ZWOLLE – De kantonrechter van de rechtbank Overijssel heeft een transportbedrijf veroordeeld om het achterstallige loon van een langdurig zieke werknemer alsnog uit te betalen. Ook moet het bedrijf het loon blijven doorbetalen zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt en de loonbetalingsverplichting bestaat. De uitspraak werd op 23 juli 2026 gedaan en op 3 augustus 2026 gepubliceerd.
De werknemer is sinds begin 2026 arbeidsongeschikt. Vanaf mei van dit jaar stopte het transportbedrijf echter met het uitbetalen van het loon. Volgens de werkgever kwam de werknemer gemaakte afspraken niet na en bestonden er twijfels over de arbeidsongeschiktheid. Zo zou hij volgens het bedrijf werkzaamheden elders verrichten en thuis aan een verbouwing werken.
Loonstop onvoldoende onderbouwd
De kantonrechter oordeelt dat de loonstop ten onrechte is opgelegd. Uit de adviezen van de bedrijfsarts blijkt dat de werknemer nog steeds arbeidsongeschikt was en dat re-integratie op dat moment niet mogelijk was vanwege medische en werkgerelateerde omstandigheden. Volgens de rechter heeft de werkgever onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de werknemer zijn herstel heeft belemmerd of heeft geweigerd mee te werken aan zijn re-integratie. Bovendien heeft de werkgever geen second opinion of deskundigenoordeel bij het UWV aangevraagd om de twijfels over de ziekte te onderbouwen.
Achterstallig loon en vakantiegeld
Het transportbedrijf moet daarom het achterstallige loon over mei en juni 2026, het vakantiegeld, de wettelijke rente en de wettelijke verhoging alsnog betalen. Daarnaast moet het bedrijf het loon vanaf juli blijven voldoen zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt en de wettelijke loonbetalingsverplichting geldt. Ook kende de rechter een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toe.
Werkgeversverklaring onder dwangsom
Verder moet de werkgever binnen twee dagen na betekening van het vonnis een volledig ingevulde werkgeversverklaring verstrekken. Doet het bedrijf dat niet, dan verbeurt het een dwangsom van 250 euro per dag, met een maximum van 5.000 euro. Daarnaast is het transportbedrijf veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Dit artikel is geanonimiseerd







