AMSTERDAM – Een voormalige cursist moet het grootste deel van de kosten van zijn vrachtwagenrijopleiding terugbetalen nadat hij kort na het behalen van zijn rijbewijs niet meer op het werk verscheen. Dat heeft de kantonrechter in Amsterdam bepaald. Wel werd een deel van de gevorderde opleidingskosten afgewezen, omdat de opleidingsverstrekker onvoldoende had onderbouwd waarom extra lessen in rekening waren gebracht.
De zaak was aangespannen door een uitzend- en opleidingsbedrijf dat de kandidaat in 2022 een opleiding tot vrachtwagenchauffeur voor rijbewijs C aanbood. Op het moment dat de opleidingsovereenkomst werd gesloten, was nog geen sprake van een arbeidsovereenkomst. Pas enkele maanden later trad de cursist als uitzendkracht in dienst en ging hij aan de slag als vrachtwagenchauffeur.
Opleidingskosten teruggevorderd
Volgens het uitzendbureau verscheen de chauffeur, ondanks meerdere waarschuwingen, niet meer op het werk. De uitzendovereenkomst werd daarop voortijdig beëindigd. Op basis van de opleidingsovereenkomst bracht het bedrijf vervolgens € 3.448,38 aan opleidingskosten in rekening. Omdat daarvan slechts een deel was betaald, stapte het bedrijf naar de rechter om nog € 2.948,38, vermeerderd met rente en kosten, te vorderen.
De gedaagde verscheen niet bij de rechtbank en voerde geen verweer.
Overeenkomst mocht worden getoetst
Omdat de opleidingsovereenkomst werd gesloten voordat sprake was van een arbeidsovereenkomst, moest de kantonrechter toetsen of de overeenkomst voldeed aan de Europese regels over consumentenbescherming en oneerlijke bedingen.
De rechter oordeelde dat het opleidingsbedrijf aan de informatieplichten had voldaan en dat de terugbetalingsregeling niet oneerlijk was. In de overeenkomst stond duidelijk welke opleidingskosten golden, hoe deze tijdens het dienstverband zouden worden afgelost en dat de resterende schuld na 78 gewerkte weken zou worden kwijtgescholden. Ook was een glijdende schaal opgenomen, waardoor de terugbetalingsverplichting afnam naarmate langer werd gewerkt.
Extra lessen onvoldoende onderbouwd
Niet alle gevorderde kosten werden echter toegewezen. Van de € 189 die het bedrijf rekende voor drie extra rijlessen ontbrak de contractueel vereiste onderbouwing. Het bijbehorende addendum was niet overgelegd, waardoor volgens de rechter onvoldoende was aangetoond dat de cursist deze kosten verschuldigd was.
Daarom werd de hoofdsom verlaagd tot € 2.759,38.
Daarnaast moet de oud-cursist € 400,94 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen. Ook werd hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die door de rechtbank werden begroot op € 989,04. Over de toegewezen hoofdsom is bovendien wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van dagvaarding.
Met de uitspraak bevestigt de rechtbank dat een overeenkomst voor een vrachtwagenrijopleiding die wordt gesloten vóór het aangaan van een arbeidsovereenkomst rechtsgeldig kan zijn en dat een duidelijke terugbetalingsregeling voor opleidingskosten in beginsel standhoudt.







