’
Van der Molen vraagt zich in zijn open brief vooral af waarom zwaar verkeer de brug fysiek nog steeds kan bereiken. Volgens hem wordt nu sterk ingezet op bebording, ANPR-camera’s en boetes, terwijl daarmee een passage niet daadwerkelijk wordt voorkomen.
Hij pleit niet voor één specifieke oplossing, maar vraagt Rijkswaterstaat waarom vóór de laatste afritten geen verkeerskundige voorziening is aangebracht waarmee vrachtwagens en touringcars daadwerkelijk van de A27 worden geleid.
Ook plaatst hij vraagtekens bij de handhaving. Nederlandse kentekens kunnen via het camerasysteem worden verwerkt, terwijl veel buitenlandse voertuigen alleen kunnen worden beboet wanneer een chauffeur wordt staande gehouden. Van de circa 1.600 zware voertuigen die dagelijks passeerden, had volgens de in de brief aangehaalde cijfers meer dan de helft een buitenlands kenteken waarvoor automatische beboeting niet mogelijk was.
Zorgen over ongelijk speelveld
Volgens Van der Molen kan hierdoor ook een ongelijk speelveld ontstaan. Nederlandse vervoerders die het verbod naleven, worden geconfronteerd met extra kilometers, brandstof- of energiekosten, chauffeursuren en vrachtwagenheffing. Een buitenlandse vervoerder die toch over de brug rijdt en niet wordt staande gehouden, kan die extra kosten volgens hem vermijden.
Van der Molen stelt in totaal dertien vragen aan Rijkswaterstaat en de minister. Die gaan onder meer over de maximale veilige belasting van de brug, de handhaving bij buitenlandse voertuigen, mogelijke compensatie voor omrijkosten en de vraag waarom zwaar verkeer niet daadwerkelijk vóór de brug wordt afgeleid.
De vrachtwagenchauffeur vat zijn kritiek samen met de stelling dat wanneer iedere vrachtwagen op de brug er één te veel is, de verkeerskundige aanpak er volgens hem op gericht zou moeten zijn dat vrachtwagens de brug daadwerkelijk niet meer kunnen bereiken.
Noot van de redactie: Dit artikel beschrijft de inhoud van een open brief van vrachtwagenchauffeur Eric van der Molen. De daarin geuite kritiek, analyses en conclusies zijn de mening van de auteur van de open brief en vertegenwoordigen niet noodzakelijk het standpunt van de redactie van Transport Online.






