DEN HAAG – Het kabinet gaat alle rijksprojecten voor wegen, spoorwegen, vaarwegen en waterwerken opnieuw tegen het licht houden. Ondanks miljardeninvesteringen in infrastructuur zijn er volgens het kabinet onvoldoende financiële middelen en personeel beschikbaar om alle geplande projecten uit te voeren. Daarom worden de projecten opnieuw geprioriteerd.
De criteria waarmee wordt bepaald welke projecten doorgaan, worden versneld uitgevoerd, worden uitgesteld of mogelijk helemaal vervallen, zijn vrijdag gepresenteerd. De definitieve keuzes worden dit najaar bekendgemaakt.
Basis eerst op orde
Minister van Infrastructuur en Waterstaat Barry Karremans benadrukt dat het kabinet de bestaande infrastructuur eerst op orde wil brengen voordat nieuwe projecten worden opgepakt.
“De infrastructuur is het fundament onder onze samenleving en economie. Het brengt werknemers en ondernemers op hun werk, zorgt dat de schappen in de supermarkt gevuld zijn en beschermt ons tegen overstromingen. Ons doel is om de basis weer op orde te krijgen. Daarvoor zijn scherpe keuzes nodig. Eerst onderhouden wat we hebben en daarna op een stevig fundament weer verder bouwen aan goede bereikbaarheid”, aldus Karremans.
Onderhoud en veiligheid krijgen prioriteit
Bij de herprioritering worden alle projecten binnen het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds tot 2040 beoordeeld. Daarbij wordt rekening gehouden met bestaande juridische verplichtingen en reeds gemaakte afspraken.
Het kabinet wil beschikbare middelen zo effectief mogelijk inzetten. Daarbij krijgt het in stand houden van bestaande infrastructuur voorrang boven nieuwe aanlegprojecten. Ook wordt onderzocht waar de levensduur van infrastructuur kan worden verlengd door extra onderhoud, zodat kostbare vervanging kan worden uitgesteld.
Veiligheid blijft volgens het kabinet het belangrijkste uitgangspunt bij alle keuzes.
Pas daarna wordt gekeken naar de prioritering van lopende aanlegprojecten binnen het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).
Grote uitdagingen vragen om keuzes
Volgens staatssecretaris Chris Bertram staat Nederland voor grote uitdagingen op het gebied van mobiliteit, woningbouw, waterveiligheid en militaire mobiliteit.
“Door focus aan te brengen en keuzes te maken op de korte termijn kunnen we tempo maken. Niet alleen voor infrastructurele opgaven, maar ook voor andere grote opgaven zoals woningbouw en militaire mobiliteit”, aldus Bertram.
Het kabinet wil daarnaast kijken naar mogelijkheden om infrastructuurprojecten op andere manieren te financieren, bijvoorbeeld via private investeringen, bijdragen van derden of Europese financiering.
Ook aandacht voor regionale bereikbaarheid
Naast investeringen in hoofdwegen, spoorlijnen en vaarwegen wil het kabinet samen met provincies en gemeenten werken aan een gebiedsgerichte aanpak van bereikbaarheid.
Daarbij wordt gekeken naar betere benutting van bestaande infrastructuur, digitalisering, publieke mobiliteit, autonoom vervoer en innovatieve multimodale transportsystemen. Ook moet de bereikbaarheid van voorzieningen in de regio verbeteren.
Besluitvorming dit najaar
De minister en staatssecretaris nemen dit najaar op basis van de gepresenteerde criteria besluiten over de toekomst van individuele infrastructuurprojecten. Daarbij wordt opnieuw overleg gevoerd met provincies, gemeenten, vervoerders en andere betrokken partijen voordat de keuzes definitief worden vastgesteld.
Voor de transport- en logistieke sector kunnen de uitkomsten grote gevolgen hebben, omdat zij bepalen welke weg-, spoor- en vaarwegprojecten de komende jaren prioriteit krijgen en welke mogelijk worden uitgesteld.






