ROTTERDAM – De leden van vakbond FNV hebben ingestemd met het onderhandelingsresultaat voor de nieuwe cao van het Havenbedrijf Rotterdam. Van de stemmende leden stemde 63 procent vóór het akkoord. Ook de leden van OV-HbR en CNV hebben ingestemd, waardoor het cao-akkoord definitief is.
Steun, maar ook zorgen onder leden
FNV spreekt van steun voor het bereikte resultaat, maar benadrukt dat de reacties van leden die tegen stemden serieus worden genomen. Volgens de vakbond leven er binnen de achterban verschillende zorgen over de inhoud van de nieuwe cao.
De meest genoemde zorg betreft de structurele loonontwikkeling. Een deel van de leden vindt dat de afgesproken salarisverhogingen onvoldoende aansluiten bij de huidige en verwachte inflatie. Vooral de structurele loonsverhoging van 3,1 procent per 1 juli 2026 – inclusief pensioencompensatie – plus een extra verhoging van 0,4 procent via het vitaliteitsbudget per 1 januari 2027, en de structurele salarisverhoging van 2 procent per 1 juli 2027, worden door sommige leden als onvoldoende beschouwd. Zij vrezen koopkrachtverlies gedurende de looptijd van de cao.
Daarnaast gaven veel leden aan de voorkeur te hebben voor een cao met een looptijd van één jaar, vanwege de economische onzekerheid, geopolitieke ontwikkelingen en onduidelijkheid over de toekomstige inflatie.
Ook de verruiming van de gratificatieregeling leidde tot discussie. Sommige leden zien liever extra structurele salarisverhogingen dan een uitbreiding van deze regeling. FNV meldt dat met het Havenbedrijf Rotterdam is afgesproken hierover in overleg met de vakbonden nadere afspraken te maken, zodat de regeling transparanter wordt.
Cao loopt twee jaar
De nieuwe cao heeft een looptijd van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028.
Salaris en vitaliteitsbudget
De afspraken over de inkomensontwikkeling zijn:
- 3,1 procent structurele salarisverhoging per 1 juli 2026;
- 0,4 procent extra via het vitaliteitsbudget per 1 januari 2027;
- 2 procent structurele salarisverhoging per 1 juli 2027.
Meer mogelijkheden voor verlof
Werknemers krijgen meer mogelijkheden om werk en privé te combineren. Het Persoonlijk Keuzebudget (PKB) wordt uitgebreid, waardoor jaarlijks maximaal 160 extra verlofuren kunnen worden aangekocht.
Daarnaast wordt de regeling voor bijzonder verlof uitgebreid. Zo komt er verlof voor reservisten en wordt de regeling verruimd voor onder meer gebeurtenissen binnen de schoonfamilie, gendertransitie, rouw na een stilgeboorte en IVF-trajecten.
Hogere reiskostenvergoeding
Ook de reiskostenvergoedingen gaan omhoog. De vergoeding voor woon-werkverkeer stijgt van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer en gaat ook gelden voor medewerkers in de continudiensten van WPC.
De fietsvergoeding wordt verhoogd naar € 0,40 per kilometer.
Overige afspraken
Verder is afgesproken dat medewerkers na één jaar in principe een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd krijgen. Ook wordt de loondoorbetaling tijdens het tweede ziektejaar verhoogd naar 90 procent over de gehele periode.
Daarnaast verdwijnen de aanloopschalen en worden verschillende salarisschalen opnieuw ingedeeld.






