‘S-HERTOGENBOSCH – Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft een 54-jarige vrachtwagenchauffeur veroordeeld voor het veroorzaken van gevaar op de weg na een dodelijk verkeersongeval in Helden. Bij het ongeval, op 2 februari 2024, kwam een 8-jarige jongen op de fiets om het leven toen hij werd aangereden door een rechtsaf slaande trekker met oplegger. De chauffeur krijgt een geldboete van 750 euro en een voorwaardelijke rijontzegging van drie maanden met een proeftijd van twee jaar.
De politierechter had de chauffeur eerder voor dit feit niet strafbaar verklaard vanwege afwezigheid van alle schuld. Het Openbaar Ministerie ging daartegen in hoger beroep, waarna het hof tot een ander oordeel kwam.
Fietser niet voor laten gaan
Volgens het hof reed de chauffeur met een snelheid van 10 tot 20 kilometer per uur door de woonwijk en sloeg hij op de Sterappel rechtsaf. Daarbij liet hij de fietser, die zich rechts naast of vlak achter de vrachtwagen bevond, niet voorgaan. Hierdoor ontstond de fatale aanrijding. Het hof acht bewezen dat de chauffeur daarmee gevaar op de weg heeft veroorzaakt in strijd met artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
Uit het verkeersonderzoek bleek dat de spiegels van de vrachtwagen correct waren afgesteld en voldeden aan de wettelijke eisen. Volgens het hof had de chauffeur de jongen echter gedurende een langere afstand moeten kunnen waarnemen. Een getuige verklaarde bovendien dat de jongen langere tijd rechts naast de vrachtwagen had gefietst. Kort na het ongeval zei de chauffeur volgens een getuige: “Ik zag hem eerst wel, maar later niet meer.”
Geen beroep op afwezigheid van alle schuld
De verdediging stelde dat de chauffeur voortdurend in zijn spiegels had gekeken en dat sprake was van afwezigheid van alle schuld. Het hof verwerpt dat verweer.
Volgens het hof had de ervaren beroepschauffeur zich ervan moeten vergewissen dat de fietser zich niet meer naast de vrachtwagen bevond voordat hij de scherpe bocht naar rechts maakte. Juist omdat rechts afslaan met een trekker-oplegger een bekende risicovolle manoeuvre is, mocht van hem extra oplettendheid worden verwacht.
Het hof wees er daarnaast op dat de chauffeur ten tijde van het ongeval onder invloed van amfetamine reed. Voor dat feit was hij in eerste aanleg al veroordeeld. Die veroordeling stond in hoger beroep niet meer ter discussie, maar het hof betrok deze omstandigheid wel bij de beoordeling van zijn beroep op afwezigheid van alle schuld.
Beperkte straf, ingrijpende gevolgen
Het hof noemt het overlijden van de jongen “zeer ingrijpend, onherstelbaar en intens verdrietig” en benadrukt dat het gezin een groot verlies heeft geleden. Tegelijkertijd wijst het hof erop dat de chauffeur is veroordeeld voor een verkeersovertreding op grond van artikel 5 van de Wegenverkeerswet, waarbij de straf in verhouding moet staan tot de mate van verwijtbaarheid en niet uitsluitend tot de ernstige gevolgen van het ongeval.
Bij het bepalen van de straf hield het hof rekening met het blanco strafblad van de chauffeur, zijn oprechte spijtbetuiging, het mediationtraject met de ouders van het slachtoffer en het feit dat bij hem na het ongeval een posttraumatische stressstoornis (PTSS) is vastgesteld.
Vordering ouders niet-ontvankelijk
De ouders van de overleden jongen hadden in hoger beroep ieder een schadevergoeding van 10.000 euro wegens schokschade gevorderd. Het hof verklaarde beide vorderingen niet-ontvankelijk omdat onvoldoende objectief was onderbouwd dat sprake was van geestelijk letsel in de zin van de daarvoor geldende jurisprudentie. Zij kunnen hun vorderingen nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.






