Een vrachtwagenchauffeur die met een Langere en Zwaardere Vrachtwagencombinatie (LZV) de maximaal toegestane lengte uit zijn ontheffing met 23 centimeter overschreed, is volgens de advocaat-generaal (A-G) bij de Hoge Raad terecht veroordeeld. De A-G adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep van de chauffeur te verwerpen.
Overschrijding van maximale lengte
De zaak draait om een controle op 20 oktober 2020. De chauffeur reed met een LZV-combinatie die na meting 25,48 meter lang bleek te zijn. Op grond van zijn LZV-ontheffing mocht de combinatie maximaal 25,25 meter lang zijn. Daarmee werd de toegestane lengte uit de ontheffing met 23 centimeter overschreden.
In eerste aanleg werd de chauffeur vrijgesproken. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde die vrijspraak echter en legde in september 2024 een geldboete van 500 euro op. Tegen dat arrest stelde de chauffeur cassatie in.
Juridische discussie over de ontheffing
De kern van het geschil is de vraag hoe een overschrijding van een LZV-ontheffing juridisch moet worden beoordeeld.
De verdediging stelde dat uitsluitend de overschrijding van de ontheffing relevant is. Volgens die redenering bedroeg de overtreding slechts 23 centimeter.
Het Openbaar Ministerie en het hof oordeelden echter dat bij overschrijding van een beperking uit de ontheffing de ontheffing haar werking verliest. Daardoor geldt weer de wettelijke maximumlengte van 18,75 meter. Vanuit dat uitgangspunt reed de combinatie 6,73 meter te lang.
A-G volgt oordeel van het hof
De advocaat-generaal sluit zich aan bij het oordeel van het gerechtshof. Volgens de conclusie volgt uit de wet en uit de tekst van de LZV-ontheffing dat bij overschrijding van de daarin opgenomen beperkingen moet worden aangenomen dat zonder ontheffing is gereden.
De A-G erkent dat een arrest uit 2011 van hetzelfde hof een andere uitleg gaf bij een vergelijkbare zaak over de maximale massa van een LZV, maar vindt dat het hof daarvan mocht afwijken. Volgens de A-G past de huidige uitleg beter binnen het wettelijke systeem.
Financiƫle prikkel voorkomen
Volgens de conclusie is het terugvallen op de wettelijke maximumlengte ook van belang voor de handhaving. Als alleen de beperkte overschrijding van de ontheffing zou worden bestraft, zouden de boetes lager uitvallen en zou volgens het Openbaar Ministerie een financiƫle prikkel kunnen ontstaan om de toegestane afmetingen bewust iets te overschrijden.
Wel merkt de A-G op dat rechters bij de straftoemeting rekening kunnen houden met de beperkte overschrijding. In deze zaak leidde dat uiteindelijk tot een geldboete van 500 euro, aanzienlijk lager dan de oorspronkelijke OM-strafbeschikking van 1.400 euro.
Procedurefout zonder gevolgen
De verdediging klaagde daarnaast dat in hoger beroep geen proces-verbaal beschikbaar was van een zitting bij de kantonrechter. De A-G constateert dat daarmee formeel niet volledig aan de wettelijke procedure is voldaan, maar ziet geen aanleiding voor vernietiging van het arrest omdat de verdachte daardoor volgens hem niet in zijn belangen is geschaad.
De conclusie van de advocaat-generaal strekt daarom tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad doet op een later moment definitief uitspraak.






